Kans op vrede zag ik hier nooit

Toen Leonie van Nierop drie jaar geleden als correspondent naar Israël ging, hing er hoop in de lucht. Zij zag de situatie in Israël en in Palestina flink verslechteren.

In Tel Aviv hing in de zomer van 2011 hoop in de lucht. Op de lommerrijke Rothschild Boulevard was spontaan een tentenkamp opgezet om te protesteren tegen de hoge kosten voor levensonderhoud. De wekelijkse demonstraties trokken op hun hoogtepunt, nu drie jaar geleden, bijna een half miljoen Israëliërs. ’s Nachts zaten de demonstranten met gitaren in de tropische hitte tussen hun koepeltentjes op de boulevard. Ze zongen John Lennon, ‘Power to the people’.

Bij de demonstraties stond ook Irit Halpering, een Joodse psychologe die al dertig jaar demonstreerde tegen oorlog en de bezetting van de Palestijnse gebieden. Dat is de oorzaak van de economische malaise, aldus Halpering. „Als je veel uitgeeft aan defensie, houd je weinig over.” Ze was de enige vredesactivist. Maar ze stond er. Met een groot bord in de ene hand, haar kleindochter in de andere.

Inmiddels telt Israël het hoogste armoedecijfer van alle ontwikkelde landen. Geen Israëliër gelooft nog dat de politiek naar de straat luistert. De afgelopen drie jaar stierven bijna 100 Israëliërs en meer dan 2.200 Palestijnen als gevolg van het conflict. In Tel Aviv worden vredesdemonstranten tegenwoordig in elkaar geslagen.

Voor mijn vertrek naar Israël als correspondent vroegen collega’s me waarom zo’n jonge journaliste zich volledig wilde toeleggen op zo’n belegen conflict, waarin toch nooit iets veranderde. Hun verwondering bleek in zekere zin terecht; kans op vrede zag ik hier nooit. Maar stilstaan deed het hier bepaald niet. Ik heb de situatie in Israël en in Palestina in drie jaar tijd danig achteruit zien gaan.

Israël verkrampt

De hoop op economische en politieke verandering verdween snel na de verkiezingen van vorig jaar. De nieuwkomer Yair Lapid die de demonstranten van Rothschild beterschap beloofde, schopte het met zijn ‘Er is Toekomst’ tot de op een na grootste partij van het land. De oud-journalist, die ooit was uitgeroepen tot meest sexy Israëliër, werd minister van Financiën. En toen verhoogde hij de belastingen, terwijl de prijzen stegen. Het vertrouwen in de politiek daalde navenant.

Ook de gematigde Tzipi Livni nam met een nieuwe partij deel aan de zeer rechtse regering onder leiding van premier Netanyahu. Dit deed ze op voorwaarde dat Israël serieus werk zou maken van vredesbesprekingen met de Palestijnen. De laatste ronde van vredesoverleg, het afgelopen jaar, was een farce. Toch bleef Livni zitten.

De socialistisch georiënteerde twintigers en dertigers die de economische protesten aanjoegen, zijn nu meer gedesillusioneerd dan ooit. Aan de bar klinkt steeds vaker ‘ik haat politiek’ en ‘ik lees geen kranten meer’. Als deze generatie nog stemt, is het ‘op het minste van alle kwaden’. Zij heeft de blik weer naar binnen gekeerd.

Intussen kreeg radicaal rechts de wind in de zeilen en verhardde de toon van het publieke debat. Een partijgenoot van Netanyahu noemde de vluchtelingen uit Eritrea en Soedan ‘een kanker in ons midden’. Een andere parlementariër van een coalitiepartij noemde het Palestijnse volk ‘de vijand’ en bepleitte het doden van Palestijnse vrouwen en kinderen.

Die verruwing is op straat terug te zien. Ik heb Joodse taxichauffeurs Afrikanen en Palestijnen vaak ‘beesten’ horen noemen.

Tegelijk is de vrijheid van meningsuiting onder druk komen te staan. Een Palestijns lid van het Israëlische parlement dat de recente ontvoering van drie Israëlische tieners veroordeelde, maar de ontvoerders geen terroristen wilde noemen, mag zes maanden niet spreken in het parlement. Toen Palestijnen in Israël hun winkels sloten uit protest tegen de oorlog in Gaza, riep een minister op hen voortaan te boycotten. Het parlement probeert organisaties die aandacht vragen voor minderheden en misstanden in bezet gebied de mond te snoeren. Israël verkrampt.

