Waar was ik in hemelsnaam?

Iris Hannema (1985) reisde alleen de wereld over. Haar moeder nam stiekem screenshots tijdens hun Skype-sessies. De komende weken schrijft Iris over die gesprekken en haar reis. Deze aflevering: Chili.

Mám, heb je toen óók foto’s zitten maken? Dat doe je toch niet als ik keihard aan het huilen ben?’ Ik vond het helemaal niet cool om mezelf zo terug te zien, maar mijn moeder dacht er duidelijk anders over. Zij vindt ‘dat alle emoties bij het reizen horen, niet alleen die van super gelukkig zijn’. En omdat mijn moeder praktisch altijd gelijk heeft, was ook dit helemaal waar. Toch kijk ik nog steeds liever naar mijn meer florissante reisherinneringen en daar hoort dit moment overduidelijk niet bij.

Klote-stad

Ik zat op het vliegveld van Santiago, de hoofdstad van Chili en was hondsberoerd uit het vliegtuig gestapt. De afgelopen weken was ik in Lima geweest, Peru, waar ik voor een tijdschrift ging spoorzoeken naar het leven van de Peruaanse sterschrijver Mario Vargas Llosa. Iedereen zei maar steeds dat Lima zo’n klote-stad was. Er zou niets te doen zijn, ‘saai’, ‘moet je meteen wegwezen’. Wat een kletskoek. Het is een heerlijke Zuid-Amerikaanse hoofdstad, aan zee nota bene, met veel ronddobberende en wandelende surftypes en overal is smakelijke ‘ceviche’ te krijgen. Dat laatste is ’s lands beroemde rauwe visschotel.

Gefrituurde deegstaven

De avond voordat ik terugvloog naar Buenos Aires, waar ik toen woonde, werd ik vreselijk ziek. Ik kon niet stoppen met overgeven. Of het was de vis, de ceviche (uit een keurig restaurant) of de vette churro’s, gefrituurde deegstaven met suiker (nachtelijke snack bij een eetkraampje tijdens een fonteinenwaterspuitshow op muziek). Ik heb niet vaak echt heimwee gehad, maar wel als ik alleen, ziek en in een ver land was, en hoe. Dan wilde ik alleen nog maar naar huis, naar Haarlem, bij mijn ouders op de bank liggen met cheese onion chips en kippensoep.

Deze snapshots zijn gemaakt op het vliegveld van Santiago. Ik heb het vliegtuigdekentje voor mijn gezicht, dat mocht ik houden van de stewardessen. Omdat ik zo beroerd was, mocht ik gelukkig voorin zitten. Ik werd verzorgd door een oudere Peruaanse heer die op de stoel naast me zat, overduidelijk vol medelijden met zo’n zieke gringa. Erger werd het nog omdat we een onverwachte tussenlanding maakten en midden in de nacht het vliegtuig uit gedirigeerd werden. Ik had werkelijk geen idee waar ik was. In welk land stond ik in hemelsnaam?

Onbekende woestijn

Het was of de Chileense of de Boliviaanse woestijn, geen idee, ik lag als een dweil op een stoel in een snikhete wachtruimte. Eindelijk aangekomen op het vliegveld van Santiago de Chili, wachtende op mijn volgende vlucht naar Argentinië, bleek er goed functionerend wifi te zijn en mijn moeder nam op! Wat een opluchting en in het gesprek dat volgde maakte ze deze dramatische foto’s.

Ik kwam heelhuids aan in Buenos Aires en na een dag of drie was ik weer opgeknapt. Ceviche heb ik daarna nooit meer gegeten en churro’s trouwens ook niet.

Belletje trek

Om het verhaal vrolijk af te sluiten: ruim vóór mijn voedselvergiftiging vond ik warempel de heuse residentie van schrijver Mario ‘Marito’ Vargas Llosa. Dat hij niet thuis was maar in Parijs zat (volgens de buurman) deerde mij niet; deze fan heeft maar mooi voor het huis van de meester gestaan (en stiekem op zijn bel gedrukt).

    • Iris Hannema