Kamervragen

Een ervaren hotelbezoeker ziet meteen of een kamer is ingericht door een man of een vrouw.

Ego”,

schreeuwt ze door de telefoon. „Ego, ego en nog eens ego.” Ik vroeg Sybille de Margerie naar de verschillen tussen mannen en vrouwen op het gebied van hoteldesign. Ontwerpen mannen andere hotelinterieurs dan vrouwen? En zo ja, wat zijn de verschillen?

De Margerie is de interieurarchitect van tientallen hotels, zowel voor internationale ketens (Mandarin Oriental, Park Hyatt, Sofitel), als voor spraakmakende kleinschalige designhotels (The Norman in Tel Aviv, Hotel D in Straatsburg, Hôtel de Paris in Saint Tropez). Ze is daarmee een van de weinige vrouwen die in dit vakgebied werkzaam zijn en onder hun eigen naam furore maken, naast Ilse Crawford (SoHo House, Ett Hem in Stockholm) en India Mahdavi (The Claridge in Londen, Maison Thoumieux in Parijs) en de nu gepensioneerde Anouska Hempel (ze ontwierp in 1999 The Blakes in Amsterdam, wat nu The Dylan is) en de overleden Andrée Putman. Putmans hotel Morgans in New York wordt algemeen beschouwd als het allereerste designhotel ter wereld, lang voordat Philippe Starck zich dit predicaat toe-eigende met zijn Royalton Hotel.

„Dat Starck de geschiedenis is ingegaan als zogenaamde ‘uitvinder’ van het designhotel, spreekt al boekdelen”, zegt De Margerie. „Mannen slaan zichzelf op de borst en schreeuwen het hardst. Ze willen op de voorgrond staan, de eerste en de beste zijn. Andrée Putman heeft Starcks claim nooit betwist. Eenvoudig omdat vrouwen niet zo bezig zijn met dat soort dingen.”

„Mannen denken puur vanuit design. Letterlijk en figuurlijk rechtlijnig”, zegt India Mahdavi in een interview met Condé Nast Traveller. „Vrouwen vanuit emotie en comfort.” Ilse Crawford zegt in The Financial Times dat hotelkamers een combinatie moeten zijn van „sensualiteit en rust”. De Margerie is het met beiden eens: „Een stoel moet niet alleen mooi zijn, maar ook lekker zitten. Klinkt logisch. Maar soms heb ik het gevoel dat mannelijke designers überhaupt nooit eens gaan zitten in hun eigen interieur. Het maakt hun niet uit of de hotelgast lekker zit. Als die stoel maar fraai is. En sfeer is vaak helemaal ver te zoeken op hotelkamers. Mannenhotelkamers zijn kaler. Zakelijker. Fantasielozer.”

Slecht licht

Een ervaren hotelbezoeker kan de ergernis van De Margerie over mannelijke ontwerpen navoelen. Slecht licht in de badkamer? Dan is die vrijwel zeker ontworpen door een man. In Starcks Royalton bijvoorbeeld was het, voor de verbouwing van een aantal jaar geleden, zo donker dat vrouwen zich in de ontbijtzaal moesten opmaken. Mannen zaten er met half geschoren kaken. Een regendouche is meestal ook het werk van een man. Vrouwelijke ontwerpers weten dat vrouwen hun haar niet bij elke douchebeurt nat willen maken. Ook typisch mannelijk: open badkamers, zonder muur, zoals nu de rigueur is in hippe hotels. Of een in de badkamerspiegel ingebouwde televisie. En onbegrijpelijke kranen waarvoor je een wiskundeopleiding moet volgen om ze te kunnen bedienen. Mannelijke ontwerpers zijn dol op gadgets.

„Vrouwen gebruiken meer kleuren, meer spulletjes”, zegt de Nederlandse ontwerper Edward van Vliet (Derlon hotel in Maastricht, DOM in Utrecht, Blooming in Bergen, Coral Lodge 15.41 in Mozambique) en dat ziet hij niet per se als een voordeel. „Interieurs worden daardoor soms onrustiger. Chaotischer. Met veel sierkussens op het bed. Overbodige dingen. Mannen ontwerpen strakker.”

