Achter het hek wachten de knuppels

Het hek rond de Spaanse exclave Melilla in Marokko scheidt Europa en Afrika. Het is omlijnd met prikkeldraad. Een gevaarlijke klimpartij. tekst Merijn de Waal

Haar sprong haalde bijna elke Spaanse voorpagina. Als eerste vrouw wist de 16-jarige Mireille begin dit jaar de grensafscheiding rondom Melilla – de Spaanse exclave* in Marokko – over te klimmen. Deze landsgrens tussen Afrika en Europa wordt afgebakend door drie ijzeren rasterhekken, het buitenste zes meter hoog en afgezet met dikke rollen scheermesjesprikkeldraad.

Doorgaans weten alleen jonge mannen deze afschrikwekkende barrière te slechten. Vrouwen en kinderen zijn aangewezen op opblaasbootjes om de kuststad over zee clandestien binnen te komen: duurder én gevaarlijker. Maar dit keer lukte het ook Mireille om – samen met 213 mannelijke bestormers – het hek te bedwingen. Ze werden opgevangen in het overvolle opvangcentrum CETI. Daar wachtten ze overplaatsing af naar het Spaanse vasteland, van waaruit ze gemakkelijk in de illegaliteit kunnen verdwijnen.

Een paar weken later spreek ik Mireille, afkomstig uit Kameroen, even buiten het CETI op een stenen muurtje. Het was haar vierde poging, vertelt het introverte meisje, haar oranje wollen muts bijna helemaal over haar ogen getrokken. Twee jaar geleden vertrok ze uit Kameroen. Anderhalf jaar bivakkeerde ze in de bossen van de Gurugú, de Marokkaanse berg die uittorent boven Melilla en waar zich permanent ruim duizend migranten ophouden. „Daar bad ik tot God dat het op een dag zou lukken.”

Massabestormingen

De internationale grensovergang Beni Enzar is een hindernisbaan van betonblokken, hekken, ambtenaren, agenten en ritselaars. Als ik te voet oversteek vanuit Melilla naar Marokko – tegen de migrantenstroom in dus – wachten in het niemandsland tussen beide grenscontroles de eerste opdringerige mannetjes. Ze slijten een visumformuliertje dat bij de douanehokjes even verderop gratis is te krijgen. Als ik het aanbod afsla, bieden ze een balpen te huur aan.

De Marokkaanse douaniers stellen wat bitse vragen voordat ze nors mijn paspoort stempelen. Dan is er weer een haag mannetjes: de geldwisselaars die zwaaien met rekenmachines, de ambulante straatverkopers en de taxichauffeurs met special prices.

Beni Enzar scheidt meer dan alleen twee landen. Melilla en Ceuta, een andere Spaanse exclave, hebben als enige een landsgrens tussen Europa en Afrika. En zijn daarmee een magneet voor migranten die clandestien de EU willen binnenkomen. Beide grenzen hebben te maken met een toestroom van migranten.

Zoals Mireille uit Kameroen bestormen ze massaal de hekken. Het levert dramatische beelden op. Voor sommigen symboliseren ze de onmenselijke wijze waarop Fort Europa zijn buitenmuren bewaakt. Anderen zien er campagnemateriaal in. Een Spaanse fotograaf zei dat het Franse Front National interesse had in zijn iconische foto van zo’n massabestorming. Een verkiezingsposter.

Politieagent Jesús Ruiz rijdt aan de Spaanse kant in zijn witte terreinwagen langs het grensrek. „Officieel bestaan ‘hete uitzettingen’ niet”, vertelt hij. Hij doelt op het direct terugdeporteren van migranten die het hek over zijn geklommen. „Want ook wie irregulier de grens overkomt, heeft recht op een procedure.”

Maar Ruiz, die actief is binnen de politievakbond, wijst naar het hek. Daarin is om de vijftig meter in het binnenste en middelste hek een deur aangebracht. „Zo kunnen agenten snel bij die migranten komen, die tussen de hekken belanden.” Maar om de paar honderd meter zit tegenover die twee deuren ook een deur in het buitenste hek, dat aan Marokko grenst. „Die zijn dus bedoeld voor die deportaties die zogenaamd niet plaatsvinden.”

Mkakopyaya, een jongen uit Kameroen, bevestigt dit uit eigen ervaring. Voor de poort van het CETI laat hij de littekens op zijn gespierde onderarmen zijn. Sommige zijn maanden oud en al geheeld. Andere zijn nog vers. „Ik deed in anderhalf jaar tien pogingen. Drie keer kwam ik over het hek.”

In groepen de berg af

Ook voor de politie is het geen gemakkelijk werk. „Het is heel zwaar als het je werk is om de droom van een ander mens te moeten afstoppen”, vertelt Sergio in de lobby van een hotel. Hij en twee collega’s willen niet met hun volledige naam in de krant. De Guardia Civil heeft een militair karakter en het openlijk bekritiseren van superieuren leidt snel tot strafmaatregelen.

De migranten die het hek over weten te klimmen, zijn opgepept, vertellen de drie agenten. „Ze komen in grote groepen de berg af. Zo massaal dat de Marokkaanse gendarmerie hen niet allemaal kan tegenhouden. Vervolgens vormen ze een mensenzee die tegen het buitenste hek aanduwt. En dan begint het klimmen.”

De migranten halen hun armen en handen open aan het prikkeldraad. Ze hebben het snikheet, ze dragen meerdere lagen kleding om zich te beschermen. „Ze zitten helemaal vol adrenaline als ze het hek overkomen. Na zo’n bestorming kom je thuis in een uniform onder het bloed. Bloed dat niet van jezelf is.”

De agenten doen hun verhaal omdat ze vinden dat ze heldere geweldsinstructies moeten krijgen. En omdat ze willen dat duidelijk wordt bepaald waar Spaans grondgebied nu precies begint. Ze zijn nu bezorgd de wet te overtreden juist door bevelen op te volgen. Hun commandant wordt al onderzocht door justitie na een recent incident met twee auto’s die als kamikazes de grenspost passeerden. De inzittenden werden meteen weer terug de grens overgezet. „Als je ziet dat je superieuren worden gedagvaard, druppelt dat door in de hiërarchie.”

De regering heeft besloten het grenshek voor de zoveelste keer te ‘verbeteren’: een nauwer gaas met mazen van 13 millimeter, wat het klimmen moeilijker moet maken. Een lapmiddel, zeggen de agenten. „Het wordt wel moeilijker om binnen te komen, maar niet onmogelijk.” Werk daaraan is in mei begonnen.

Migranten willen vóórdat het nieuwe maaswerk af is pogingen wagen, zegt Esteban Velázquez, een Spaanse jezuïetenpater die in Marokko aan migranten hulp verleent. „Dat is wat ik hoor als ik op de Gurugú kom”, vertelt hij in Nador, de eerste Marokkaanse stad na de grens. Velázquez kijkt regelmatig schichtig over zijn schouder. Hij wordt in de gaten gehouden door de geheime dienst, zegt hij.

De migratieproblematiek is een politiek gevoelig onderwerp. Marokko ziet de exclaves formeel als bezet gebied, maar in de praktijk werkt het met Spanje samen bij de bewaking van grenzen die het niet erkent. De regering in Rabat roeit de migratie ook weer niet helemaal uit. In ruil voor haar medewerking kan ze van Madrid gunsten afdwingen op het gebied van bijvoorbeeld visserijrechten en exportquota. <<