Lot yezidi’s dwingt Amerika weer tot militaire actie in Irak

President Obama schiet gevluchte yezidi’s in het noordwesten van Irak te hulp, zonodig met militair ingrijpen.

Bijna drie jaar geleden maakte president Obama een einde aan de Amerikaanse oorlog in Irak. Hij hoopte de geschiedenis in te gaan als de president die het hoofdstuk Irak voor Amerika sloot. Maar vannacht moest hij hierop terugkomen. Obama hield een tv-toespraak waarin hij toestemming gaf voor luchtaanvallen in Irak op doelen van de extremistische Islamitische Staat (IS). „Amerika kan niet de andere kant opkijken. We moeten handelen, voorzichtig en verantwoordelijk, om een mogelijke genocide te voorkomen.”

Obama wil met deze verrassende stap voorkomen dat de jihadistische strijders van de IS massamoord plegen op circa 50.000 yezidi’s die in Noordwest-Irak de bergen in zijn gevlucht. Na een snel offensief van de IS, afgelopen weekeinde, zijn tienduizenden yezidi’s, etnische Koerden, en christenen op de vlucht geslagen. De yezidi’s in de bergen kunnen geen kant op. Zo’n 40 kinderen zijn daar volgens Unicef al van dorst en hitte omgekomen. Obama: „Eén Irakees in het gebied riep tegen de wereld: ‘Niemand helpt ons.’ Vandaag schiet Amerika te hulp.”

Het is volgens Obama niet de bedoeling dat de VS weer betrokken raken bij de burgeroorlog in Irak. Na de Amerikaanse inval in 2003 werd het land een chaos. Premier Maliki, een shi’iet die ooit door de Amerikanen werd gesteund, heeft door corruptie en sektarisme zijn steun in Washington verloren. Toen de IS, toen nog ISIS, eerder dit jaar een opmars maakte in Irak, nam de internationale roep om Amerikaans ingrijpen toe, maar Obama weigerde. Hij kreeg onvoldoende informatie en eiste hervormingen van de regering-Maliki. Bovendien wilde hij Iran niet in de kaart spelen.

Nu stemt Obama op verzoek van Maliki alsnog in met directe militaire steun. Sinds juni zijn er honderden extra medewerkers van Amerikaanse inlichtingendiensten naar Irak gestuurd. Volgens Obama staan nu ook Amerikaanse belangen op het spel. Erbil, de hoofdstad van Iraaks-Koerdistan, wordt bedreigd door de IS. Daar werken veel Amerikaanse diplomaten en CIA-medewerkers. Ook vreest Obama dat Bagdad valt. Hij zei gisteren dat hij nog steeds rekent op politieke hervormingen van de Iraakse regering.

Amerikaanse vliegtuigen dropten gisteren voedsel en water boven de yezidi’s in de bergen. Er werden luchtaanvallen uitgevoerd op IS-doelen; onduidelijk is of die door de Iraakse of de Amerikaanse luchtmacht zijn uitgevoerd. Het Pentagon ontkende betrokkenheid. Obama zei dat alleen luchtaanvallen worden uitgevoerd als Erbil of de yezidi’s bedreigd worden.

Het is voor het eerst sinds 2011, toen de VS meewerkten aan luchtaanvallen in Libië, dat Amerika bereid is actief mee te doen aan een oorlog. Obama staat ambivalent tegenover militair ingrijpen om problemen in de wereld op te lossen. Hij zei onlangs dat de tijd van grote militaire operaties voorbij is. De oorlog tegen terrorisme wordt volgens hem niet langer tegen een grote organisatie als Al-Qaeda gevoerd, maar tegen talloze kleinere afdelingen. Hij wil dat landen in de frontlinie meer werk opknappen. Obama maakt uitzonderingen voor grote humanitaire catastrofes en gevaar voor Amerikanen ter plekke. Beide argumenten gaf hij vannacht.

Het belangrijkste argument van zijn militaire adviseurs om niet in Syrië in te grijpen, was dat ‘een beetje oorlog’ niet kan. Zodra je de stap zet om te vechten, kun je niet meer terug. Obama heeft die stap nu in Irak gezet en het is aan de IS of de Amerikanen luchtaanvallen gaan uitvoeren.

    • Guus Valk