Mijn dierenarts Avi, een mollige veertiger, stemde altijd op Netanyahu. Hij is lid van diens rechtse Likud-partij, net als zijn vader. Avi moet niks van Palestijnen hebben, hij wantrouwt ze. Maar Israëliërs kan hij ook niet meer verdragen. En hij verwijt Netanyahu dat hij de sfeer in Israël heeft verpest. Hij hoorde zijn klanten steeds meer eisen en steeds vaker schreeuwen, vertelde hij tijdens een afscheidsetentje. „Alle fatsoen is weg”. Deze maand is hij met zijn gezin naar Australië geëmigreerd.

Vijandig Europa

Ook in de internationale arena verloor het rechtse Israël van Netanyahu krediet. Zijn relaties met de regio werden grilliger. Drie jaar geleden zette Turkije de Israëlische ambassadeur uit. Er zit immer nog geen nieuwe. In Jordanië werd dit jaar een motie aangenomen tot uitzetting van de Israëlische ambassadeur. Die motie was niet bindend, maar het was tekenend.

Intussen verloor Israël steun van zijn bondgenoten in het Westen. De Amerikanen steunen Israël weliswaar financieel, militair en officieel door dik en dun, maar president Obama en zijn buitenlandminister John Kerry lieten de laatste jaren subtiel hun afkeer van Netanyahu’s beleid blijken. Het was lichaamstaal, een microfoon die onverhoeds nog open stond.

Ronduit pijnlijk was de toetreding van Palestina als niet-lidstaat tot de Verenigde Naties, vlak na de vorige oorlog in Gaza, eind 2012. Israël had zwaar gelobbyd om de toetreding tegen te gaan. Maar slechts negen landen stemden tegen, waaronder vier eilandstaatjes. Een overgrote meerderheid, 138 landen, stemde voor. Waaronder veertien Europese landen.

De Europese hoofdsteden blijven verdeeld over Israël en implementatie van wetgeving, zoals het apart etiketteren van Israëlische producten uit Palestijns gebied, is op de lange baan geschoven. Maar de publieke opinie in Europa is de laatste jaren veel kritischer voor Israël geworden.

En ook het bedrijfsleven loopt voor de politiek uit. Een voorbeeld is het Nederlandse drinkwaterbedrijf Vitens, dat niet door de regering werd aangespoord werkzaamheden in bezet gebied te staken, maar dit uit eigen beweging deed.

In Israël is het beeld ontstaan dat Europa vijandig is geworden. Werd ik eerst nog bejubeld om mijn geboorteplaats – veel Israëliërs zijn dol op Amsterdam – nu word ik met argwaan bekeken. Werd ik voorheen nog naïef genoemd – Europeanen zouden het islamitische gevaar niet zien – nu heten wij boosaardig. Israëliërs begrijpen maar niet waarom Europa hen niet meer alleen als slachtoffer ziet.

Overal poelen rioolwater

De groeiende afkeer van Israël heeft alles te maken met de bezetting van de Palestijnse gebieden. En ook op dit vlak is geen vooruitgang te melden. Integendeel. De afscheidingsmuur, die Israël sinds 2002 bouwt, heeft ervoor gezorgd dat Israëliërs en Palestijnen van elkaar vervreemd zijn geraakt. Veertigplussers aan beide zijden kunnen nog met weemoed en warmte spreken over de tijd dat ze boodschappen bij elkaar deden, samenwerkten. Maar de jonge generaties hebben geen goede herinneringen aan samenleven. Zij lijken De Ander alleen maar te haten.

Het leven op de bezette Westelijke Jordaanoever wordt intussen steeds moeilijker door de ongebreidelde groei van de nederzettingen. Waar je maar rijdt, zie je ze: de rode pannendaken, ingesponnen door hekwerken, een graafmachine ernaast. Onder Netanyahu zijn de uitgaven aan nederzettingen bijna verdubbeld. Onlangs zei hij dat Israël nooit de controle over de Westelijke Jordaanoever zou opgeven. Wie voorheen nog twijfelde aan Netanyahu’s intenties wat de tweestatenoplossing betreft, weet nu waar hij staat.

