Rouwen en trouwen – een bijzondere combinatie

Op begraafplaats Crooswijk in Rotterdam. ‘Je leven krijgt zin door wat je betekent voor je familie, vrienden, collega’s, de gemeenschap.’ Foto Walter Herfst

„Ik heb een keer in een doodskist gelegen. Dat komt: mijn dochter werkte als uitvoerend producent aan een tv-serie. Ze belde me: ‘Heb je zaterdag iets te doen? Ik zoek een lijk.’ Ik moest in een kist liggen, terwijl drie ex-geliefden boven mijn hoofd ruzie stonden te maken.

„Het is een jaar of tien geleden. De dood voelde toen nog ver weg. Nu is dat anders. Ik ben gezond, gelukkig, ik kan doen wat ik wil.

„Tegelijk besef ik dat mijn einde zomaar opeens nabij kan zijn. Dat maakt allerlei vragen in me los. Hoe kijk ik op m’n leven terug? Hoe zou ik wel en niet willen sterven? Hoe bereid ik mijn naasten voor op de tijd dat ik er niet meer ben, op een manier dat zij er vrede mee kunnen hebben?

„Mijn kinderen weten dat er een map in mijn computer staat met allerlei praktische dingen die ik aan hen overdraag. Ik heb aardig wat boeken, waaronder ook wat kostbare exemplaren. Die staan in een kast achter glas, zodat ze niet zomaar naar de eerste de beste opkoper gaan.

„Ik ben gepensioneerd nu, de jaren gaan tellen. Dat brengt, denk ik, sowieso de nodige reflectie met zich mee. Voor mij komt daarbij dat ik sinds vier jaar uitvaartspreker ben. Zo’n veertig toespraken heb ik nu gehouden bij begrafenissen en crematies. Ik kom bij nabestaanden thuis, ik hoor de levensverhalen van de overledenen. Dat stemt ook tot nadenken over mijn eigen leven en ervaringen.

„Toen ik m’n 65-ste jaar in zicht kreeg, dacht ik: ik wil wel actief blijven in de maatschappij, iets terug doen voor de samenleving waarin ik zelf zo veel kansen heb gehad. Een vriend vroeg mij in die jaren of ik de eindredacteur wilde zijn van een tijdschrift over kunst en literatuur dat hij had opgericht.

„Ik hou van lezen, ik schrijf graag, het leek me wel wat. Maar het was een ellendige ervaring. Ik zat in de redactie met een paar dichters, kunstenaars, een hoogleraar. Wat een bonje konden die met elkaar maken! Over de vraag of poëzie ’open’ of ’gesloten’ moest zijn, wat voor mij neerkwam op het verschil tussen begrijpelijke en onbegrijpelijke gedichten... Echt knetterende ruzie, heel onaangenaam. Ik ben eruit gestapt, ik heb er een vriend aan verloren.

„Een andere vriend was voorzitter van de Stichting Humanistische Uitvaartbegeleiding. Hij zei: ’Ik zoek uitvaartsprekers in Zuid-Holland. Is dat iets voor jou?’

„Ik ben naar een informatiedag in Den Bosch gegaan. Ik hoorde mooie verhalen van ervaren sprekers, over hoe ze nabestaanden tot steun kunnen zijn, hoe ze kunnen helpen iets moois te maken van een afscheid.

„Ik dacht meteen: ja, dit lijkt me wel wat. Vrienden aan wie ik het vertelde, konden ’t maar moeilijk begrijpen: ’Wist je niks leukers te verzinnen?’

„Twee weekenden ben ik getraind in een conferentieoord in het bos. Dan krijg je les, hoor je hoe je dit werk moet aanpakken. En je krijgt oefeningen. De eerste was: ’Houd een speech op je eigen begrafenis.’ Ik heb gezegd dat ik met voldoening op m'n leven kan terugkijken’, maar dat ik ook fouten heb gemaakt en mensen teleurstellingen heb bezorgd.

„Na het weekend liet ik de tekst aan mijn dochter lezen, die zei: ’Je verhaal had best wat concreter en persoonlijker mogen zijn.’ Kijk, daar leer je van.

„Als uitvaartspreker probeer je iemands levensloop te schetsen en je zoekt naar een thema, een rode draad. Ook probeer je een diepere laag aan te boren, iets van een humanistische visie hoort er ook wel in, maar dat is afhankelijk van hoe familieleden zelf in het leven staan.

„Vaak word je gevraagd door mensen die niet gelovig zijn, die zelf geen toespraak kunnen of willen houden en toch iets moois van een uitvaart willen maken. Soms word je ingeschakeld als de neutrale buitenstaander, omdat er conflicten zijn en nabestaanden elkaar zo veel mogelijk uit de weg gaan. Dan moet je in je toespraak echt op eieren lopen.

„Zelf ben ik niet-gelovig opgevoed. Mijn vader was van huis uit katholiek, mijn moeder protestants. Vriendjes moesten op zondag naar de kerk. Als ik thuis vroeg: ’Bij welke kerk horen wij eigenlijk?’, dan zei mijn moeder: ’Bij geen enkele, wij zijn niks.’

„Ik heb dat altijd een beetje kaal gevonden. Nee, ik ben niet gelovig, ik ben geen theïst. Maar dat maakt me nog niet tot een atheïst: ik vind het niet fijn om levensbeschouwing te ontlenen aan de ontkenning van iets, dat is me te negatief.

„Maakt dit me dan automatisch tot humanist? Het ligt eraan hoe je invulling geeft aan dat woord. Voor mij staat medemenselijkheid centraal. Een mensenleven krijgt zin door wat het betekent voor z’n familie, vrienden, collega’s, de gemeenschap. Om die betekenis eraan te kunnen geven, heb je bepaalde waarden nodig: je talenten willen ontplooien om anderen behulpzaam te kunnen zijn, kunnen genieten, kunnen troosten.

„Sinds ruim een half jaar sluit ik ook huwelijken, hier in Rotterdam. Rouwen en trouwen - een bijzondere combinatie. Er zit meer overlap in dan ik vooraf dacht. Natuurlijk, de sfeer bij een huwelijk is totaal anders dan een uitvaart. Maar het ene is niet per definitie lichtvoetiger dan het andere.

„In beide gevallen praat ik vooraf uitgebreid met de familie of met het bruidspaar. Dan krijg ik de meest uiteenlopende verhalen te horen. Ook een huwelijk kan soms zwaar beladen zijn. Vaak zijn mensen al heel lang bij elkaar voordat ze gaan trouwen; het huwelijk kan dan de afsluiting zijn van een diepe relatiecrisis. Soms trouwen mensen omdat een van de partners nog maar heel kort te leven heeft - ook dat heb ik meegemaakt.

„Zelf ben ik volwassen geworden in die wilde jaren 60 van vrijheid, blijheid, waarin de kerken leeg stroomden en velen het huwelijk te braaf en te burgerlijk vonden. Uit ervaring kan ik nu zeggen: de rituelen bij trouwen en sterven zijn weer helemaal terug. Mensen geven er zelf vorm, op veel verschillende manieren, maar wel als variatie op hetzelfde thema: samen iets moois maken van bijzondere momenten in het leven. Ik vind het bijzonder dat ik bij die rituelen een rol mag spelen.”