Nu vooral niets stoms meer doen

De crisis in Oekraïne lijkt opvallend veel op de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, schrijft Niall Ferguson. De isolerende sancties tegen Rusland zijn in dat licht een blunder. Meer misrekeningen van die orde kunnen een catastrofe tot gevolg hebben.

Foto World History Archive

Er is een eeuw verstreken sinds de kanonnen van augustus 1914 met een oorverdovende knal een einde maakten aan het tijdperk van de Europese overheersing. Zou zo’n ramp zich in onze tijd nog eens kunnen voordoen?

De volgorde van de gebeurtenissen sinds het Maleisische vliegtuig MH17 boven Oost-Oekraïne werd neergeschoten, heeft opvallend veel weg van de gebeurtenissen die volgden na de moord op de Oostenrijkse aartshertog Franz Ferdinand in juni 1914. Net als toen begint de crisis met een terreurdaad die de steun heeft van een staat. Net als toen kiest Rusland de kant van de onruststokers. Zelfs het Nederlandse verzoek om toegang te krijgen tot de plek waar zoveel van haar onderdanen zijn omgekomen, doet denken aan het Oostenrijkse ultimatum aan Servië.

Net als toen wordt het bezit van een schijnbaar onbelangrijk gebied in Oost-Europa betwist. In 1914 was dit Bosnië-Herzegovina, vroeger een provincie van het Turkse rijk, in 1908 ingelijfd door Oostenrijk-Hongarije, maar opgeëist door de voorstanders van een verenigde Zuid-Slavische staat. Nu hebben we niet alleen de inlijving van de Krim door Rusland, maar ook de mogelijke afscheiding van Oekraïne van Donetsk en Loegansk, waar pro-Russische separatisten onafhankelijke ‘volksrepublieken’ hebben uitgeroepen.

En net als toen escaleert de crisis nu. Al voordat MH17 werd neergehaald, hadden de Verenigde Staten de sancties tegen Rusland aangescherpt. Deze week zijn de VS en de EU beide nog een stap verdergegaan: de sancties betreffen nu niet enkel afzonderlijke personen en specifieke bedrijven, maar hele sectoren van de Russische economie. Hoe strenger de economische beperkingen, hoe meer president Vladimir Poetin in het nauw wordt gedreven. In feite stelt het Westen hem nu voor de keuze tussen capitulatie – beëindiging van zijn steun aan de separatisten – of escalatie – om te voorkomen dat ze worden verpletterd door de troepen van de regering in Kiev. De eerste mogelijkheid bestaat niet voor een man als Poetin.

De crisis van juli 2014 lijkt dan ook onheilspellend. Op zijn minst is nu de hoop vervlogen dat een post-Sovjet Rusland vreedzaam geïntegreerd zou kunnen worden in een westerse wereldorde op basis van een vrije markt en democratie. Wat begon als een lokaal probleempje in Oost-Oekraïne zou in het ergste geval kunnen exploderen tot een veel grotere strijd om de heerschappij in Europa.

Hoe is bij deze dreigende storm dan de schijnbare kalmte van de financiële markten te verklaren? De schuld ligt bij de historici. Voor hen die zich op het standpunt stellen dat WOI is voortgekomen uit de verschillende pathologieën van het vroeg-twintigste-eeuwse Europa, zoals het imperialisme, militarisme, nationalisme en de geheime diplomatie, is de huidige crisis geen reden tot zorg. Hedendaagse Europeanen hebben het imperialisme afgezworen, hebben zich nagenoeg ontwapend, voelen zich ongemakkelijk bij nationalisme en bedrijven hun diplomatie via Twitter in plaats van geheime telegrammen.

Nog zelfgenoegzamer zijn zij die alle schuld voor 1914 per se bij Duitsland willen leggen. In bijna elk opzicht is hun leider bondskanselier Angela Merkel de historische tegenpool van Kaiser Wilhelm II: vrouw, democratisch gekozen, uiterst voorzichtig en bijna komisch terughoudend als haar de vraag wordt gesteld waarop ze als Duitse trots is. („Onze goed sluitende ramen”, zei ze tegen Bild. „Geen enkel ander land kan zulke goed sluitende en mooie ramen maken.”)

Maar de verhalen die de afgelopen honderd jaar door historici zijn gesponnen, moeten behoedzaam worden behandeld. Of ze de schuld nu bij de ‘ismen’ of bij de Duitsers leggen, het merendeel van de academische verklaringen voor de Eerste Wereldoorlog lijdt aan een fundamentele fout. De diepgewortelde oorzaken die ze voor deze oorlog aanwijzen, lijken door tijdgenoten grotendeels te zijn gemist, want voor hen kwam– op een enkele uitzondering na – de oorlog als een volslagen verrassing.

Aan het begin van het jaar 1914 keek The New York Times uit naar een „groeiende toenadering tussen Duitsland, Frankrijk en Engeland” inzake de Balkan. In Duitsland wezen „alle tekenen” intussen op „talrijke conflicten in het komende jaar tussen de regering... en de Sociaal-Democratische Partij”. Er waren plannen voor een internationale conferentie in New York ter viering van ‘100 jaar vrede tussen de Engelssprekende volkeren’.

Tot de best geïnformeerden ter wereld in 1914 behoorden de bankiers van de Londense City, die in het geval van een wereldoorlog beslist veel geld zouden verliezen. Toch blijkt uit de correspondentie van de Rothschilds, toen de machtigste financiële dynastie ter wereld, een onvermogen om de schaal van de wereldbrand te voorzien. Zoals The Economist meldde, zag de financiële wereld pas op 31 juli – toen de gevechten al waren begonnen – „in een flits de betekenis van de oorlog”.

