Werken, slapen, huilen in de kazerne

Meer dan zevenhonderd dossiers van lichaamsresten moeten experts ‘matchen’ met een naam van een MH17-slachtoffer.

135 politiemensen en militairen van het internationale team dat onderzoek deed in het gebied waar vlucht MH17 neerstortte, zijn vrijdagmiddag geland in Eindhoven in aanwezigheid van onder meer commandant der strijdkrachten Tom Middendorp en korpschef van de nationale politie Gerard Bouman. Dit weekeinde vliegen meer medewerkers terug. Een klein team blijft in het rampgebied. Foto ANP

Het is een korte, plechtige ceremonie op de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum. De forensisch experts die de lichamen en lichaamsresten onderzoeken van slachtoffers die omkwamen bij de vliegramp met de MH17 in Oekraïne, staan in een kring. Ze herdenken de slachtoffers, en denken terug aan de hectische week die achter hen ligt. De ceremonie vond afgelopen maandag plaats achter de poorten van de kazerne. De zeventig experts en tweehonderd ondersteunende personeelsleden weten dat de drukste fase van hun werk erop zit.

Arie de Bruijn, teamleider van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO), gaf vrijdag tijdens een persconferentie in Bunnik een inkijk in de sfeer en het leven op de kazerne. De experts slapen er. De Bruijn – zwarte kisten aan de voeten, kale kop en baardstoppels van een paar dagen – leidt de identificatie. Zijn nachten zijn kort. De teams in Hilversum moeten zoveel mogelijk van de 289 slachtoffers identificeren. Dat lukte tot dusver met 23 lichamen.

De Bruijn vertelt dat de forensisch experts drie fases onderscheiden: de gebitsanalyse, de analyse van vingerafdrukken, en dna-analyse. Via gebitsanalyse werden 21 lichamen geïdentificeerd. Twee via vingerafdrukken. De dna-fase – het matchen van dna-stalen van slachtoffers met die van nabestaanden – begint nu. Volgens De Bruijn wordt het werk nu min of meer normaal. Hij hoopt dat in september via dna veel meer slachtoffers geïdentificeerd zijn.

Frustrerend voor de onderzoekers is de communicatie. Ze dragen maskers en beschermende kleding. Alles op de werkvloer moet in gebarentaal. De bescherming is nodig want de lichamen en lichaamsresten zijn in Oekraïne behandeld met formaline, ter conservering. Hoge concentraties formaline mag je niet inademen.

Ondanks de lastige communicatie is de sfeer tussen de experts – meer dan tien nationaliteiten – goed, zegt De Bruijn. „We houden dit vol omdat het dankbaar werk is. We letten op elkaar, af en toe huilen we samen en er is goede begeleiding van maatschappelijk werk.” De Bruijn ontkent dat deskundigen er last van hebben dat ze slapen op dezelfde locatie als waar ze werken. „Wij kiezen hier zelf voor. Het heeft ook iets moois. We doen dit samen. ’s Avonds aan tafel spreken we ook met elkaar over ons mooie vak.”

Voor een aantal internationale experts zit het werk erop, zij zijn naar huis. Maar, zegt De Bruijn, ze zouden direct terugkomen als het moest. Tekenend noemt hij de reactie van een collega uit Indonesië. De Bruijn: „De man heeft ramp na ramp meegemaakt, maar de identificatie verliep nog nooit zo goed, vertelde hij me.”

    • Enzo van Steenbergen