Wat doet Hongarije nog in EU?

Hongarije is lid van de Europese Unie, maar de premier van het land gelooft niet meer in de open, liberale democratie als staatsvorm. Als inspirerende voorbeelden voor Hongarije ziet hij „succesvolle landen” als Rusland, China, Turkije, Singapore of India – „landen die niet westers zijn, niet liberaal, geen liberale democratieën en misschien zelfs helemaal geen democratieën”.

Premier Orban zei dit onlangs in een geruchtmakende toespraak voor etnische Hongaren in Roemenië. Het was een pleidooi voor wat hij noemde een „illiberale staat, een niet-liberale staat”. En het was tegelijk een aankondiging van de anti-westerse koers die hij, na zijn verkiezingszege dit voorjaar, de komende vier jaar wil volgen.

Afgelopen jaren heeft Orban al belangrijke en verontrustende stappen in die richting gezet. De rechterlijke macht bemande hij met politieke vrienden. Hij maakte een eind aan de onafhankelijkheid van de centrale bank. Hij ondermijnde de persvrijheid, zette het kiesstelsel naar zijn hand en stimuleerde Groot-Hongaarse dromen door etnische Hongaren in het buitenland Hongaarse paspoorten te geven.

Orban zegt dat hij de waarden van het liberalisme, „zoals vrijheid etcetera”, nog steeds hoog houdt. Hij wil „deze ideologie” alleen niet meer „als centraal principe van de staat”. Zijn politieke ideaal vereist een reorganisatie van de staat, zegt hij, en het opruimen van enkele „obstakels”, zoals niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) die het wagen zich bezig te houden met politieke onderwerpen. Het is slechts één van de kwesties waaruit blijkt dat de Hongaarse premier een geestverwant is geworden van de Russische president Poetin. Een ander teken van die verwantschap is zijn afkeer van Amerika, waar individualisme en morele decadentie een onstuitbare neergang in gang gezet zouden hebben.

Orbans partij, Fidesz, is in het Europees parlement lid van de grootste fractie, die van de Europese Volkspartij EVP waartoe ook de CDU van bondskanselier Merkel en in Nederland het CDA behoren. Maar Europees is Orban nauwelijks nog. Buitenlandse bedrijven ziet hij als een bedreiging van het nationale belang, democratische uitgangspunten van de Europese Unie zoals de openheid, persvrijheid en de rechtsstaat lapt hij aan zijn laars.

De EU kan niet langer doen alsof er niets aan de hand is. Van Eurocommissaris Reding van Justitie moet de Unie overwegen om Hongarije zijn stemrecht in de Europese Raad te ontnemen. Dat gaat ver. Laat premier Orban eerst maar in het Europees Parlement komen uitleggen waarom hij, als bewonderaar van het Russische en Chinese systeem, in Brussel nog een volwaardige plaats verdient aan de tafel waar de belangrijke besluiten worden genomen.