Stabiel meedraaien zoals Heracles? Gebruik je boerenverstand

Met bewondering zien kleine clubs dat Heracles het al tien jaar volhoudt in de eredivisie. Hoe doen ze dat in Almelo? „Zonder wij-gevoel red je het niet.”

Beeldbewerking studio NRC

Op 15.000 zitplaatsen was adviesbureau Hypercube uitgekomen. Precies het aantal dat Jan Smit en Nico-Jan Hoogma beoogden toen zij zich zeven jaar geleden bogen over de uitbreidingsmogelijkheden van Heracles Almelo. Maar het economische tij keerde en de capaciteit werd naar beneden bijgesteld. Ze besloten het huidige Polman Stadion uit te breiden van 8.500 naar 13.000 plekken. „Onze gedachte is dat we die bak eerst eens moeten volspelen”, blikt Hoogma terug. „Daar hebben we onze handen vol aan.”

Terwijl bouwvakkers buiten in de weer zijn met kruiwagens en staal, benadrukt de algemeen directeur in zijn kantoor dat die houding kenmerkend is voor Heracles. Doe maar gewoon en loop niet te hard van stapel, dat is het credo bij de club die vanavond begint aan haar tiende opeenvolgende seizoen in de eredivisie.

Het voorheen grijze Heracles – tussen 1967 en 2006 welgeteld één jaar actief in de eredivisie – floreert en dat valt op. Andere clubs nemen graag een voorbeeld aan Heracles. Zoals Go Ahead Eagles en SC Cambuur, clubs die na één jaar eredivisie smachten naar meer en bewonderend toekijken hoe Heracles zich staande houdt met die paar miljoen euro op de bank. Cambuur-voorzitter Ype Smid: „Heracles loopt op ons voor. Ze zijn al jaren stabiel.” Edwin Lugt, voorzitter van GA Eagles: „Jan Smit en ik zijn brothers in arms. Ik heb heel veel bewondering voor de wijze waarop hij met zijn team leiding geeft.”

Heracles zet de toon, andere clubs volgen. In Almelo is de afgelopen tien jaar bewezen dat gepromoveerde clubs niet per definitie kansloos zijn op het hoogste niveau. Klein of niet, er is veel mogelijk. Met als mooi voorbeeld PEC Zwolle. Dat won na twee jaar eredivisievoetbal in april ‘zomaar’ de KNVB-beker door Ajax in de finale met 5-1 te verslaan.

Niet gek dat ook GA Eagles en Cambuur perspectief zien voor een langer verblijf in de eredivisie. Terwijl voormalige bolwerken als Sparta, Roda JC en NEC zijn afgedaald naar de eerste divisie, maken kleine clubs, zonder veel eredivisie-ervaring, furore. Maar hoe hebben deze gepromoveerde clubs een stabiele plek verworven tussen de gevestigde orde?

Door geen gekke dingen te doen, stelt Jan Smit, sinds 1998 voorzitter van Heracles, vanaf zijn vakantieadres in Portugal. En door langdurige relaties op de werkvloer. „Onze teammanager zit al 20 jaar bij de club, hetzelfde geldt voor onze assistent-trainer. Zelfs onze boekhouder werkt hier al vijftien jaar. Iedereen heeft een grote betrokkenheid bij Heracles. Zonder dat wij-gevoel red je het als club niet.”

Algemeen directeur Hoogma maakt al acht jaar onderdeel uit van de organisatie. Hij speelde de laatste twee seizoenen van zijn carrière bij Heracles, en had al met voorzitter Smit afgesproken dat hij daarna in de organisatie werd opgenomen. Welke functie hij zou krijgen, zouden ze later bekijken.

Zelf dacht de oud-verdediger van Hamburger SV aan een rol als technisch directeur, zei hij Smit bij een kop koffie. „Prima”, zei de preses. „Dat zijn twee dagen. Wat doe je de rest van de week?” Een vraag die Hoogma verbaasd deed opkijken. Wat moest hij dan nog meer doen? Het antwoord: „Alles. Zo werkt dat hier. Hij zag in mij een algemeen directeur.” Hoogma bemoeit zich met voetbalzaken, maar evenzeer met de uitbreiding van het Polman Stadion.

Die is nodig om de begroting op te waarderen naar dertien miljoen euro. Het rekenmodel: duizend stoelen betekent één miljoen euro op de begroting. Een bedrag waarmee een structurele rol in het linkerrijtje kan worden afgedwongen. Vandaar dat ook Cambuur en GA Eagles uitbreidingsplannen hebben. Blijft die groei uit, dan is eredivisievoetbal op termijn moeilijk vol te houden, menen betrokkenen.

