Theaterman die liever niet op de voorgrond trad

Zijn tweets gingen bijna allemaal over theaterpremières. Hij vermeldde wie of wat er die avond in première ging en voegde daar steevast hetzelfde tekstje aan toe: „Toi toi toi allen en veel plezier”. Zijn laatste, verzonden op 26 juli, verwees naar de première van Spektakel X door theatergroep Circus Treurdier. Een dag later stierf de theaterconsultant en artiestenmanager Ed Burgers. Hij was 70 jaar.

„Die tweets waren een teken van zijn grote betrokkenheid”, zegt Fred Boot, producent van de musical Soldaat van Oranje. „En hij kwam niet alleen naar de première; hij was ook in staat om halverwege een tournee nog even naar Maastricht te gaan, opzettelijk ver weg, om te laten zien dat hij betrokken bleef.”

Ed Burgers begon in 1966 als hoofd boekhouding bij de Haagse firma Van Rijmenam, bekend van de Ryam-agenda’s en werd in 1979 de financiële man bij het theater- en tv-bedrijf van Joop van den Ende. „Het was wel de bedoeling dat ik op de financiën lette”, vertelde hij later, „maar ik moest niet denken dat ik Joop kon tegenhouden als hij zich eenmaal iets in zijn hoofd had gezet.” Negentien jaar lang werkte Burgers in verschillende functies bij Van den Ende. Zo moest hij in de eerste jaren drie keer in de week de contante kassaopbrengst van het door Van den Ende opgezette Circus Bassie& Adriaan ophalen omdat de producent de circusbroers niet vertrouwde: „Dan liep ik met duizenden guldens in twee Albert Heijn-tassen.” Uiteindelijk klom hij op tot directeur van de theatertak. Maar in 1999 begon hij voor zichzelf. Hij zat in besturen van theatergroepen, was interim-directeur van diverse schouwburgen en behartigde de zaken bij de cabaretgroep Purper, het zangduo Danny de Munk en Henk Poort en vele anderen.

„Wat hij voor ons deed”, vertelt Purper-leider Frans Mulder, „was het management, het maken van begrotingen, de controle op inkomsten en uitgaven – veel meer dan alleen de boekhouding. Als je met hem bevriend raakte, zoals ik, regelde hij zelfs je privézaken, van je hypotheek tot je tandartsrekening. En je kon hem blind vertrouwen. Dat is in ons vak een unicum.”

„Hij was een boekhouder in de goede zin van het woord”, beaamt producent Gerard Cornelisse. „Hij ging nooit over zijn budget. Maar tegelijk vond hij dat die cijfertjes er voor de mensen waren – en niet andersom. Hij was een man die eigenlijk alles deed en toch niet op de voorgrond trad.”

Mulder: „Een bescheiden man. Ook dat is in dit vak een unicum.”