Ineens wilde iedereen Thé

Op een terras in de Spaarndammerbuurt te Amsterdam dronken Thé Lau en zijn vrouw Marijke een drankje. Zij een witte wijn, hij een sambuca. Marijke herkende mijn hoofd uit de krant en vroeg of ik erbij kwam zitten. En toen zat ik daar plotseling, bijna schuldbewust omdat ik zijn muziek pas weer was gaan luisteren nadat hij bij RTL Late Night zonder sentimenteel te worden had verteld dat hij was uitbehandeld voor kanker.

Hij zag er goed uit, en ik geloof dat hij zich ook zo voelde. Later die dag ging hij bij uitgeverij Lebowski de drukproeven bekijken van zijn nieuwe roman, waarin de hoofdpersoon toevallig ook columnist was.

Na zijn ‘doodvonnis’ was er opeens de erkenning. Zijn afscheidsconcert was in mum van tijd uitverkocht en werd verplaatst naar de Heineken Music Hall, hij stond voor het eerst op Pinkpop – „Het was bloedheet in die tent” – en hij mocht nog een keer terugkomen bij Humberto Tan, voor een hommage van anderhalf uur vanaf een podium op het Leidseplein.

„Daarvoor was het tien jaar lang sappelen”, zei Thé. „Je werkt je kapot aan een cd, maar ik kwam maar niet op de playlist. Ze draaiden het niet bij Radio 2.”

Marijke: „Maar nadat je bij RTL had opgetreden en door Giel Beelen was geïnterviewd belden ze ineens op en zeiden ze dat je typisch Radio 2 was.”

Hij begon over het menselijk tekort. Nadat ze het bekend hadden gemaakt wilden ze hem opeens allemaal tegelijkertijd. Hart van Nederland wilde hem in de tuin filmen.

„Iedereen wilde Thé”, zei Marijke. „Op een zeker moment werd ik er gek van, we waren zelf nog hartstikke verdrietig. Net toen ik iemand in de arm wilde nemen om ons even te ontlasten hielden ze allemaal tegelijkertijd op met bellen. Was prins Friso overleden.”

Thé: „Toen ging de zwerm daarnaartoe.”

Hij had besloten om zoveel mogelijk te genieten en het onderste uit de kan te halen. Gisteren was er een filmploeg geweest voor nachtelijke opnames, hij was er nog moe van. Hij nam een slok van zijn sambuca.

„Mijn oncoloog zei het mooi: ‘Kanker is als een ongenode gast in de herberg, en die gaat niet meer weg.’ Het is een kwestie van veel rusten, medicijnen slikken, zoveel mogelijk genieten en ja, ik leef natuurlijk niet op water.”

    • Marcel van Roosmalen