Opinie

    • Juurd Eijsvoogel

Wat er omgaat in het hoofd van Poetin

We weten niet wat er om gaat in het hoofd van Poetin, hoor je de laatste tijd nogal eens verzuchten. Strikt genomen mag dat waar zijn, maar er is genoeg bekend over de ideeën waardoor de Russische president zich laat leiden. Zo stond in deze krant onlangs een boeiend interview met politicoloog Sergej Karaganov, „al decennia formeel en informeel adviseur van het Kremlin”.

Toen redacteur Hubert Smeets hem vroeg hoe het toch kwam dat in Rusland na de ramp met vlucht MH17 zo weinig medeleven was getoond, antwoordde Karaganov: „Rusland wordt geconfronteerd met existentieel gevaar.” Dat was een opmerkelijke uitspraak. Rusland is volgens deze Poetin-adviseur verwikkeld in niet minder dan een strijd om zijn bestaan. Het land voelt zich zo in het nauw gedreven door het Westen, dat medeleven met Nederland daaraan domweg ondergeschikt was.

Is de inzet van de Oekraïne-crisis voor Rusland en Poetin werkelijk zo hoog? Geloven ze heus dat het eigen bestaan op het spel staat, en afhankelijk is van de politieke koers die het buurland kiest? Dat zijn belangrijke vragen, zeker voor landen die hopen dat ze Rusland met sancties en politieke druk van koers kunnen laten veranderen. Want wie gelooft dat hij een existentiële strijd uitvecht, zal niet snel inbinden.

In februari verscheen onder supervisie van dezelfde Karaganov een rapport over ‘Nationale identiteit en de toekomst van Rusland’. Het land glijdt al jaren af, schrijft Karaganov in het voorwoord, omdat we niet weten wie we zijn, wat we willen zijn en waar we willen uitkomen. Rusland heeft ruim twintig jaar geleden de Sovjet-identiteit afgelegd, stelt hij, maar er is niets voor in de plaats gekomen.

Tegen die achtergrond krijgt Poetins gehamer op het beschermen van Russen en Russisch sprekenden waar ook ter wereld, een extra onheilspellende lading. Want dan is dat niet in de eerste plaats een imperialistische machtsdroom, maar een krampachtige poging de Russische identiteit nieuw leven in te blazen – en zo te voorkomen dat er van ‘de grote Russische beschaving’, en dus uiteindelijk Rusland, niets overblijft.

Vandaar de nadruk die Poetin vaak legt op traditionele Russische waarden. Vandaar ook de prominente plaats die hij inruimt voor de Russisch orthodoxe kerk. En vandaar dat het voor hem ook geen schrikbeeld is als Europa meer afstand neemt tot Rusland: op zichzelf teruggeworpen zal dat enorme land met zijn verschillende volkeren het nationale gevoel juist kunnen versterken, is de gedachte.

Een rechtvaardiging voor de inmenging in een soeverein buurland is dat allemaal niet. En geruststellend is het al helemaal niet. Want als Poetin gelooft dat zijn land in een existentiële strijd is verwikkeld, dan zal hij vast niet tevreden zijn met de annexatie van de Krim en het dwarsbomen van de pro-Europese koers van Oekraïne. Dan kan wat dáár gebeurt een model worden voor operaties in andere landen met Russische minderheden.

Bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 speelde Oekraïne een sleutelrol, schrijft Serhii Plokhy, hoogleraar in Harvard, in zijn onlangs verschenen boek The Last Empire; The Final Days of the Soviet Union. Niet alleen Gorbatsjov, de laatste president van de Sovjet-Unie, was verbijsterd toen het Oekraïense parlement stemde voor onafhankelijkheid. Nu viel alles uit elkaar. Boris Jeltsin, die hard werkte aan de ontmanteling van de Sovjet-Unie en de onafhankelijkheid van Rusland, was er even woedend over.

Sindsdien is de wereld veranderd en Oekraïne een zelfstandig en internationaal erkend land geworden. Maar voor een Rusland dat houvast zoekt in het verleden, is dat nog steeds niet te verkroppen.

    • Juurd Eijsvoogel