In Gaza bidden mannen in het puin

De Palestijnse familie Ibhar was woensdag even terug in hun huis. Dat ligt vol puin. Vrijdag moesten ze alweer schuilen in het kleine, overbevolkte klaslokaaltje van de VN. Bang voor Israëlische bommen. „Mijn kinderen worden alleen maar extremistischer.”

Palestijnen dragen op de Westoever een man die net is neergeschoten. Foto AFP

Het is hier niet uit te houden”, zegt Salama Ibhar. De dikke man met grijs-zwarte baard zit op een matras in een school in Gaza-Stad, omringd door zijn familie. Nu Israël de bombardementen op Gaza heeft hervat, na raketbeschietingen van Hamas, zit hij weer vast in dit kleine klaslokaal. Samen met 35 anderen. Stroom is er niet, stromend water evenmin.

De ruimte is in tweeën verdeeld door doeken en op elkaar gestapelde schoolbanken. Aan de ene kant is het slaapvertrek van de vrouwen. De meesten dragen een zwarte niqaab, die alleen de ogen zichtbaar houdt. Bij de deur zitten de mannen op matrasjes koffie te drinken, te roken en het nieuws te volgen op een kleine draagbare radio. Op de muren zijn gescheurde stickers van een lachende Spongebob en een knuffelende Mickey en Minnie Mouse geplakt.

„We hebben vannacht geen oog dichtgedaan”, zegt Ibhar. „We zaten aan de radio gekluisterd en hoopten dat de wapenstilstand verlengd zou worden. We zijn diep teleurgesteld dat het niet is gebeurd. Zulke hoge eisen stellen we niet. We willen dat Israël een einde maakt aan de blokkade van Gaza, die ons berooft van werk, van geld, van leven. Maar ze weigeren. Er zat voor Hamas niets anders op dan weer raketten af te schieten.”

Ibhar vertolkt het gevoel van veel inwoners van Gaza over het sneuvelen van de wapenstilstand. Bij sommigen overheerst de teleurstelling over de hervatting van de gevechten, bij anderen heeft de woede op Israël de overhand.

Tienduizenden mensen keren vrijdag terug naar de schuilplaatsen van de Verenigde Naties. Het Rode Kruis heeft de inwoners van gebieden langs de grens met Israël gemaand hun huizen weer te verlaten. Khan Younis, Rafah, Khouzaa en Beit Hanoun zijn weer veranderd in spooksteden van in elkaar gestorte huizen en met puin bezaaide straten.

Lachen door de droefenis

Toch is het centrum van Gaza-Stad nog redelijk druk. Daar voelen mensen zich wel veilig. Mannen zitten voor hun huis, kinderen spelen in de stoffige straten, voor de bakkerijen staan lange rijen. Zelfs de moskeeën zitten aardig vol voor het vrijdaggebed, ondanks dat Israël veel gebedshuizen heeft gebombardeerd. In de schaduw van een minaret, die op een gebouw aan de andere kant van de straat is gestort, staat een groepje mannen te bidden.

De conservatieve familie Ibhar heeft wel iets anders aan zijn hoofd dan bidden. Ze hebben vrijdagochtend zoveel mogelijk bruikbare spullen uit hun huis gehaald, ter voorbereiding op een lang verblijf in de school. „We konden alleen wat kleren vinden”, zegt dochter Islam Ibhar, een meisje met een lang gebedsgewaad. „De rest van onze spullen is te vies of beschadigd.”

De familie Ibhar maakte woensdag van de wapenstilstand gebruik om terug te gaan naar hun huis in het oosten van Gaza-Stad. In hun wijk Shujia was zwaar gevochten. Toen ze aankwamen bleek vrijwel de hele wijk te zijn verwoest door Israëlische bombardementen en artilleriebeschietingen. Maar hun huis stond zowaar nog overeind, omringd door bergen beton en ander puin. „We lachten door onze droefenis heen”, zegt Islam.

Ze klommen over de ingestorte flat van de buren naar hun eigen flat, een gebouw van grijs beton met vier verdiepingen waar Ibhar woont met zijn vrouw en kinderen. „Toen we boven kwamen, sloeg onze opluchting om in woede en verdriet”, zegt Ibhar. In de buitenmuur van het onderste appartement was een groot gat geblazen door een mortiergranaat.

Het bed was bedolven onder het puin. De inslag had de keuken veranderd in een ravage. De koelkast stond open, het vlees lag te rotten. De meubels in de woonkamer zaten onder het gruis. Het eerste wat Islam deed was haar paspoort zoeken. „Ik dacht: ik wil hier weg.”

Liever in een tent

Zelfs als deze gevechtsronde afgelopen is, zal het nog een maanden duren voordat de familie Ibhar weer terug naar huis kan. De VN bereiden zich erop voor dat de duizenden ontheemden in de school blijven. Tankwagens rijden het schoolplein op, zodat er in ieder geval drinkwater is. Bakkers hebben een enorme hoeveelheid brood gebakken, maar Ibhar klaagt dat maar twee uur goed blijft.

Ibhar is vastbesloten om geen dag te lang in dit klaslokaal te zitten. „Er is geen stroom, we kunnen niet douchen. En ik ben bang dat mijn dochters worden lastiggevallen door alle jongens die hier rondlopen. Zodra de oorlog afgelopen is en ze het puin hebben opgeruimd zet ik wel een tentje naast mijn huis. Hoe kan ik mijn kinderen nou tolerantie leren als ze dit zien, en in deze omstandigheden moeten leven? Ze zullen alleen maar extremistischer worden.”