Indrukwekkend en zwierig JeugdOrkest

„Ze zijn állemaal blond!” riep een bezoeker tijdens het concert van het JeugdOrkest Nederland gisteravond in het Concertgebouw. Inderdaad oogt dit gezelschap blozend jeugdig, een zomerse verzameling musici tussen de 14 en 20 jaar oud.

Maar een concert van het JON is niet alleen voor de ouders leuk. Het orkest biedt veel momenten van hoge kwaliteit, dankzij het talent dat vaak in de twijfelfase zit: word ik professioneel of blijft het een hobby?

Stimulerend is de gecontroleerde leiding van Jurjen Hempel. De dirigent is sinds mensenheugenis leider van het JON en zal dat hopelijk lang blijven. Meteen in Berlioz’ Le carnaval romain gaf Hempel de smachtende melodieën consciëntieus vorm en nam hij zijn orkest bloedserieus.

De bombastische Vijfde symfonie van Sjostakovitsj is dankbaar repertoire. Gretige slagwerkers en koperblazers mogen hier boertig losgaan – wat ze ook deden.

In het bijtende Allegretto werd met dronken zwier recht gedaan aan de sardonische muziek.

Maar vooral indrukwekkend waren de geladen violen, die in verstilde passages de spanning gloedvol vasthielden. Fluit- en klarinetpartijen bleken uitstekend bezet.

In het dolle juichslot van de Vijfde wordt soms ambivalentie gehoord, maar Hempel maakte er vooral een spectaculaire eindsprint van.

Minder geslaagd was het Celloconcert van Dvorák. Tedere intermezzi werden door Hempel wel erg robuust neergezet.

De grillige cellist Pieter Wispelwey bleek niet altijd goed te volgen. Zijn wispelturige dosering van dynamiek en stokvoering kwam de intense lyriek van het werk bovendien niet altijd ten goede.

Het duet tussen cellist en de uitstekende concertmeester in de finale bleek een hoogtepunt.

Zuiver speelde Wispelwey niet altijd, maar dat werd gecompenseerd met theatrale gebaren. Wél geslaagd was de toegift: in de solosuites van Bach kan de cellist al zijn spontane invallen kwijt.

    • Floris Don