Het is inmiddels een gemeenplaats dat de luchtige financiële markten van dit moment geen acht slaan op de stroom aan slecht nieuws uit het Midden-Oosten en Oost-Europa. Maar dat wil niet zeggen dat dit nieuws eigenlijk helemaal niet zo slecht is. New York en Londen waren even blasé over de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog. Pas drie weken na de moord in Sarajevo begon de Londense Times eens over de mogelijkheid dat een Europese politieke crisis tot financiële instabiliteit zou kunnen leiden. Negen dagen later sloot de effectenbeurs haar deuren, overstelpt door paniekverkopen toen opeens de werkelijkheid van een wereldoorlog tot de beleggers doordrong. Laat niemand u geruststellen dat deze crisis al wel is ‘ingecalculeerd’. Niemand had de kanonnen van augustus 1914 ingecalculeerd.

Dit zou niet alleen historici aan het denken moeten zetten. Als grote historische gebeurtenissen soms oorzaken kunnen hebben die voor tijdgenoten te klein zijn om op te merken, zou er dan op dit moment niet net zo’n crisis in de maak kunnen zijn? Waarom precies is onze julicrisis anders? Omdat we nu de Verenigde Naties en andere internationale instellingen hebben? Nauwelijks: met Rusland als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad kan die instelling in deze crisis geen kant op. Omdat we nu een Europese Unie hebben? Zeker, dat neemt het risico weg dat een West-Europees land openlijk de kant van Rusland zou kunnen kiezen, zoals Frankrijk en Groot-Brittannië in 1914 deden, maar het heeft de EU-leden met een aanzienlijke energie-invoer uit Rusland niet weerhouden om zich met hand en tand tegen strengere sancties te verzetten.

En hoe staat het met de rol van de mondialisering als oplosmiddel voor internationale conflicten? Helaas, precies datzelfde argument had honderd jaar geleden kunnen worden aangevoerd (en in zijn boek The Great Illusion deed Norman Angell dit in 1910 ook). Een zeer hoge mate van onderlinge economische afhankelijkheid maakt landen niet altijd immuun voor een oorlog tegen elkaar.

Ik hoor vaak dat het bestaan van kernwapens de kans op een wereldoorlog in onze tijd heeft verminderd. Maar al zou dit waar zijn, dan gaat het hier zeker niet op. Bij hun afwegingen over sancties hebben de Europese leiders geen moment stilgestaan bij het enorme Russische overwicht aan raketten en kernkoppen.

Een beter antwoord houdt verband met het evenwicht tussen de conventionele strijdmachten – en het evenwicht in de wil om ze te gebruiken. Sinds het einde van de Koude Oorlog hebben de Europeanen onmiskenbaar hun bewapening verminderd en ze zijn nu niet meer in staat oorlogen te voeren zonder hulp van de VS. En belangrijker nog: de Europese volken is de lust tot oorlog vergaan.

Een eeuw geleden steunde de overgrote meerderheid van de Britten de stelling van de regering dat de Duitse schending van de Belgische neutraliteit een legitieme casus belli was. En nu? Ook na het neerhalen van MH17 zou maar een op de tien Britse kiezers voor de inzet van westerse troepen zijn om Oekraïne tegen Rusland te verdedigen. De fundamentele asymmetrie in de Oekraïense crisis is dat het Kremlin in staat en bereid is om militair geweld te gebruiken en dat de Europeanen – en ook de Amerikanen, trouwens – niet verder dan economische sancties willen gaan.

Toch is er een nog betere manier om het verschil tussen 1914 en 2014 te verklaren – en wel door te erkennen dat wat er honderd jaar geleden gebeurde op zichzelf ook een heel onwaarschijnlijke ramp was, die berustte op een hele reeks diplomatieke en militaire misrekeningen. Een (historisch gezien ongebruikelijke) illustratie biedt het gebruik van computersimulaties om de crisis van 1914 nog eens te doorlopen, iets wat nu mogelijk is dankzij het spel ‘Making History: The Great War’. Net als het eerdere ‘The War of the World’ van Muzzy Lane, waarin de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog konden worden nagespeeld, maakt dit spel duidelijk dat de mensen die de beslissingen nemen niet in de greep van grote, onpersoonlijke krachten zijn, maar zinvolle strategische keuzen kunnen maken. Het is heel goed mogelijk om de julicrisis van 1914 meermaals te doorlopen en niet met een wereldoorlog te eindigen.

De echte les van de geschiedenis is dat een kleine crisis over een stuk derderangs Oost-Europees onroerend goed alleen tot een mondiaal conflict zal leiden als de mensen die de beslissingen nemen een hele reeks blunders maken. Ik vind het beslist een blunder om Poetin door middel van sancties in een hoek te drijven die hem geen andere keus laat dan zwichten of vechten. Maar de prijs voor die blunder – aangenomen dat er geen MH17’s meer volgen – zal voornamelijk door de Oekraïense bevolking worden betaald. De blunders van een eeuw geleden leidden tot de dood van ruim tien miljoen veelal jonge mannen, afkomstig uit de hele wereld.

Laat bij deze herdenking van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vooral niemand in die hardnekkige leugen trappen dat hun ‘offer’ noodzakelijk en nobel was. Integendeel, deze oorlog kan het beste worden opgevat als de grootste fout uit de moderne geschiedenis. Afgelopen juni verraste president Obama journalisten aan boord van Air Force One met de formulering van de nieuwe doctrine voor zijn buitenlands beleid: Don’t do stupid shit. Geen stomme onzin uithalen. De les van de geschiedenis is – vrij naar Donald Rumsfeld – dat stupid shit happens.

    • Niall Ferguson