Honderd keer Koningin van de Nacht en lieveling van Nederland

Cristina Deutekom1931-2014

Sopraan

Christine werd Cristina. De Hollandse nachtegaal zong spectaculair en ook heel luid.

Cristina Deutekom in het tv-programma ‘Marco Bakker presenteert’, 1980 Foto ANP

Cristina Deutekom, de sopraan die gisteren in Amsterdam overleed, had een leven dat verfilmd had kunnen worden in een variant op Assepoester. Christine Engel, Stientje, werd geboren in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Ze stopte op de Nieuwedijk de kousen van de meisjes op de Wallen. Niemand kon vermoeden dat zij als de wereldberoemde dramatische coloratuursopraan Christine Deutekom in 1968 in de Metropolitan Opera in New York zou triomferen als de ‘Koningin van de Nacht’ in Mozarts Die Zauberflöte.

Deutekom was begonnen bij een kinderkoor. Ze zong in het koor van de Nederlandse Opera en kwam daar terecht in een serieuze opleidingsklas. Haar eerste hoofdrollen zong ze bij operettevereniging Thalia. Ze debuteerde in 1962 bij de Nederlandse Opera in Die Zauberflöte, voor het eerst als de Koningin van de Nacht.

In 1969 brak ze door in Italië, als Elvira in I puritani, in het Venetiaanse operatheater La Fenice. Sindsdien heette ze l’usignolo olandese, de Hollandse nachtegaal. Met dank aan haar succes aldaar veritaliaanste zij haar voornaam tot Cristina.

De spectaculaire rol van de Koningin van de Nacht beheerste de vroege carrière van Deutekom als internationaal fenomeen. Ze zong hem onder andere in München, Frankfurt, