De brandstofloze raketmotor is er nog steeds niet

Hebben NASA-onderzoekers aangetoond dat de brandstofloze raketmotor echt werkt? Een onderzoeksverslag op de site van NASA gaat over anomalous thrust production: onverklaarbare voorstuwingskracht, die inderdaad zou zijn geconstateerd. De ‘motor’ waar het over gaat is de em-drive, een omstreden idee. De em-drive zou een kracht produceren door microgolven in een speciaal gevormde holte heen en weer te laten kaatsen. Als dit zou werken, zou het zeer aantrekkelijk zijn. Om in de ruimte te manoeuvreren zou een ruimteschip niets anders nodig hebben dan elektrische energie. Dat zou een aanzienlijke besparing betekenen op zware brandstof. Voor lanceringen is de em-drive – als hij werkt – ongeschikt omdat hij te weinig kracht ineens kan produceren.

Maar of het werkt, is nog steeds een open vraag, zelfs na de publicatie van de NASA-medewerkers, die veel aandacht heeft gekregen van technologiesites. Sceptici vergelijken de werking van de em-drive met het aandrijven van een auto door vanuit de bestuurdersstoel tegen het stuur te duwen: uiteindelijk zet je je af tegen jezelf. Aanhangers beroepen zich op de speciale relativiteitstheorie. Uitleg daarover is te vinden op emdrive.com, van de Britse uitvinder Roger Shawyer.

In 2012 hebben Chinese wetenschappers succesvolle experimenten gemeld. De krachten die de NASA-onderzoekers nu hebben gemeten, zijn duizend keer zo klein zijn als in de Chinese proeven. Verder hebben de Amerikanen een controle-experiment uitgevoerd met een ‘motor’ die geen stuwkracht zou moeten produceren. Deze variant bleek óók te werken – een feit dat door veel nieuwssites niet is opgemerkt. De suggestie in de online publicatie dat een kracht is gemeten die ‘niet valt toe te schrijven aan enig klassiek elektromagnetisch verschijnsel’ valt daarmee door de mand. Als je de proeven serieus neemt, kan de veronderstelde werking van de em-drive geen rol hebben gespeeld. De ‘onafhankelijke verificatie en validatie’ die is aangekondigd is geen overbodige luxe.

    • Herbert Blankesteijn