Eredivisie

Op het WK in Brazilië heeft de eredivisie haar verloren eer teruggevonden. Niet dat er veel spelers van PEC Zwolle of FC Dordrecht in de basis van Louis van Gaal stonden, maar toch: het hart van de bejubelde defensie werd gevormd door eredivisionisten. Niet toevallig stonden Europese topclubs later in de rij voor Daley Blind, Bruno Martins Indi, Stefan de Vrij en Daryl Janmaat. Om van het halve wereldwonder Memphis Depay nog te zwijgen.

De eindeloze lamento’s over te krappe budgetten in de eredivisie zijn misplaatst zelfbeklag. Juist door financiële schaarste krijgen jongeren een kans aan de top van het Nederlandse voetbal. De zogenaamde Hollandse school is niet alleen een systeem, het is ook permanente doorstroming van talent en bravoure.

Een WK is een steekvlam, misschien wel randverschijnsel van de voetbalcultuur. Supporters tanken er trots en prestige aan, maar de heftige liefde is van korte duur. Feyenoorder ben je voor het leven, Oranjefan bij vlagen. Eindtoernooien zijn meer een infuus, nationale competities basisvoedsel. Opvallend: ook tijdens het WK bleven jongeren met een sjaal in clubkleuren rondlopen. Oranje ondergeschikt aan hun dromen.

We keken en kijken op naar AC Milan, Manchester United en Barcelona. Naar de Milanisti Gullit, Rijkaard en Van Basten, naar de De Boertjes en Kluivert, naar Van Nistelrooij en Van Bommel. Een voor een spelers die in de eredivisie zijn gevormd. De sluizen van de hemel vallen nu als een boeket vuurwerk over Louis van Gaal neer, maar waar heeft Il Magnifico het vak geleerd en zijn wereldwijde krediet opgebouwd? Precies, bij Ajax! Zonder zijn succes bij Feyenoord zou Bert van Marwijk nu niet gevraagd zijn als bondscoach van Zuid-Korea.

Toch blijven we in commentaar en achterklap de eredivisie kleineren tot een tweederangs competitie. Anders dan Hollandse zelfhaat kan ik dat niet noemen. Tilburg is geen wereldstad en Willem II geen oase van scholastiek, maar de ambiance op zaterdagavond doet niet onder voor Camp Nou. Met iets minder volk, dat wel.

Het probleem van de eredivisie is uitstraling. Er zijn geen kleurrijke voorzitters meer. Legendarische figuren als Jorien van den Herik, Riemer van der Velde en Renze de Vries zijn ingeruild voor het managertype. Mannen die de hele tijd staan te knarsen van de cijfers in hun hoofd. Geen visie, geen humor, geen gevoel voor traditie.

Boekhouders zonder gezicht.

Weet iemand eigenlijk nog wie vandaag voorzitter van Ajax, PSV of Feyenoord is? Je kan er alvast geen roman aan ophangen zoals destijds aan Riemer en Jorien die tegelijk preses en mascotte waren. Altijd leven in de brouwerij.

Ook de coaches zijn kleurlozer geworden. Technocraten. Soms mis ik de stripfiguren Beenhakker en De Mos. In hun nabijheid was het altijd Pasen en Allerzielen tegelijk. Vakmannen, jawel, maar met een theatrale dimensie die je een heel jaar lang liet lachen. Fred Rutten en Frank de Boer zouden bij god niet weten hoe dat moet. Terloops, vergaan de meeste analisten ook niet in het wenkbrauwenspel van de ernst? Co, Ronald, Pierre en Youri: het zijn nog net geen dodenmaskers.

Er is niet veel mis met de eredivisie, maar de romantische verpakking kan beter. Na de industriële revolutie in het voetbal, is het weer tijd voor een slijmspoor dat leidt naar meer identiteit en intimiteit. Investeren in gezangen, niet in beton en skyboxen - het spreekt de volksaard aan, bleek in Brazilië.

Tijd voor een Engelse ambiance langs de velden. De eigen supporter eerst, niet de vreemde projectontwikkelaar. Materiaalman en kantinejuffrouw terug in het pantheon van de club. Met de voornaam.

    • Hugo Camps