Grensduwers

Als je ’s zomers bij een pechhulpcentrale werkt, krijg je talloze reizigers met panne aan de lijn. In deze zomerserie vertelt schrijfster Aukelien Weverling over de opmerkelijkste gevallen.

Als je ooit midden in de nacht op de Bosporusbrug in Istanbul staat en je kijkt uit over dat machtige donkere water, en je ziet in de verte de verlichte Hagia Sophia en de Blauwe Moskee en achter je komen drie mensen vanuit het niets voorbij die een auto duwen van de Aziatische zijde naar de Europese, dan hoef je jezelf geen vragen te stellen. Dat zijn dan waarschijnlijk inderdaad Nederlanders die alleen Europadekking hebben afgesloten.

Het is een bijzondere groep reizigers: grensduwers. Je ziet ze doorgaans vooral in Duitsland bij Emmen en Almelo en bij de Belgische grens, maar in het hoogseizoen wil je ze ook nog weleens tegenkomen in het grensgebied Kroatië-Bosnië en het Aziatische gedeelte van Istanbul: landgenoten die bereid zijn hun wagen kilometers te duwen om in het gebied te komen dat hun verzekering dekt.

Iets wat wellicht nog de moeite waard is als je wagen vanuit Turkije naar Nederland gerepatrieerd moet worden, maar het aantal Nederlanders dat zijn auto van de Duitse Lidl naar de Nederlandse grens duwt, om vervolgens gebruik te maken van hun binnenlanddekking en vijftien kilometer later de deur thuis achter zich dicht te trekken, valt niet te verwaarlozen.

Marijke Grevel belde tijdens een van mijn eerste diensten bij de pechcentrale: „Ja, wij staan in België, maar echt maar een heel klein stukje over de grens. Echt maar iets van 15 kilometer…”

Marijke klonk sympathiek, dus vroeg ik onze afdelingsgoeroe Koos om mee te kijken op de kaart: „Nee, joh, da’s 17 kilometer over de grens. Ze hebben alleen binnenlanddekking.”

„En nu dan?”

„Ja nu niks, of ze moeten die auto terug duwen de grens over.”

Misschien is het meest pijnlijke aan dit verhaal dat ik Koos woordelijk had herhaald en grappend gezegd had: „Ja of u moet die auto de grens over duwen…” En zo wendde Brenda zich aan het eind van de avond tot Koos: „Ja, dat zijn die mensen weer in België, ze zijn nu dus bijna bij de grens en ze willen weten of we al iemand willen sturen?” Koos schoof ongelovig achter zijn bureau vandaan: „Ze hebben dat ding toch niet 17 kilometer geduwd? Wel? Zijn het echt grensduwers? Wacht, geef mij je headset maar even.”

Hij zette haar koptelefoon op: „Ja met Koos, ik begrijp dat u uw auto naar de grens aan het duwen bent? Maar kunt u de grens al zien dan? Want een paar uur geleden, toen u belde, stond u er nog 17 kilome… O, u kunt de grens zien. Ja, dan ga ik iemand sturen. Voor deze ene keer, want eigenlijk weet ik dat u in onverzekerd gebied gestrand was, waar moet die auto naartoe dan? Sittard-Noord…”

Soms vraag ik me af of Marijke Grevel wist dat een ‘sleepje’ naar de grens en in haar geval huis, 150 euro had gekost, maar iets zegt me dat als je bereid bent je auto 17 kilometer te duwen, je ook net gek genoeg bent om daar geen 150 euro aan uit te willen geven. Beter is dus ervan uit te gaan dat ze die avond moe maar tevreden dacht: „Ziezo, dat heb ik toch maar mooi voor elkaar.”

    • Aukelien Weverling