The United States of paranoia

Complotdenken hoort bij Amerika. Het maakt deel uit van de nationale folklore. Complottheorieën onthullen iets over de diepste angsten van Amerikanen: angst voor de overheid, die hun vrijheden wil afpakken, of voor vreemdelingen.

Illustratie Robert Buizer

Het gonsde in 1689 van de geruchten in Maryland. De Britse kolonie, nu een Amerikaanse staat, werd als enige van de koloniën bestuurd door katholieken. Overal waren verder protestanten de baas. Nadat de katholieke Britse koning James II een jaar eerder was afgezet, vertelden protestanten in Maryland elkaar dit verhaal: de katholieke regenten hadden een geheim verbond gesmeed met de indianen van de Seneca-stam. Ze zouden een slachtpartij voorbereiden in de nederzettingen.

Het duurde niet lang of de meeste kolonisten in Maryland geloofden het verhaal. Een dronken indiaan zou het hebben opgebiecht, had iemand verteld. De protestanten vormden milities en trokken naar de rivierbedding waar het geheime leger moest zijn. Tot twee keer toe vonden ze niets.

Het verhaal was de eerste grote complottheorie die Amerika in de greep kreeg, zegt Jesse Walker. Hij is historicus en auteur van het pas verschenen boek The United States of Paranoia, waarin hij Amerika’s obsessie met complottheorieën onderzoekt. „De casus is interessant, omdat het niet bij een verhaal bleef. Kort hierna werd het katholicisme in Maryland verboden. Het verhaal had bovendien kenmerken die we tot vandaag terugzien bij Amerikaanse complotdenkers: het complot komt van bovenaf, het liefst van een regering, of van vreemdelingen, in dit geval de indianen.”

Complottheorieën horen bij Amerika. Ze maken, zegt Walker, deel uit van de folklore van het land. Ook als ze niet waar zijn, onthullen ze iets over de diepste angsten van Amerikanen. Angst voor de overheid, die hun vrijheden wil afpakken. Angst voor vreemdelingen, en verraders. Niet iedereen gelooft de verhalen, maar iedereen ként ze. De musea over de moord op John F. Kennedy in Dallas en de aanslagen van 11 september 2001 in New York besteden uitgebreid aandacht aan de bekendste samenzweringsverhalen. Walker: „Complottheorieën komen natuurlijk overal ter wereld voor. Maar het verschil is dat ze in de VS ergens toe leiden.” Complottheorieën vinden hun weg in Washington en hebben daar invloed. Senator Joe McCarthy mocht in de jaren vijftig ongeremd jacht maken op vermeende communisten. President Obama zag zich in 2011 gedwongen zijn geboortecertificaat openbaar te maken, nadat miljardair Donald Trump het gerucht opnieuw verspreid had dat Obama in Kenia geboren zou zijn. Dag in dag uit werd de beschuldiging herhaald op de conservatieve tv-zender Fox News.

De openbaarmaking van dat certificaat haalde weinig uit. Walker: „Bij een complottheorie is alles een aanwijzing. Mensen die eerst geloofden dat Obama in Kenia geboren was, denken nu: een ziekenhuis in Hawaii zit ook al in het complot. Een goede complottheorie voedt zichzelf. Weerleggingen zijn juist extra bewijs voor de omvang van de samenzwering.”

De Kenia-theorie is nog steeds wijdverbreid. Circa 94 procent van de Amerikanen kent haar en 24 procent gelooft haar, blijkt uit een onlangs verschenen onderzoek naar complottheorieën van de University of Chicago. Hoogleraar politicologie Eric Oliver ondervroeg bijna tweeduizend Amerikanen over zeven complottheorieën (American Journal of Political Science, 5 maart online). De aanslagen van 11 september zijn georganiseerd door George W. Bush (19 procent eens). De Irakoorlog is in gang gezet door Joden en de olie-industrie (19 procent). De financiële crisis is door een kleine groep bankiers begonnen om de Federale Bank meer macht te geven (25 procent). Vliegtuigsporen in de lucht zijn chemtrails, chemische stoffen die de Amerikaanse overheid doelbewust de atmosfeer in stuurt (9 procent). Miljardair George Soros heeft een plan voor wereldheerschappij (19 procent).

Oliver verzon ook een eigen theorie en testte hoe die viel: de Amerikaanse regering promoot het gebruik van ledlampen, omdat mensen door sterke straling gehoorzamer worden. Die theorie werd door 11 procent geloofd.

Ten onrechte, schrijft Oliver, worden mensen die in een complot geloven gezien als marginale figuren, die een parallel universum hebben gecreëerd met eigen waarheden. Die theorie was tot nu toe gangbaar. Zoals een onderzoeker van Harvard University, Cass Sustein, onlangs zei: „Mensen die geloven dat prinses Diana is vermoord, geloven ook sneller dat ze nog leeft.” In werkelijkheid hangt de helft van de Amerikanen minstens één van de onderzochte theorieën aan. Dat betekent dat mensen keuzes maken. De een gelooft in Chemtrails, de ander in een 9/11-samenzwering.

Eric Oliver verwerpt het vaak genoemde verband met opleidingsniveau of politieke kleur. Aanhangers van complotten zijn lang niet altijd conservatief of lager opgeleid. Wat hen wel bindt, is een neiging om onzichtbare krachten te vermoeden achter opmerkelijke gebeurtenissen en de wereld te zien als een strijd tussen goed en kwaad.

