Eilandië

Een land zonder staatsschuld, zonder corruptie, kortom, een utopie: kán dat? Ja, schrijft Gijsbert van Es, laten we ‘t stichten. In de Vinkeveense plassen.

kaart jeroen drewes

Welkom in Eilandië, een archipel van losse eilandjes in de Vinkeveense plassen. Een beetje bekend in die streek? Ooit werkten en woonden er turfstekers. Klompjes klei lagen er te drogen op zogenoemde legakkers; dat zijn nu de eilandjes, omringd door water, veel water.

Eilandië – ooit van gehoord? Nee, want het bestaat niet. Nog niet. Maar dat kan snel veranderen.

Zie hier, gratis aangeboden: een tv-format voor een nieuwe real life soap op een commerciële zender. Ontmoet de dappere onafhankelijkheidsstrijders van een nieuwe staat die grenzen gaat verleggen en de wereld zal veranderen.

De serie begint op de dag dat de grondeigenaren van de Vinkeveense eilandjes een referendum organiseren. Op het stemformulier staat, met de keus uit voor en tegen: ‘Wij scheiden ons af van de Staat der Nederlanden en stichten de Vrije Vinkeveense Republiek Eilandië.’

Onzin, natuurlijk. Maar waarom eigenlijk? Wat is het verschil met het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581?

Het wát?

Goed, goed, simpeler gezegd: met de onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlandse gewesten, gericht tegen de Ko-ho-ho-ning van Hispanje. Dat was heus niet zomaar een kwajongensstreek, een stunt, een gril. Het was een juridisch goed onderbouwde vorm van contractontbinding.

In het ooit feodale Europa immers moest een nieuwe landsheer eerst nederig bevestigen dat hij alle concessies overnam, alle vrijheden respecteerde die zijn voorvader ooit aan een volk gegund had. Deed hij dit niet, maar, integendeel, kwam hij voortdurend met nieuwe belastingaanslagen en andere knevelende maatregelen op de proppen, dan mocht een volk zeggen: scheer je weg, je schaadt onze belangen, wij zoeken een andere leider.

Het voert te ver hier de oertijd van het volkenrecht tot achter te komma te beschrijven. Maar besef wel dat de grenzen van een land nooit voor eeuwig door een Goddelijke hand geknipt zijn – dat ze vaak zijn gewijzigd en altijd in beweging zullen blijven.

Zo diep terug in de geschiedenis hoeven we trouwens niet te graven om een plots verlegde grens tegen te komen. Neem nu het nep-referendum op de Krim, afgelopen maart, en de Russische annexatie die ermee werd bezegeld. De wereldgemeenschap sprak er schande van, en nog eens, en nóg harder – en toen dat allemaal gezegd was, gebeurde er verder helemaal niks. Dus waarom ook niet, dat nieuwe republiekje Eilandië, daar helemaal bij Vinkeveen?

Fregatten erop af

Wat zou er, nog steeds zuiver juridisch geredeneerd, tegenin te brengen zijn, nu we sinds enige tijd het eilandje Aruba, een vlek ter grootte van Texel, gelegen voor de verre kust van Venezuela, ook als zelfstandig land binnen ons koninkrijk behandelen? Het is van tweeën één, edelachtbare (zo kunnen we bij menig rechtscollege aankaarten): óf Eilandië krijgt óók zo’n status aparte, óf we stoppen per direct met die crypto-koloniale constructie in de Caribische zee.

Het aardige van dit tv-format is dat het werkelijke alle ingrediënten voor drama in zich draagt. Reken maar dat de Staat der Nederlanden zich niet zal neerleggen bij de afscheiding van het legakkerland tussen Amsterdam en Utecht.

Hoe zal Den Haag reageren? Komt het kabinet in spoedzitting bijeen? Stuurt minister Jeanine van Defensie een paar fregatten van de Koninklijke Marine erop af, die direct vastlopen in de modder van de Molenvliet, ter hoogte van het Botshol?

Dit is méér dan realitysoap. Het is goed voor extra NOS Journaals op alle hele uren van de dag. De Telegraaf zal het ‘framen’ als de Slag bij Botshol. Het leger van Eilandië, ludiek bewapend met afgekeurde scharreleieren en doorgedraaide tomaten, zal moedig standhouden tegen militaire dommekracht. David tegen Goliath, dat ene dorpje van Galliërs tegen de Romeinen – underdog wint van reus op lemen voeten.

