Obama, realist én idealist, neemt risico

Het einddoel is vaag. De tegenstander sterk. De onzekere factoren talrijk. Toch koos Obama dit keer snel voor militaire actie. Met grote risico’s.

Vluchtelingen voor de IS in de provincie Sulaimaniya (boven). Gevluchte christenen in een kerk in Erbil (onder). Foto Reuters, AP

Met de luchtaanvallen vrijdag in Irak is Barack Obama de vierde Amerikaanse president op rij die een militair offensief begint in Irak. De reden voor de aanvallen, zei een woordvoerder van Buitenlandse Zaken , is dat „een politieke oplossing onmogelijk is”. De dreiging van genocide in Noordwest-Irak is te acuut om te negeren en IS is te radicaal om mee te onderhandelen.

Bij vorige dilemma’s draalde Obama eindeloos, maar donderdagnacht koos hij snel voor militaire actie. De opmars van IS in Irak was sinds juni enigszins tot staan gebracht, maar deze week braken de sunnitische jihadisten door richting Erbil. Tienduizenden yezidi’s werden een berggebied ingejaagd. Zij konden geen kant meer op en dreigden massaal te sterven.

Obama koos voor de tweede keer in zijn presidentschap voor „humanitaire interventie” – militaire middelen om een humanitaire ramp te voorkomen. Het voedsel en water dat naar de yezidi’s is gestuurd, moet duidelijk maken dat in deze operatie ‘humanitair’ vooropstaat.

De eerste keer dat Obama voor humanitaire interventie koos, was in 2011, toen troepen van de Libische heerser Gaddafi de stad Benghazi dreigden in te nemen. Amerika deed mee aan NAVO-luchtaanvallen, die uiteindelijk hielpen Gaddafi af te zetten.

De dreigende „genocide” op de yezidi’s was een belangrijke reden om voor gewapend ingrijpen te kiezen, zei Obama. Daarbij: Amerikaanse belangen staan op het spel, want in Erbil en Bagdad zijn veel Amerikanen gevestigd.

Obama volgde de redenering van zijn VN-ambassadeur Samantha Power, groot voorstander van humanitaire interventie. In haar boek A Problem From Hell (2002) schrijft ze dat Amerika in de jaren negentig te vaak heeft weggekeken bij genocide, zoals in Rwanda. Genocide betekent volgens haar niet per se dat er miljoenen levens bedreigd worden. Het gaat erom dat een cultuur met wortel en tak dreigt te worden uitgeroeid.

Obama heeft eerder in zowel Syrië als Irak gekozen voor terughoudendheid. Hij besloot de rebellen niet voluit te steunen in hun strijd tegen de Syrische president Assad. Toen IS in juni spectaculaire winst boekte in Irak, zond hij alleen adviseurs.

Obama, schreef hoofdredacteur David Remnick van The New Yorker, is op buitenlands gebied een realist die een idealist zou willen zijn. Hij ziet risico’s en wil deze vermijden. Maar hij wil ook ingrijpen als hij onrecht ziet. Hij bewondert zowel een realist als George Bush sr. als de idealist Samantha Power.

Er zijn talloze redenen te bedenken waarom Obama dit militaire avontuur níet zou willen aangaan. Hij weet dat een oorlog uitstappen vele malen moeilijker is dan er instappen. Een medewerker van Buitenlandse Zaken zei op een briefing dat IS een goed georganiseerd leger is en geen groepje amateurs. IS verslaan is moeilijk, omdat de groep zich al op een enorm grondgebied heeft genesteld.

De einddoelen van de operatie zijn vaag. Obama zal aanvallen zodra Amerikanen in Erbil bedreigd worden of een massaslachting dreigt. Omdat er geen duidelijk doel is gesteld, heeft Obama zich mogelijk gecommitteerd aan een jarenlange militaire operatie.

Een reden om in juni niet in te grijpen, was de corruptie in Bagdad. Premier Maliki, een shi’iet, heeft met geweld en vriendjespolitiek de woede onder de sunnitische minderheid versterkt. Nu in een oorlog stappen, betekent dat Amerika Maliki steunt. Obama wil juist dat hij aftreedt en er een regering van nationale eenheid komt. Maliki verzocht deze week om Amerikaanse luchtsteun. Obama honoreerde dat. Amerikaanse regeringsmedewerkers herhalen dat de Iraakse regering moet hervormen, maar de druk lijkt wat van de ketel.

Obama heeft, in tegenstelling tot in Libië, geen internationale coalitie achter zich. In Libië speelde Amerika bewust een rol op de achtergrond, mede om anti-Amerikaanse sentimenten in de Arabische wereld niet aan te wakkeren. Deze strategie kreeg de naam: leading from behind, leiden vanuit de achterhoede. Maar militair staat Amerika er nu nog alleen voor.

Belangrijk is ook Obama’s erfenis. Hij beëindigde de oorlog in Irak in 2011 (overigens abrupter dan hij had gewild, door een conflict met Maliki). Hij werd gekozen met de belofte na een decennium van oorlog de soldaten weer thuis te brengen. Die belofte staat nu op het spel.

In een jaar met tussentijdse verkiezingen moet Obama bovendien een oorlogsmoe electoraat overtuigen. De risico’s zijn, ook op binnenlands gebied, enorm. Opmerkelijk is wel dat de eerste dag vrijwel alleen bijval te horen was, zowel van Republikeinse als Democratische leiders.