Sergej heeft geen zin in oorlog

De Russische televisie slaat de oorlogstrom over Oekraïne. Maar op straat is er geen wil om te vechten. De Rus is liever toeschouwer dan deelnemer.

Een stelletje kijkt donderdag naar de smeulende resten van een Oekraïens gevechtsvliegtuig dat net uit de lucht is geschoten, ten noordoosten van Donetsk. Foto AFP

Op de televisie in Rusland is het oorlog. Elke avond denderen strijdtaferelen uit Oekraïne de huiskamers binnen. Het lijkt een prelude op een bijna onvermijdelijke interventie in de Oost-Oekraïense broederregio Donbass, om de Russische separatisten bij te staan tegen het Oekraïense leger. De beelden tonen dode zielen. Tanks en pantservoertuigen. Bange kinderen. Huilende moeders. Brandende en verwoeste huizen. Vluchtelingen. Dat alles is aangesticht door de „fascistische junta” in Kiev en de Amerikanen die Europa voor hun karretje spannen, zo is de consensus op de Russische televisiezenders.

Elke avond vertoont ook president Poetin zich via de televisie aan het volk. Doel: laten zien dat hij bovenop alles zit in Rusland – en daarbuiten. Nu eens bezoekt hij een fabriek en dan weer de boeren van een kolchoz. Elke dag zit hij wel een vergadering voor waar hij zijn ministers tot de orde roept. De president zit er hoofdschuddend bij. Zoveel laksheid en onkunde: moet hij alles zelf doen?

Maar op straat in Moskou hangt geen oorlogszuchtige sfeer. De actualiteit is zelfs niet het allesoverheersende thema. Integendeel.

Dat is het grote verschil tussen Kiev en Moskou. In Kiev worden de cafés gevuld met conversaties over de ‘toestand’. In Moskou gaat het over geld, auto’s en stijgende prijzen. Soms worden jongelui in de bus tot de orde geroepen als ze al te luid in drieletterwoorden spreken. Moskou blijft, ook in oorlogstijd, die chagrijnige stad die het altijd is geweest.

Moskovieten uiten alleen hun opvattingen als je er expliciet naar vraagt. In een grillbar in Moskou drinken en eten Sergej en zijn zoon Andrej. Sergej is navigator geweest bij de luchtmacht van de Sovjet-Unie. Hij komt uit Belaja Tserkov, een stad ten zuiden van Kiev. Een groot deel van zijn familie woont nog steeds in Oekraïne. Zoon Andrej is geboren in Moskou.

Sovjet-consenus

De familiebanden van Sergej lijden onder het Oekraïense conflict. Zelf denken Sergej en Andrej dat vlucht MH17 is neergeschoten door een ongelukje aan Oekraïense legerzijde – het exacte tegendeel van de redenering in Nederland. „Er is daar iets fout gegaan”, zegt Sergej. „Oekraïners zijn niet professioneel genoeg om met die raketinstallaties om te gaan.”

Versies – en vooral de interpretatie wie waar belang bij heeft – zijn in Rusland belangrijker dan de toch al schaarse feiten over de ramp. Over die versies bestaat in Moskou en andere grote steden ongekende eenstemmigheid. Volgens opiniepeilingen weet 82 procent van de stadsbevolking zeker dat de Boeing is neergeschoten door Oekraïners. In de dorpen is men minder stellig. Als het platteland wordt meegenomen, daalt dat landelijke percentage tot 64 procent.

Deze cijfers zijn opmerkelijk. Normaal is de mondaine en arrogante hoofdstad de uitzondering. Maar over Oekraïne heeft de publieke opinie in Moskou en de andere grote steden een even pregnante visie als de provincie.

De stad is niet meer het milieu voor dissidente opvattingen maar gedraagt zich naar het “fenomeen van de Sovjet-consenus”, zegt sociologe Olga Zdravosmyslova, werkzaam bij het onderzoeksinstituut van oud-president Michail Gorbatsjov.

Volgens sociologe Zdravosmyslova ligt dat niet alleen aan het feit dat de televisiedichtheid in de stad het hoogst is en dat 80 procent daar haar informatie aan de beeldbuis ontleent. Het ligt ook aan de „scherpte van het migrantenprobleem” in met name Moskou. „De stedelingen voelen het ‘Russische vraagstuk’ meer en zien de strijd van de rebellen als verdediging van hun eigen Russische belangen.”

Kijkerssolidariteit

Verder gaan ze echter niet. Zoals de meeste burgers zich geen deel voelen van de staatsmacht maar zichzelf zien als toeschouwers in hun eigen maatschappij, zo beperken ze rond Oekraïne ook tot „kijkerssolidariteit”, zegt de sociologe. „Deelnemers-solidariteit” is niet aan hen besteed.

De cineast Andrej Zvjagintsev, regisseur van de in Cannes bekroonde maar in Rusland niet vertoonde film Levithian, verklaart de discrepantie tussen het televisiebombardement en het gangetje op straat zo: „Dat is de levenswijze van de Russen. De Rus denkt dat zijn mening weinig tot geen invloed heeft op de realiteit. De zwijgende meerderheid, het cement van elke maatschappij, gelooft niet dat er naar haar wordt geluisterd.”

In de grillbar komt die houding tot uiting. Eigenlijk vindt Sergej de schuldvraag vrij onbeduidend. Belangrijker is het lot van een neef die in dienst van het Oekraïense leger gewond is geraakt in de frontlinie bij Loegansk. Hoe kon die neef zo stom zijn zich bij de militairen te melden. Dat is het toch niet waard?

Net als hun landgenoten steunen Sergej en Andrej het grote verhaal van de televisie. En net als de rest van het volk willen ze dit woord niet in daad omzetten. Ze hebben wel wat beters te doen. Bijvoorbeeld met vakantie naar Europa, volgens Russen een van de weinige verworvenheden van de ondergang van de Sovjet-Unie. Die reizen staan wel onder druk: onlangs is het geheime dienstmannen, militairen en politieagenten verboden om zonder toestemming naar het buitenland te gaan. Ongeveer de helft (51 procent) van de Russen is tegen de maatregel.

Maar dat reizen betekent niet automatisch dat de vakantiegangers zich laten verleiden door Europese waarden, zegt socioloog Olga Zdravomyslova. Die waarden laat de doorsnee Rus, die zich geen deel voelt van de verheven intelligentsia, „onverschillig”. Ook buiten Rusland is die gewone Rus liever toeschouwer dan deelnemer.