Biologen ongerust over amateurs die nachtvlinders tellen

De Vlinderstichting roept mensen op nachtvlinders te tellen met een lichtval. Dat zou de vlinders kunnen schaden.

Nachtvlinders tellen, doe mee! In het zomernummer van haar tijdschrift Vlinders roept de Vlinderstichting uit Wageningen enthousiastelingen op om een val met lamp in de tuin te plaatsen. Die moet aanstaan van zonsondergang tot zonsopgang, in droge nachten met weinig wind en een begintemperatuur van minstens 8 graden Celsius. Waarnemingen kunnen op internet worden ingevoerd, op het invoerportaal Meetnet Nachtvlinders. Iedereen kan meedoen, het hele jaar door, liefst tweemaal per maand en in mei of juni driemaal.

„Alsof het een soort volksvermaak moet worden”, zegt Jan Koeman, emeritus-hoogleraar toxicologie in Wageningen. „Ethische aspecten komen nauwelijks aan de orde en iedereen kan zo’n lichtval zomaar op internet bestellen. ’s Nachts met een felle lamp infiltreren in een natuurgebied heeft drastische effecten op het gedrag van vliegende insecten én insecteneters.” En dat niet alleen: lang niet alle dieren zullen de vangst zonder schade overleven, denkt Koeman. Zeker in Nederland, waar de meeste natuurgebieden kleinschalig zijn, kan dat hele populaties schaden – 65 procent van de Nederlandse nachtvlindersoorten geldt als bedreigd.

En van de resultaten verwacht Koeman ook niet veel. „Zulk onderzoek moet je overlaten aan professionals of gekwalificeerde amateurs. Door het gebruik van lichtvallen door grote aantallen amateurs aan te moedigen, dreigt de Vlinderstichting zelf een niet onbelangrijke oorzaak van de verdere achteruitgang van de nachtvlinders te worden. Andere partijen in ons land voeren juist steeds meer actie tegen nachtelijke lichtvervuiling.”

Promovendus Koert van Geffen onderzoekt in Wageningen de effecten van lichtvervuiling op nachtvlinders. Zijn resultaten zijn alarmerend. Zo telt het kooluiltje normaal gesproken twee generaties per jaar. De rupsen van de najaarsgeneratie verpoppen zich onder invloed van afnemende daglengte en overwinteren als pop. Maar als je er een lampje boven houdt, komen ze maanden eerder uit hun popstadium, terwijl het nog lang geen voorjaar is. Bovendien valt onder invloed van kunstlicht de productie van seksferomonen, lokstoffen die de vrouwtjes van het kooluiltje aanmaken om een partner te vinden, grotendeels stil en de samenstelling van het palet verandert in ongunstige zin. Bij onderzoek naar een andere nachtvlinder, de kleine wintervlinder, bleek de helft van de vrouwtjes in het donker bevrucht, onder groen licht echter nog maar een fractie. De promovendus concludeert dat er sterke aanwijzingen zijn dat kunstlicht bijdraagt aan de landelijke achteruitgang van de nachtvlinders.

Wat zegt de Vlinderstichting zelf, zijn lichtvallen schadelijk? „Ja en nee”, zegt Chris van Swaay van de Vlinderstichting. „De lichtbronnen zelf zinken in het niet bij al het andere nachtelijke kunstlicht. Natuurlijk zijn gevangen vlinders een nacht lang niet actief, ze kunnen geen eitjes afzetten. Als ik er ’s nachts twintig vang, is er gemiddeld eentje dood, meestal een kleintje. We hopen dat die schade opweegt tegen de toegenomen kennis.”

Over de kwaliteit van de waarnemingen maakt Van Swaay zich sinds enkele jaren geen zorgen meer, zegt hij. „Je kunt tegenwoordig ook met een smartphone prachtige foto’s maken en in geval van twijfel door anderen laten determineren. Zelf fotografeer ik elke ochtend vrijwel al mijn vangsten. Je kunt de dieren op naam brengen en weer vrijlaten zonder ze zelfs maar aan te raken. We prikken ze heus niet meer op! Er doen nu enkele tientallen mensen mee en straks hopelijk enkele honderden.”

Koeman signaleert echter dat lichtvallen nu ook worden toegepast in natuurgebieden die tot dusver niet in sterke mate door lichtvervuiling worden getroffen, zoals de Biesbosch en de Meinweg. „Het gaat om duizenden insecten. Men heeft geen benul van de schade, ook al omdat die schade zich niet laat vaststellen met behulp van dit soort vangmethoden.” Hij acht de wetenschappelijke waarde en de waarde voor het natuurbeheer van dergelijk onderzoek uiterst beperkt, zegt hij. „Het blijft een vorm van postzegels verzamelen. De beste manier om de natuur te beschermen is nog steeds: bescherm het habitat en blijf er verder met je vingers af.”

    • Marion de Boo