Britten op weg naar de uitgang

Een Britse parlementariër bracht laatst met een delegatie een bezoek aan Nederland, en merkte op dat Nederland de beste bondgenoot van de Britten in de EU is. Tot nu toe was dat een aardige, onschuldige opmerking waarvan niemand het waarheidsgehalte zou betwisten. Maar dingen veranderen soms snel. Volgens de Franse krant Le Monde reageerden de Nederlandse gesprekspartners van de Brit ditmaal, tot zijn verbazing, gegeneerd: „Zeg dat alstublieft niet in het openbaar.”

Op landen als Nederland rust een zware taak: de Britten binnenboord houden in de Europese Unie. Niet voor niets werd premier Rutte gepolst om Europees president te worden – iets waar hij kennelijk geen zin in had. Rutte probeert het liever op een andere manier. Maar de Britten zijn zo ver afgedreven van de EU, dat dit op elke manier een heksentoer wordt. Een van de weinige Britse politici die bereid is iets zinnigs over Europa te zeggen, is LibDem-leider Nick Clegg. Maar hij en zijn partij staan op een historisch dieptepunt in de peilingen. Ze verloren in mei elf van de twaalf zetels in het Europees Parlement. Alles wat Clegg over Europa zegt, wordt weggehoond. Het is Nigel Farage, van UKIP, die het Europa-toneel in het Ver enigd Koninkrijk domineert, samen met de eurosceptische backbenchers van de Conservatieve Partij. Farage, die overigens een goed Europees salaris ontvangt (net als zijn Duitse vrouw, die zijn secretaresse is), wil maar één ding: „Out!”

Voor Nederland is dit problematisch. Ten eerste vertolken de Britten in Europa een geluid dat Nederland zeer aanspreekt. Ze pleiten consequent voor meer interne markt, meer liberalisering en meer handel, en voor minder politieke integratie. Omdat de Britten in Brussel het stemgewicht hebben van een groot land, zetten zij Nederlandse argumenten veel kracht bij. Dat is een belangrijk tegenwicht tegen de corporatistische, staatsgerichte cultuur van de Fransen, die hún kijk op Europese zaken kleurt. De Duitsers, die weer uit een legalistische traditie komen en vaak tussen de Britse en Franse aanpak in zitten, gebruiken de Britse input vaak om Franse voorstellen af te zwakken – met zijn tweeën staan ze sterker tegen de Fransen. Nederland profiteert hiervan. Als die Britse invloed wegvalt, zal Nederland minder worden gehoord dan nu.

Het tweede probleem is dat premier Cameron in Nederland erg populair is. Zolang de Britten comfortabel in de EU zitten, is dit te managen. Maar nu ze misschien op weg zijn naar de uitgang, kan de druk op Rutte groeien om Cameron te volgen. Dat wil Rutte niet. De Nederlandse economie is verknoopt met de Duitse. Nederland doet, anders dan de Britten, in Europa aan alles mee: van de euro en Schengen tot de bankenunie. Nederland voelt zich Atlantisch, maar zit in het hart van het continent en kan zich daar moeilijk van lossnijden.

Dus doen Rutte c.s. ineens low-key over de nauwe banden met het Verenigd Koninkrijk. Althans, in het openbaar. Den Haag staat in een spagaat, en wil vermijden dat die lastiger wordt. Cameron merkte dat vorig jaar, toen hij zijn fameuze Europa-speech in Nederland hield: Rutte vond het verstandiger om niet te komen. De Britse parlementariër die laatst langskwam, merkte het ook: de speciale banden zijn er, maar schreeuw het nu even niet van de daken.

Of de Britten echt voor een ‘Brexit’ kiezen, als puntje bij paaltje komt, weet niemand. Maar misschien wordt het tijd dat Nederlandse politici uitleggen waarom dit voor Nederland pijnlijk zou zijn – de kiezer kan maar beter weten dat het onverstandig is om zo’n voorbeeld te volgen.

    • Caroline de Gruyter