Paniekaankopen

Met Jan Smit bepaalt Hoogma welke spelers Heracles aantrekt. Met als belangrijkste leidraad: geen paniekaankopen. „Wij gebruiken hier ons nuchtere, boerenverstand.” Al is de situatie nog zo penibel, in Almelo worden tussentijds geen dure, buitenlandse spelers gekocht die voor een impuls moeten zorgen. Zoals in Utrecht, waar afgelopen winter vier nieuwe spelers neerstreken. Zonder rendement.

Bij SC Cambuur en GA Eagles delen ze de visie van Hoogma en Smit. „Als spelers en makelaars hier de Vetkampstraat inrijden op zoek naar een zak geld, mag dat, maar dan mogen ze er aan de andere kant weer uitrijden”, zegt Edwin Lugt, voorzitter van GA Eagles.

Zijn club wil een springplank zijn voor talenten. En dat moet ook wel. Veel geld is er niet in Deventer, waar ze werken met een begroting van zes miljoen euro, ruim twee miljoen lager dan die van Heracles.

„Tegen spelers die met mij komen praten, zeg ik altijd dat ze hier niet veel verdienen. Maar ik geef ze de verzekering dat ze zichzelf kunnen laten zien.” En dat werkt. Nick Marsman, Quincy Promes en Jarchinho Antonia hebben inmiddels de overgang naar grotere clubs gemaakt.

Met Heracles-voorzitter Smit heeft Lugt vaak gesproken over clubs die miljoenen euro’s uitgeven aan middelmatige spelers en zichzelf daarmee in de problemen brengen. Wanbeleid, vinden zij. Hand ophouden bij de gemeente? Uit den boze. Geef niet meer uit dan er binnenkomt. Een stelregel die Jan Smit op het lijf is geschreven. „Hij was vroeger niet voor niets deurwaarder”, zegt Lugt lachend.

De voorzitters van Heracles, Cambuur en GA Eagles hebben gemeen dat ze hun club niet besturen als een bv, maar meer als een familiebedrijf, met veel aandacht voor fans en mensen die zich al jaren inzetten voor de club. De kantinejuffrouw is net zo belangrijk als de voorzitter. „U, jij en ik, wij zijn Heracles”, luidt niet voor niets de slogan van de club.

„Bij clubs uit de regio is de betrokkenheid net wat groter en zit de liefde voor de club nog dieper dan normaal”, verklaart voorzitter Ype Smid het succes van SC Cambuur. „Mede daarom is er vaak ook bestuurlijke rust. Kleinere organisaties als de onze zijn makkelijker te besturen dan grotere clubs, waar iedereen zich overal tegenaan bemoeit.”

Toch weten GA Eagles en SC Cambuur dat het niet makkelijk wordt om één succesvol seizoen in de eredivisie een goed vervolg te geven. GA Eagles eindigde vorig seizoen als dertiende, SC Cambuur een plek hoger. Toen was alles nog nieuw en leuk en hadden ze weinig te verliezen.

„De druk wordt opgevoerd”, erkent Ype Smid. „Supporters komen met hogere verwachtingen naar het stadion. Daar moet je als bestuur mee omgaan. Het belangrijkste is dat je niets doet wat je anders ook niet zou doen. De roep van supporters om nieuwe spelers of een nieuwe trainer mag geen invloed hebben.” Directeur Hoogma van Heracles: „Ik blijf op supportersavonden uitleggen dat we geen topaankopen kunnen doen.”

Hoogma vindt het nog steeds bijzonder dat Heracles het al tien jaar volhoudt. Geen schijn van kans zou de provincieclub maken in de eredivisie en zie Heracles nu eens. Kerngezond en stabiel. „Eén ding verandert er naarmate je langer meedraait en dat is het verwachtingspatroon. De fans verwachten steeds betere prestaties, maar onze begroting is haast gelijk gebleven.”

Toch blijft voorzitter Jan Smit hopen dat zijn grote droom met Heracles nog eens wordt verwezenlijkt: „Na het kampioenschap van de eerste divisie en de bekerfinale willen we ooit Europees voetbal halen.” Nu onbereikbaar, maar de afgelopen negen jaar hebben ze in Almelo bewezen dat niets onmogelijk is.