Dagelijkse drama’s op Katendrecht

NRC volgt Rotterdam-Zuid op de voet. Vandaag: Theo Miltenburg, die illegalen helpt.

Ooit was Katendrecht op Rotterdam-Zuid een louche hoerenbuurt, maar nu staat het er vol hippe nieuwbouw. Het populaire evenementenschip en ex-cruiseschip SS Rotterdam ligt glimmend aan het eind van het schiereiland tussen de Rijnhaven en de Maashaven. Om de illegalen te zien die ook vaak in de wijk komen, moet je goed kijken. Maar dat is altijd zo, als je illegalen wilt zien.

Hier huist het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS). Hier komen illegalen die hulp nodig hebben. Illegalen leven al in de marge, dit is de onderkant van de marge.

Binnen houdt Theo Miltenburg spreekuur. Hij heeft grijze krullen en altijd rust. Achter elk gesprek ligt een drama. Hij doet voor iedereen zijn best, en soms is er een succesje; dan heeft hij een gaatje gevonden in het woud van regelgeving en krijgt iemand een verblijfsvergunning.

Zoals Faith, slachtoffer van mensenhandel uit Sierra Leone met drie jonge kinderen, die nu een eigen flatje heeft. Voor deze mensen is en blijft Theo God.

Maar hoe goed Miltenburg de Nederlandse Vreemdelingenwet ook kent, vaak zit een verblijfsvergunning er niet in. Hij overlegt dan over terugkeer. „Soms is het een optie. Soms willen ze gewoon niet.” Dan vertelt hij hoe je het best kunt overleven in een land waar je niet mag zijn.

Een jonge vrouw uit Ecuador komt binnen. Ze is 23 jaar oud en 26 weken zwanger. En, o ja, ze heeft hiv. Theo Miltenburg zucht niet. Hij zegt: je hebt recht op opvang tot drie maanden na de bevalling. Medicatie voor die periode is ook te regelen.”

De jonge vrouw spreekt geen woord Nederlands, maar heeft een vriendin bij zich die vertaalt. Die vrouw kent haar sinds kort en heeft zich over haar ontfermd.

Theo Miltenburg vraagt: „Wil je terug?” Vertaling. Stilte. „Eerlijk zeggen”, zegt hij. „Ik ben niet van de politie en ook niet van de IND.” De zwangere vrouw schudt haar hoofd. „Ze heeft geen enkele kans op een verblijfsvergunning”, zegt Miltenburg tegen de vriendin. „Wil je dat vertalen? Ecuador is niet een land dat te onveilig is om naar terug te keren.”

Als ze weg zijn, zegt hij: We hebben een hausse aan illegale, zwangere vrouwen. „We lijken wel een zwangerenopvang.”

De volgende klant. Een man uit Angola die een voorlopige verblijfsvergunning had. Die is hij kwijtgeraakt omdat hij van adres wisselde en dat niet doorgaf aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Waar hij verbleef? Bij vriendinnen. En, o ja, hij zat ook nog een tijdje vast, toen hij een van de vriendinnen een klap had gegeven. Dat maakte het allemaal nog lastiger.

Theo Miltenburg zucht niet. Hij zegt wel: „Dommerd. Zo krijgen we toch alleen maar meer illegalen.”

    • Sheila Kamerman