Intussen moet het volk van Eilandië ook wel z’n ideologie op orde hebben. Een harde hand vergt een sterk verhaal.

De Grondwet van Eilandië zal één A4’tje tellen, hooguit. De eerste zin luidt: ‘Wij, het volk (..), erkennen alles wat eerder is opgeschreven in de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789), de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) en het Handvest van de Aarde (1992).’

Vaag? Lees ’s vijf minuten in deze documenten en wijs één artikel aan dat géén krachtige steun zou verdienen. Ja maar, krast dan zacht een stemmetje (altijd dat eeuwige gejamaar...): voor dat soort verheven maar vrijblijvende ambities hoef je toch geen apart land op te richten?

Op dit punt in de nog zo jonge geschiedenis van Eilandië aangekomen, zal er plots een goed gebekte, strak gestylede vrouw opstaan die gloedvol uitlegt waarom de vrijheidsstrijdende Vinkeveners het heft in eigen hand nemen. Kort gezegd draait alles om één en hetzelfde begrip: roofbouw. De regering van Nederland, en alle Commissarissen van de Koning met hun gedeputeerde handlangers, en de burgemeesters en wethouders, trouwens: alle directies van bedrijven en besturen van publieke organisaties, zeg maar gerust: zowat alle burgers van Nederland, bestelen hun eigen kinderen, verkrachten Moeder Aarde, leven erop los alsof wat hen betreft de zondvloed morgen mag komen.

Zo, die zit.

Eilandië zal een natie zijn zonder aardolie en aardgas. Eilandië zal geen cent staatsschuld meetorsen. Eilandië kent geen woningcorporaties, waarvan de directeuren in Maserati’s rondrijden. Eilandië importeert geen sperzieboontjes uit Senegal. Eilandiërs eten scharrelvlees, en dat hooguit eenmaal in de week. Eilandiërs dragen geen kleding die in elkaar is gestikt door kindslaven in Bengaalse naaifabrieken.

En meer van dit soort zaken.

Maar vergis je niet: de Eilandiërs zullen absoluut geen volk zijn van zelf kazende kneuzen. Integendeel, zij vormen de avant-garde die de weg plaveit naar een onbeperkt houdbare toekomst. Het vrije republiekje wordt volledig ‘bio-based’. Niks met delfstoffen en chemische hulpbronnen.

Niet alleen het voedsel, ook alle materialen voor wonen, werken en vervoer zijn ‘renewables’ die groeien en bloeien in een ‘circulaire economie’ met gesloten kringlopen. De gezondheidszorg maakt de omslag naar ‘integrative medicine’, waarbij artsen niet langer uitgaan van de valse scheiding tussen lichaam en geest en ‘heel de mens’ gaan behandelen. Het compassiedenken wordt leidend in het publieke domein. De ik-economie wordt een ‘share economy’, met ‘creative commons’ en ‘open source’ als leidende principes.

Vochtig toiletpapier

De pure noodzaak tot oprichting van het autonome Eilandië laat zich intussen niet alleen in gloedvolle woorden maar even zo goed in kille cijfers vangen. Zou het gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de wereld evenwichtig zijn verdeeld, in die mate dat de bronnen zich weer kunnen herstellen, dan moet een mens z’n consumptie beperken tot de opbrengst van 2 hectare aardoppervlak. In de praktijk vreten wij in het Westen 7 hectare p.p. kaal, opdat wij onszelf te buiten kunnen gaan aan kip nugget, aardappel anders, magnums classic en drielaags, katoenvezelig vochtig toilet-papier.

Alles bij elkaar is dat nogal wat – de ambities van de founding fathers and mothers van Eilandië. En waarom ook niet? Sinds wanneer klinken idealen verdacht en zouden wij moeten zwichten voor de alom oprukkende doctrine van het simplistisch-populisme?

Nee, in Eilandië zullen we niet ‘van de straat’ zijn. Op ieder nachtkastje liggen de Politica en de Ethica Nicomachea van Aristoteles. Het is, nu bestuurlijk en organisatorisch bezien, helemaal niet nodig (sterker nog: het is schadelijk) steeds maar weer nieuwe ‘processen’, ‘trajecten’ en ‘concepten’ te bedenken om mensen ‘aan te sturen’, om hen daarmee hetzij op tilt te jagen in ‘zelfsturend teams’, danwel te ketenen aan ‘targets’ en ‘outputfinanciering’.