Jesse Walker zegt dat de hoogopgeleide, progressieve mensen met wie hij omgaat, kritische denkers meestal, bijna even gemakkelijk in complottheorieën geloven als laagopgeleide conservatieven. „Toen tien jaar geleden Saddam Hussein werd opgepakt, ontstond er rondom mij aan Johns Hopkins University in Baltimore een fel debat. Veel mensen waren ervan overtuigd dat Saddam al maanden eerder gepakt was, en dat er gewacht was op een tactisch moment om dat naar buiten te brengen.”

De reden dat complotten door alle sociale lagen geloofd worden, is volgens Walker simpel: complotten bestáán. De Watergate-affaire in de jaren zeventig, waar zelfs het Witte Huis bij betrokken was, misschien president Nixon zelf wel, heeft het wantrouwen in officiële versies van verhalen institutioneel gemaakt. In de jaren zeventig steeg het percentage Amerikanen dat de overheid niet vertrouwde van 22 naar 62. Overigens vertrouwt op dit moment 81 procent van de Amerikanen de overheid niet, of hooguit af en toe. Dat voedt de bereidheid om in een samenzwering te geloven.

Onder academici en journalisten is het geaccepteerd om hieraan mee te doen. Denk, zegt Walker, aan het vermiste vliegtuig MH370. Wekenlang heeft CNN de wildste geruchten de wereld in geholpen. Het vliegtuig zou ergens verstopt zijn, door een meteoor geraakt zijn, de locatie zou al bekend zijn. CNN vroeg kijkers of het vliegtuig misschien door aliens of tijdreizigers gekaapt zou zijn (9 procent geloofde dat). Walker: „Het zijn geen klassieke complottheorieën, maar wel verhalen die een bereidheid bewijzen om in het ongelooflijke te geloven.”

Jesse Walker onderscheidt vier vijandbeelden die ten grondslag liggen aan de meeste complottheorieën. Er is de Vijand Buiten, zoals de Russen, of de Arabieren, die binnen willen dringen. De Vijand Binnen is de ‘mol’, de Amerikaan die in het geniep zijn land wil aanvallen, zoals de communisten op wie Joe McCarthy joeg. De Vijand Boven Ons is de regering, de belastingdienst, de banken of de media: alle instituten die mogelijk samenzweren om burgers te manipuleren. En er is de Vijand Onder Ons, mensen die lager op de maatschappelijke ladder staan en wachten op hun kans, zoals blanken kunnen denken over migranten of moslims. Walker onderscheidt ook nog de zogeheten Benevolent Conspiracy, het complot met goede bedoelingen, waarin regeringen heimelijk strijden voor de goede zaak.

Het meeste succes, zegt Walker, hebben verhalen die verschillende vijandbeelden combineren: Obama werkt samen met moslims. Of indianen spannen samen met katholieken. „Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het gerucht dat zwarte Amerikanen onder één hoedje speelden met de nazi’s. Dat verhaal was destijds onuitroeibaar en leidde tot veel onrust.”

Eric Oliver van de University of Chicago onderzocht in een andere studie (JAMA Internal Medicine, mei), of geloof in complottheorieën gedrag beïnvloedt. Hij concentreerde zich op de medische wetenschap. Opnieuw vroeg hij mensen naar enkele veel voorkomende complottheorieën, bijvoorbeeld dat autisme (bewust) veroorzaakt wordt door vaccinaties van zuigelingen, of dat de overheid geheim houdt dat mobiele telefoons kanker veroorzaken.

Opnieuw bleek 49 procent minstens één medische complottheorie aan te hangen. Veruit de populairste theorie (37 procent) is dat de overheid bewust probeert mensen af te houden van natuurgeneeswijzen. Nog geen 33 procent van de ondervraagden was het hiermee óneens.

Oliver ontdekte dat gedrag in medische kwesties sterk samenhangt met de bereidheid in medische samenzweringen te geloven. Zo neemt maar 13 procent van de Amerikanen kruidensupplementen als alternatief voor medicatie, maar onder mensen die in meer dan twee medische complotten geloven, is dat 37 procent. „Het is gebruikelijk aanhangers van complottheorieën als een groepje gekken te beschouwen”, aldus Oliver, „maar medische complotten zijn algemeen bekend, wijd aanvaard en een goed middel om gezondheidsgedrag te voorspellen.”

Die kennis is volgens Oliver nodig, nu steeds meer Amerikanen weigeren hun kinderen in te laten enten. Zo neemt het aantal gevallen van mazelen de laatste maanden toe, omdat ouders geloven dat vaccinaties autisme veroorzaken.

Vaak wordt gedacht dat mensen in slechte tijden – een oorlog, een crisis – eerder geloven in complotten. Jesse Walker: „Het maakt eigenlijk niet uit of het goed of slecht gaat. Juist in economisch goede periodes gaan mensen op zoek naar apocalyptische verhalen over een mogelijk einde van de idylle.”

In de zomer van 2001, zegt Walker, ging het wekenlang op televisie over dodelijke haaien aan de kust, hoewel er geen bewijs was voor een toename van incidenten. „Het was geen complot, maar wel pure paranoia. Mensen gaven zich er massaal aan over. Het leek alsof we op zoek wilden naar iets dat die mooie zomer moest bedreigen. Een paar maanden later stortten de torens van het World Trade Center in.”

    • Guus Valk