Moet ik mijn lichaam ziek gaan maken met die pillen

De wetenschap toont aan dat preventief slikken van hiv-remmers effect heeft. Maar weegt dat bewijs zwaarder dan het gevoel van de slikker, vraagt Sebastiaan van Beek.

Foto Thinkstock, bewerking NRC

De nieuwe richtlijn van de World Health Organisation (WHO) geeft homoseksuelen en transgenders in overweging om preventief hiv-remmers te gebruiken, de zogenoemde PrEP: Pre Expositie Profylaxe. De media brengen het nieuws groot, de voorzitter van Hiv Nederland benadrukt de noodzaak, en al snel wordt mij van verschillende kanten gevraagd of ik ‘aan de PrEP ga’. Als huisarts besteed ik veel aandacht aan rationele besluitvorming, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Zo is het heel gebruikelijk om bijvoorbeeld cholesterolverlagende medicijnen voor te schrijven om hart- en vaatziekten te voorkomen. Mocht ik in de toekomst zelf baat kunnen hebben van cholesterolverlagers dan zal ik ze zeker gaan slikken. Er is immers voldoende wetenschappelijk bewijs.

In het geval van PrEP is mijn eerste reactie echter gedreven door emotie in plaats van ratio: „No way, ik ga mijn gezonde lichaam niet ziek maken met hiv-remmers!” Daarnaast vermoed ik meteen een aantal bezwaren: 1. PrEP-pers zullen wel vaker onveilige seks hebben, met een stijging van andere soa’s tot gevolg. 2. De medicatie geeft ernstige bijwerkingen. 3. Het wetenschappelijk onderzoek zal wel matig van kwaliteit zijn en gefinancierd door de farmaceutische industrie.

Al deze bezwaren zijn weg nadat ik de WHO-richtlijn heb doorgelezen. Die oogt goed doordacht, en staat boordevol wetenschappelijke onderbouwing. Hoewel het aantal onderzoeken niet heel groot is, is de kwaliteit goed en zijn de resultaten significant. Ik kan niet anders concluderen dan dat mijn vooroordelen onjuist waren: PrEP voorkomt hiv, heeft weinig bijwerkingen en geeft geen uitbraak van onveilige seks.

Ben ik dan nu begonnen met hiv-remmers? Nee, en dat ben ik ook niet van plan. Ook al behoor ik tot de beoogde doelgroep, deze preventieve medicatie geeft me geen goed gevoel. Ik sta hier overigens niet alleen in, afgelopen Gay Pride stond ik met zeventig homo’s op een boot, van wie er niet een enthousiast is over PrEP. Het voelt niet goed om door de medicatie elke dag bezig te zijn met een ziekte die je niet hebt. Het gezond verstand gelooft niet dat de medicatie onschadelijk is. Bovendien denk ik nog steeds dat gebruik van een condoom en regelmatige controle bij een SOA-poli voldoende zou moeten zijn.

Behalve wetenschappelijk bewijs is er dus nog iets anders nodig om PrEP succesvol in te voeren: maatschappelijke acceptatie van een preventieve behandeling als deze. Hoe we dat kunnen bereiken staat niet in de richtlijn.

    • Sebastiaan van Beek