Beginnen met roken

Er valt veel meer te roken dan paling of zalm. Wie de smaak te pakken krijgt, wordt al snel een stevige roker.

Iedereen zou af en toe eens thuis moeten roken. Om drie redenen: Het eten wordt er lekkerder van. Gasten vinden het altijd spectaculair als je ze iets huisgerookts voorzet. En je handen en haar gaan er lekker van ruiken, naar rook. „Dat is weer eens wat anders dan parfum”, zegt meesterroker Frank Heyn, van Frank’s Smokehouse, een rokerij in Amsterdam.

Ingewikkeld hoeft het niet te zijn. Je kunt beginnen met een wok en eindigen met een semi-professionele rookkast of als koudroker.

De beste koop voor wie thuis wil gaan roken, is misschien wel Over Rook. Het handboek voor koud & warm roken van Meneer Wateetons (Good Cook, 192 blz., 24,95 euro), dat sinds vorige maand in de winkel ligt. Wateetons zet op een overzichtelijke manier op een rij wat je nodig hebt en moet weten om te roken. In de inleiding haast hij zich te zeggen: „Lees voordat je gedesillusioneerd dit boek in de hoek smijt nogmaals de openingszin: als je een stuk vlees in de rook hangt, wordt het gerookt.”

Uit de schematische tekeningen in Over rook blijkt dat het betrekkelijk simpel is om zelf een rookkast te bouwen. Met een provisorisch geknutselde rookkast is al snel een goed resultaat haalbaar. De professionele rookcarrière van Frank Heyn begon in zijn achtertuin, met een braadslee ter grootte van een schoenendoos. „Een beetje mooie rookpan van dat formaat kostte toen zo’n honderd gulden, een braadslee met een deksel vier tientjes.” Die braadslee stond op een elektrisch kookplaatje. De houtmot ging op de bodem, de forellen op een rooster erboven. Hij wilde de forel koud roken. Zodra het mot begon te smeulen, draaide hij de kookplaat uit. Als het te heet werd, deed hij de deur van de rookkast open en begon daarna weer opnieuw. Dat ging best, al moest hij er wel de hele tijd naast blijven zitten. Heyn zat op een goed moment twee dagen onafgebroken naast zijn rookkast. Toen zei zijn vrouw: „Frank, dit gaat te ver, je zoekt maar een andere plek om te gaan roken.” Zo is Frank’s Smokehouse ontstaan.

Waar rook is, is vuur – zitten er nog gevaren aan roken? Of is er iets dat we thuis beter niet kunnen roken? Heyn kan maar één ding bedenken: sigaretten.

    • Joël Broekaert
    • Tekst