Leiderschap volgens Warren Bennis

Vorige week overleed Warren Bennis. Een van de grote denkers op het gebied van leiderschap. Hij werd 89. Bennis adviseerde staatshoofden, directies van grote ondernemingen en – via colleges, boeken, artikelen en interviews – honderdduizenden leiders en managers overal ter wereld. Wat mij vooral boeit in zijn werk: de grote aandacht voor iets waaraan het, volgens Bennis, bij veel mensen juist ontbreekt. Karakter. „Leiderschap is karakter in actie.”

Bennis was een onverholen idealist. Iemand die zijn academische werk gebruikte om leiders op te roepen zich in te zetten voor mens en maatschappij. Iemand die ‘leiderschap’ zag als iets kostbaars en het woord daarom reserveerde voor wat de meeste anderen ‘goed’ of ‘geweldig leiderschap’ zouden noemen.

Zijn onderzoek bestond primair uit talloze gesprekken met leiders in allerlei maatschappelijke geledingen. Van president Kennedy tot astronaut Armstrong.

Bennis zag een paar overeenkomsten. Goede leiders hebben een heldere toekomstvisie en committeren zich daaraan. Ze zijn bovendien in staat om dat beeld over te brengen op anderen en helpen hen op een hoopvolle, optimistische manier naar de wereld te kijken. Daarnaast zijn goede leiders betrouwbaar: ze gaan zelf voorop, zijn consequent en houden vast aan hun visie. Goede leiders zijn ten slotte sterk in zelfsturing. Ze ontwikkelen zich doelgericht, leren van hun eigen falen en zijn in staat ook goed te functioneren zonder de goedkeuring of erkenning van anderen.

Bennis kwam altijd weer terug op deze persoonlijke aspecten. Het draaide voor hem niet om trucs om anderen te laten doen wat jij wilt. Juist niet. Leiderschap gaat allereerst over de vraag: wie wil je zijn als mens? Bennis stelde persoonlijke ontwikkeling gelijk aan leiderschapsontwikkeling. De vorming van je karakter, daar gaat het om.

Essentieel daarvoor is integriteit. „Een leider liegt nooit tegen zichzelf. Vooral niet over zichzelf. Hij kent zijn tekortkomingen, net als zijn sterke punten, en doet er iets mee.”

Bennis’ idealisme was volgens hemzelf terug te voeren op zijn levensloop. Hij groeide op in een Joods arbeidersgezin in New Jersey tijdens de zware economische crisis van de jaren dertig. Zijn interesse in leiderschap werd gewekt toen hij als 19-jarige luitenant een infanteriepeloton aanvoerde in de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog studeerde hij bij de fameuze hoogleraar Douglas McGregor, een van de eerste pleitbezorgers van mensgericht, democratisch management.

Door zijn onderzoek en eigen ervaringen raakte Bennis ervan overtuigd dat karakter en leiderschap primair worden gesmeed door beproevingen en tegenslagen. Dat een crisis of een oorlog, zoals zijn generatie had ervaren, mensen dwingt om verder te kijken dan hun eigen kleine persoonlijke belangen.

Bennis was de laatste decennia niet optimistisch over de ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Hij signaleerde te veel corruptie, zelfverrijking en aandacht voor winst op de korte termijn. Veel managers die meededen met de rest, en maar weinig echte leiders die een tegengeluid lieten horen.

De huidige economische crisis beschouwde Bennis als een vriendelijke geste van de geschiedenis. Hij zag die als een vuurproef. Bedoeld om een nieuwe generatie leiders te louteren. Om hen te helpen weer oog te krijgen voor echt belangrijke zaken. Voor hun eigen karakter. Voor de wereld om hen heen. En de relatie tussen beide.

    • Ben Tiggelaar