Lees toch liever de oude Grieken. Hadden we degelijk vormend onderwijs genoten (dat is: níet-competentiegestuurd), dan hadden we van Plato al kunnen onthouden dat de mens van origine een emotionele speelbal is die zich laat voortjagen door meningen, zinnelijk genot, macht en geweld. Dit scherpe maar sombere inzicht nu zal niet de leidende gedachte zijn voor de Eilandische natie, waarvan de grondtoon liever optimistisch en lichtvoetig is.

En dan ben je bij Aristoteles helemaal aan het goeie adres. Na bestudering van het politieke bestel in 150 Griekse steden kwam hij tot het inzicht dat de stadstaat, de polis, het allerbeste werkt van alle bestuurssystemen. Een mens heeft voor optimaal functioneren een relatief kleine, hechte gemeenschap nodig, van hooguit enkele duizenden medeburgers. Problemen worden hier openlijk besproken op het marktplein, de agora. De machthebbers besturen er in deeltijd, naast hun echte werk. Beroepspolitici en -ambtenaren, met hun steriele wereldbeelden, zijn er amper.

Politiek, zo wijst Aristoteles ons de weg, dient ondergeschikt te zijn aan een hoger doel: de geluksethiek, waarin niets minder dan de zin van het menselijk leven besloten ligt. En dat is: een bloeiend, lerend leven leiden, wat uiteindelijk leidt tot een gelukt leven (dat zoveel méér is dan zomaar een gelukkig leven).

Kunst en wetenschap

Hadden die Grieken makkelijk praten, daar aan hun mediterrane zee, zo’n 2.300 jaar geleden? Zou hun levenslust ook werken in een grenzeloze, globaliserende wereld vol vliegtuigen en smartphones? Kan dat kleine, lieve Eilandië daarin wortel schieten?

Ja, juist daar! En de geschiedenis levert het bewijs.

Het ene grote wereldrijk na het andere is in de afgelopen millennia ingestort: van Egyptenaren, Perzen, Grieken, Romeinen, Fransen, Portugezen, Duitsers, Amerikanen, Russen. Bloeiden dergelijke imperia, dan was het opvallend vaak in hun vroege fase, waarin zij een los-vast verbond vormden van autonome steden. Zie de stadstaten van Noord-Italië die een ‘renaissance’ voortbrachten van kunst en wetenschap. Zie de Hollandse steden in de Hollandse Gouden Eeuw.

En hiermee is ook meteen het misverstand opgelost dat bij de lezer kan zijn gerezen toen – nu al weer zo’n 1.500 woorden geleden – voor het eerst het nieuwe staatje Eilandië aan de horizon opdook. Want heus, dit ‘format’ is geen pleidooi voor een potdicht, wereldvreemd sektarisch land, dat import en export afzweert, dat lekker autarkisch en autocratisch wil zijn, dat een eigen munt en eigen postzegel invoert, dat kinderen thuis aan moeders rok laat hangen en handen van dieven afhakt.

Eilandië is een daad van verzet tegen grootheidswaan. Het trekt nieuwe grenzen door grenzen af te breken: de grenzeloze grenzen van banken die de vrije markt hebben verziekt; de universeel uitgedragen seksuele moraal van de roomse kerk die vrouwen en homoseksuelen stelselmatig discrimineert en misbruik van kinderen decennialang heeft toegedekt; de geopolitieke grenzen die de zoveelste ronde van dood en verderf zijn ingegaan; de grenzen aan de groei; de grenzen van het menselijk vernuft.

De Spaanse koning dacht omstreeks 1570 dat hij de opstandige Hollanders makkelijk weer in het gareel kon laten slaan. Hij verloor één stadje, Den Briel. Meer steden keerden hem de rug toe. Driftig liet hij Hollanders uitmoorden. Zijn tegenoffensief leek succesvol, maar een mislukte belegering van Alkmaar werd het keerpunt in de strijd. ‘Van Alkmaar de victorie!’

Zo zal het volk van Eilandië op een dag victorie kraaien. Vrij, in een grenzeloos begrensde wereld. Nu nog een commerciële zender vinden die hiervan verslag wil doen. <<

    • Gijsbert van Es