Tegelijk verliest de gematigde president Mahmoud Abbas in Ramallah in rap tempo vertrouwen van de Palestijnse bevolking. Hij zwoer geweld af en pleit voor diplomatie als middel een Palestijnse staat te bereiken. Maar elke diplomatieke zege die hij behaalt, wordt door Israël met de bouw van nederzettingen bestraft. De Palestijnen zien de diplomatieke stapjes niet, de nederzettingen zien ze wel. Elke dag. Steeds vaker ontaardt protest tegen de bezetting op de Westelijke Jordaanoever in geweld tegen de Palestijnse ordetroepen.

Gaza had voor de laatste oorlog uitbrak al een dieptepunt bereikt. Door de Israëlische en Egyptische blokkade van de Gazastrook hadden inwoners maar zes uur stroom per dag – als het meezat. Het water was ondrinkbaar. Overal lagen poelen rioolwater. Een op de drie Gazanen zat zonder werk. Zo’n 80 procent had humanitaire hulp nodig. De grootste klacht in Gaza was echter dat mensen er niet uit kunnen.

Nidaa Badwan (27) heeft zich zelfs opgesloten in haar huis. Al negen maanden lang. Het is een artistiek protest, zegt ze. Maar het is ook uit angst. Ze is bang voor de buren. Door de blokkade en de repressieve regering van Hamas is Gaza oerconservatief geworden. Badwan draagt geen hoofddoek en heeft zelfgemaakte, jongensachtige kleren. Ze fotografeert. Dat wordt in haar omgeving niet geaccepteerd. Ze droomt ervan om filmmaakster te worden. Maar in Gaza is geen geld, geen expertise, geen ademruimte.

Tweede oorlog in drie jaar

Badwan was de laatste die ik in Gaza interviewde. Maar mijn verhaal over Gazaanse kunstenaars haalde nooit de krant. Want opeens was het vorige maand weer oorlog – mijn tweede Gaza-oorlog in drie jaar. En deze was nog erger dan de vorige, of die daarvoor. Niet eerder vielen er in zo’n korte tijd zoveel doden. En was Gaza eerst een kleurloze betonnen zandbak, nu zijn sommige delen nauwelijks nog te onderscheiden van het Syrische Homs.

Niet eerder was bovendien zo’n manifestatie van protest en zelfs antisemitisme in Europa te zien. Israël lijkt opeens wel Zuid-Afrika ten tijde van de Apartheid, een pariastaat. En zoals het in Israël ‘Dood aan de Arabieren’ klinkt, klonk het in Europa nu ‘Dood aan de Joden’. Israëliërs lijken daar minder van geschrokken dan Europeanen. Ze denken ‘zie je wel’ en sluiten de rijen. Wie niet met ons is, is tegen ons.

Mijn buurjongen Asaf (20) heeft dienstplicht, maar zit al maanden met een blessure thuis. Die blessure had hij overdreven, want hij houdt niet van vechten. Midden in de oorlog heeft hij zich toch maar bij het leger gemeld. Hij is bang dat de jongens uit zijn eenheid denken dat hij niet voor zijn land wil sterven. Zijn zuster Yamit (25) – ook geen vechtjas, of patriot – zet opeens oude foto’s van haarzelf in legerkostuum online. Ze poseert voor een Israëlische vlag.

Palestijnen met Israëlisch staatsburgerschap zeggen dat ze dezer dagen bang zijn om Arabisch te praten in de bus. Ook critici in eigen, Joodse kring durven zich nauwelijks nog uit te spreken. Zelfs gematigde stemmen worden gesmoord in beschuldigingen van landverraad. Elizabeth Tsurkov, een linkse activiste, schreef op Facebook dat mensen haar kanker toewensen, dat haar huis opgeblazen wordt en dat zij en haar familie zal branden in ‘Gaza’s hel’.

Dit zijn misschien excessen in oorlogstijd. Maar zo’n korte oorlog in Gaza heeft ook gevolgen voor de lange termijn. „De bezetting blijft niet binnen de Groene Lijn” [de bestandslijn tussen Israël en de bezette Palestijnse gebieden], verklaarde de vredelievende psychologe Halpering al in 2011. „Bijna al onze jongemannen komen via het leger in bezet gebied waar ze zich onmenselijk moeten gedragen tegen de Palestijnen. Drie jaar lang. Je kunt niet verwachten dat ze die houding nog kwijtraken.”

Bij een protest in Tel Aviv, bovenaan de Rothschild Boulevard, werden vredesdemonstranten vorige maand met knuppels geslagen door ultrarechtse Joden die T-shirts droegen met neonazisymbolen.

    • Leonie van Nierop