De boeken van 1989: ‘De angst van de doelman voor de strafschop’ van Peter Handke

Boekenredacteur Arjen Fortuin met de boeken die hij in 1989, in zijn eerste zomer als volwassenen, las. Foto NRC

Deze zomer leest Arjen Fortuin dezelfde boeken als 25 jaar geleden, in zijn eerste zomer als volwassene. Deze week: De angst van de doelman voor de strafschop van Peter Handke.

De penalty valt pas in blessuretijd – nu ja, op de 94ste bladzijde. Daarvoor heeft Josef Bloch uitgelegd waarom het eigenlijk onmogelijk is voor een keeper om een strafschop te stoppen. ‘De doelman kan evengoed proberen met een strohalm een deur open te breken.’ Bloch kan het weten: vroeger was hij een bekende keeper. Maar in Peter Handkes De angst van de doelman voor de strafschop (de net te losse vertaling van Die Angst des Tormanns beim Elfmeter) liggen zijn keepersjaren achter hem. Daar was ik voor gewaarschuwd. Al voordat ik op 12 juli 1989 in het boek begon had mijn vader verteld dat het niet over voetbal ging: ik moest niet denken dat dit De Kometen winnen de cup voor intellectuelen was. Het kostte me dan ook ruim een week om tot de slotpassage te komen.

Bij tweede lezing kun je je dat voorstellen: De angst van de doelman voor de strafschop is een raadselachtig boek. Aan het begin wordt Bloch ontslagen, althans dat maakt hij op uit het feit dat wanneer hij de keet van zijn medebouwvakkers betreedt, alleen de voorman even opkijkt. Hij zwerft, gaat naar de film, eet, drinkt, vecht en probeert af en toe een vrouw te versieren, wat lukt bij het kassameisje van de bioscoop. Dan gebeurt het, bij haar thuis. ‘Plotseling wurgde hij haar. Hij had dadelijk zo krachtig gedrukt dat ze er helemaal niet aan toe was gekomen om het nog als een grap op te vatten.’ Zo’n keeper heeft natuurlijk sterke handen.

In het vervolg is Bloch op de vlucht. Hij combineert prachtige observaties over hoe een blauwe hemel op een kerkplafond wordt geschilderd met steeds grotere linguïstische verwarring: de woorden lijken zich te hebben losgezongen van hun betekenis. Ergens zet Handke de woorden ‘een’ ‘voor’ ‘een’ tussen aanhalingstekens – alsof deze Oostenrijker de taalfilosofie van Wittgenstein met andere middelen wilde voortzetten.

Als er één ding veranderd is in 25 jaar dan is het de morele statuur van Handke. Die verbijsterde de wereld door in de jaren negentig zonder voorbehoud de kant van de Servische president Milosevic te kiezen. Ik moest eraan denken bij een van de scènes waarin de periodieke agressie van Bloch de kop op steekt. Hij gaat met ver uitgestrekte benen in het café zitten ‘zonder dat iemand hem het plezier deed erover te struikelen en zich tot een vechtpartij te laten verleiden.’ Het is een perfecte metafoor voor Handkes opstelling in Joegoslavië, zij het dat toen wel iedereen over hem heen viel.

Intussen weet u nog steeds niet hoe het met die strafschop is afgelopen.

    • Arjen Fortuin