De tijd kookt door

Thuiskok Marjoleine de Vos is blij dat de tijd van pastasalade voorbij is. Ze maakt granensalade.

Iedereen weet wel dat alles verandert, de tijd gaat voorbij enzo, maar vaak heb je er te midden van die veranderingen toch geen erg in. Je kunt je makkelijk verbeelden dat je doet ‘zoals altijd’. Dat je wel degelijk met je tijd mee gaat, valt als het over koken gaat – en het gaat hier over koken – vaak pas op als je bij iemand bent die niet met zijn tijd is meegegaan. Waaruit blijkt dat ik wel zeer in het algemeen over ‘je’ kan schrijven alsof wij allemaal zo’n ‘je’ zijn, maar dat is niet zo. Sommige mensen hebben de hele Ottolenghi-trend gemist, net als ze de mediterrane trend van daarvoor gemist hebben, en ze zijn nu ook niet enorm in de groenten, ze koken gewoon echt zoals ze altijd deden. En dat is anders dan ‘je’ doet. Je die ongemerkt wel met zijn tijd is meegegaan.

Ik bladerde door het feestelijke augustusnummer van het tijdschrift delicious., het honderdste nummer, en daar zag ik precies hoe ‘je’ nu kookt. Sowieso is delicious. altijd een spiegel van onze tijd, kookmatig. Je ziet er wat voor schorten we dragen, van wat voor keukens en tuinen we dromen, hoe we onszelf graag zien.

Lichtgroene hapjes

De laatste jaren zien we onszelf toenemend graag als een soort avonturiers, buitenmensen, types die graag op kleine houtvuurtjes koken. We willen al jarenlang ontzaglijk graag een big green egg hebben, zo’n peperdure barbecue/oven voor buiten, we willen hele varkens roosteren en zelf eetbare dingen verzamelen. En tegelijkertijd zitten we dolgraag in lichte zomerkleren met ladingen vrienden op hippe witgeschilderde stoeltjes aan witgedekte tafels en eten lichtgroene hapjes.

Moderne hapjes bestaan nooit meer uit zalmsalade op een toastje, blokjes kaas met bolletjes gember erop, of uit pinda’s, Amsterdamse uien of leverworst. Moderne hapjes, je ziet het in dit honderdste nummer, worden opgediend in slablaadjes, lofblaadjes, radicchioblaadjes, ze bestaan uit blini’s met citroenricotta, kerstomaatjes en balsamicosiroop, uit spiesjes van vijgen met blauwe kaas of van ‘tequillacoquilles’ met pancetta. Allemaal licht, kleurig, fris, ruim voorzien van ricotta, pesto, munt, Turkse dan wel Griekse yoghurt, basilicum en citroen.

In deze delicious. maken we zelfs ‘shots’, kleine glaasjes groenten- en fruitdrank en we maken chips van bieten en pastinaken.

Het was wel grappig om te lezen dat een van mijn favoriete kookboekenschrijvers, Yvette van Boven, voorstelde om voor een feestje gewoon een grote pan met paella te maken, zo’n ouderwetse niet-authentieke paella met konijn en mosselen tegelijk. Tegenwoordig krijg je daarvoor op je kop: het moet of vis, of vlees zijn. Maar Van Boven maakt gewoon nog die heel rijke alles-in-éénpanpaella. Bravo. Ik denk dat dat de nieuwe trend is. Niet te veel omslag, geen geëmmer over wel of niet authentiek, gewoon koken. Maar wel met veel minder vlees dan vroeger. Dat blijft.

Desalniettemin werd er een hele big geroosterd in dat delicious.-feestnummer, maar die valt in een andere categorie, de ‘hands on’ trend (ja excuus, modes spreken nu eenmaal Engels), de beweging van de nieuwe jagers en verzamelaars: zelf het wad op en kokkels rapen, zelf worst draaien, zelf paddestoelen en bessen verzamelen en zelf paling roken. De ik-weet-wat-ik-eettrend. Bij de boer vlees kopen en bij de slager met je neus bovenop het ontbenen staan (ja, zo een ben ik er ook).

Het is wel grappig van de mensen dat ze altijd maar veranderen. Niets staat ooit stil.