Dat laatste wordt inderdaad meteen duidelijk bij het binnentreden van het Armani hotel in Dubai. Het is pikdonker en superstrak. De gangen zijn bijkans zwart, de spiegels in de badkamers hebben verlichting van onderen af (mijn spiegelbeeld doet denken aan een personage uit de horrorfilm Night of the Living Dead). Op de vraag hoe een hotelkamer eruit moet zien, antwoordt Giorgio Armani tijdens een kort tête-à-tête in de gang: „In de eerste plaats ruim. Dus moet er zoveel mogelijk worden weggewerkt. Zo heb ik de minibar verscholen achter een paneel. (Ik zocht er een half uur naar.) Verder moet het beeld vooral neutraal van kleur zijn. En strak. De stoelen heb ik bekleed met geiten- en haaienleer en metaal. En de techniek moet up to date zijn, het nieuwste van het nieuwste. (In de deur zat een camera verborgen waarmee je kon zien wie er buiten staat. Mits je de bediening kunt vinden en die vervolgens ook kunt begrijpen.)

Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke ontwerpers openbaart zich al bij het prilste begin van een opdracht, zegt De Margerie. Volgens haar komen mannen met een vastomlijnd idee van wat ze willen naar het eerste gesprek met de opdrachtgever. „Ik kom geheel blanco. Ik vraag hoe ze het hotel zien en pas dan ga ik eens denken hoe ik het ga inrichten. Ik denk dat zo’n open vizier vrouwen eigen is.” Vandaar dat hotelinterieurs die door vrouwen zijn ontworpen volgens haar veel moeilijker herkenbaar zijn dan die van mannelijke ontwerpers. Vrouwen hoeven niet zo nodig hun stempel op iets te drukken. De Margerie: „Mijn hotels zijn niet onmiddellijk te herkennen als typisch De Margerie. Die diversiteit zie je ook bij andere vrouwelijke designers. Met uitzondering misschien van Andrée Putman; maar dat was ook een erg mannelijke vrouw. Mannenhotels zijn daarentegen direct herkenbaar aan hun handschrift: Armani, Garcia, Starck, geen twijfel mogelijk.”

Glazen plafond

Ook al werken er in ontwerpteams veel meer vrouwen dan mannen, vrouwen zijn – net als in de modewereld – zelden zelf de naam waar het om draait, de hoofdontwerper. De Margerie: „Ik ga hier niet zeuren over het glazen plafond, maar de hotelwereld is een mannenaangelegenheid. Directeuren, aannemers, projectleiders, ze hebben nog wel eens moeite als een vrouw het voor het zeggen heeft.”

Vooral buiten het Westen geeft dat soms problemen. „In Egypte presenteerde ik mijn plannen aan de hoteleigenaar, de directeur, de burgemeester en nog zo wat hotemetoten, maar werd compleet door ze genegeerd. Praten deden ze tegen mijn mannelijke medewerker. Alsof ik lucht was. Tijdens het uitvoeren daar werden mijn ontwerpen ongevraagd veranderd door de aannemer, omdat hij het beter meende te weten. Toen ik kwam inspecteren en zei dat alles tegen de vlakte moest en hij opnieuw moest beginnen, werd hij woedend. Zoiets was een man nooit overkomen. Ook in andere Arabische landen wordt het steeds lastiger om als vrouw de leiding te hebben. Men accepteert je niet als autoriteit.”

In de kamers van het door De Margerie ingerichte Hôtel de Paris in Saint Tropez hangen foto’s van beroemde vrouwen aan de muur: Colette, Françoise Sagan, Sylvia Kristel. In mijn kamer hangt Brigitte Bardot. De kamer baadt in het daglicht, de zithoek zit heerlijk. De wanden in de badkamer zijn bekleed met mozaïektegeltjes in goud en geel, kleuren die de huid doen oplichten. Het licht is perfect. Ik kijk in de spiegel en zie geen Living Deadhoofd meer, maar een jonge god. En dat heeft (helaas) minder met de realiteit te maken dan met de lichtinval.

    • Ivo Weyel
    • Tekst