Een orang-oetan lust ook weleens een visje

Foto AFP

Als orang-oetans de kans krijgen, vangen ze vis. Het kan in tijden van voedselschaarste een welkome aanvulling zijn op hun dieet van bladeren, vruchten en insekten. De overstap naar vis eten gaat eigenlijk veel makkelijker dan gedacht, schrijven Canadese en Indonesische onderzoekers in het Journal of Human Evolution. Ze observeerden kolonies van halfwilde orang-oetans in Borneo, die leefden op kleine eilandjes in een rivier, ter voorbereiding op hun vrijlating in de natuur. De apen kregen meestal de smaak te pakken nadat ze toevallig een vis in handen hadden gekregen, een voorbijdrijvende dode vis of een exemplaar dat zij door lokale vissers kregen toegeworpen. Op de eilandjes bleven na een hoge waterstand ondiepe poeltjes achter die wemelden van de vis, voornamelijk meervalachtige soorten. Die laten zich daar vrij makkelijk vangen. Ali Baba, hier op de foto, ving vissen met zijn blote handen. Andere orang-oetans gebruikten ook stokken om vis te vangen: ze joegen er de vissen mee op het land waarna ze makkelijker te pakken waren. Ongetwijfeld hebben de orang-oetans gezien hoe mensen vissen vingen voor ze zelf aan de slag gingen. Toch verbaast het de onderzoekers met welk gemak de dieren de kunst oppikten. Ze bestalen soms zelfs lokale vissers, simpel, door de drijvers van hun vislijnen (lege petflessen) omhoog te trekken.