Russische sancties kosten Europese banen

Voedingsproducenten die aan Rusland leverden moeten op zoek naar nieuwe afzetmarkten. Lukt dat niet lukt, dan volgen ontslagen.

Foto Hollandse hoogte

Het zoeken naar alternatieven is begonnen. Europese levensmiddelenproducenten bekomen langzaam van de schrik die ze donderdag opliepen toen Rusland de import van de meeste voedings– en landbouwproducten verbood. Maar de alternatieven liggen niet voor het oprapen, zoveel wordt ook duidelijk.

ING meldde gisteren dat de Russische sancties in Nederland mogelijk 10.000 banen kunnen kosten. Het directe effect doordat goederen niet aan Rusland geleverd kunnen worden zal beperkt zijn, zegt ING, maar door de marktverstoring zullen er grote gevolgen zijn voor de werkgelegenheid in de landbouw, de voedingsmiddelenindustrie en delen van de transportsector en de groothandel, aldus de bank.

De totale Russische vraag aan importgoederen uit Nederland bedraagt 3,7 miljard euro per jaar. Dit komt niet allemaal rechtstreeks uit Nederland. Bedrijven uit Nederland leveren bijvoorbeeld grondstoffen aan Duitse fabrikanten die weer aan Rusland leveren. Duitsland verwacht dat de export naar Rusland dit jaar met eenvijfde zal afnemen.

Bedrijven staan nu voor de keus hoe ze zich moeten aanpassen. Een nieuwe afzetmarkt zoeken? Of de productie stopzetten? In het laatste geval kan dat volgens de bank dus 10.000 banen kosten.

Belangrijke keuzes

De groente- en fruitteeltsector roept ondertussen de politiek op tot compensatie voor eventueel geleden schade. Nederlandse vrachtwagens met groente en fruit werden donderdag al voor de Russische grens tegengehouden. Omdat hun waar snel bederft, hebben zij amper tijd om te reageren. Het maakt hun probleem acuut.

Wie naar omvang kijkt, concludeert dat de kaassector het grootste probleem heeft. Zij exporteert het meest naar Rusland, voor zo’n 276 miljoen euro per jaar. Dat is het leeuwendeel van de totale zuivelexport naar Rusland, jaarlijks 301 miljoen euro. Zuivelfabrikanten hebben meer tijd om te reageren dan de groente- en fruittelers, omdat hun waar minder snel bederft. Toch staan ook zij voor belangrijke strategische keuzes.

Het Deense zuivelbedrijf Arla, bekend van onder meer de witte kaas van Apetina, is donderdag meteen gestopt met alle productie die voor Rusland bestemd is. Dat is vooral kaas en boter. „We verwachten 50 tot 75 man te moeten ontslaan”, zegt een woordvoerder. Arla produceert jaarlijks voor 134 miljoen euro voor de Russische markt.

Arla had de afgelopen jaren flink ingezet op Rusland als groeimarkt. Het bedrijf zag de omzet daar verdrievoudigen, is marktleider in Rusland met de witte kaas en wil verder groeien. Maar nu moet het bedrijf hard op zoek naar nieuwe klanten en een nieuwe „structurele afzetmarkt”, aldus de woordvoerder.

Een goed netwerk is essentieel

„Nederlandse zuivelbedrijven zijn meteen gaan nadenken over alternatieven”, zegt Tjeerd de Groot. Hij is directeur van de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO), de belangenbehartiger van de zuivelsector. „Als je naar 160 landen exporteert, horen handelsproblemen er een beetje bij.”

Kaas is, zo zegt hij, redelijk te bewaren. De sector heeft daardoor een paar maanden om alternatieven te bedenken. Veel bedrijven zullen op zoek gaan naar nieuwe afzetmarkten. Een goed netwerk is, volgens De Groot, dan essentieel. „Je kunt makkelijker bouwen op relaties die je al hebt.”

Volgens Sieta van Keimpema, vice-voorzitter van de lobbyorganisatie European Milk Board, zullen fabrikanten die alleen kaas maken eerder problemen hebben dan zij die ook andere soorten zuivel produceren. Zij kunnen moeilijk omschakelen naar een ander product. Van Keimpema: „FrieslandCampina kan melk die voor kaas bedoeld is ook gebruiken om babymelkpoeder te maken.” Dat staat niet op de sanctielijst.

Er zal meer aanbod van kaas op de Europese markt komen, waardoor de prijzen zullen dalen. Maar dat effect zal misschien niet meteen voor iedereen optreden, denkt NZO-directeur De Groot, omdat de kaasmarkt veel met langetermijncontracten werkt.

Sieta van Keimpema verwacht dat de problemen van Nederlandse melkboeren volgend jaar nog zullen toenemen omdat de melkquota in de EU dan worden opgeheven. Veel boeren waren al bezig met het bijbouwen van stallen, om dan meer te kunnen produceren. Zij verwachten dat dit nodig is omdat de prijzen zullen dalen.

Sluiproutes via Zwitserland

En dat terwijl een belangrijke markt, de Russische, is afgesloten. Al zijn er volgens Van Keimpema sluiproutes om toch Rusland binnen te komen. Zij denkt dat Zwitserland een belangrijke kan worden.

Omdat Zwitserland geen lid is van de EU, gelden de sancties niet voor Zwitserse producten. Dat biedt kansen voor bedrijven. Drie jaar geleden zijn de afspraken met de EU over de import van zuivel flink verruimd, en dat kan nu van pas komen. Volgens Van Keimpema is het makkelijk om te sjoemelen met de herkomst van het product. Kaas kan worden verkocht aan Zwitserland en als Zwitserse kaas doorverkocht aan Rusland. Een filmscenario of realistisch? Van Keimpema: „Als je een jaartje meeloopt in de handel, maak je je geen illusies meer.”

Arla maakt zich ook geen illusies over de handel met Rusland. In het laatste jaarverslag schreef het bedrijf al dat ze „rekening moeten houden” met een „eventueel importverbod”. In Rusland opende Arla vorige maand een fabriek, bedoeld om ook daar kaas te maken. Arla wil de productie voor de Russische markt naar Rusland zelf verplaatsen. Door die nieuwe fabriek zal er, ondanks de sancties, voor een kleinere groep Russen dus alsnog Apetina-kaas zijn.

Ook sommige Nederlandse kaasmakers hebben op sancties geanticipeerd. Zij beperkten hun melkinkoop al maanden geleden, wachtend op een prijsdaling. „Zij zitten nu voor een dubbeltje op de eerste rang”, zegt Van Keimpema. „Je kon dit zien aankomen. Dat iedereen nu heel erg verbaasd is over de sancties vind ik onnozel.”

    • Hanneke Chin-A-Fo
    • Tim Wagemakers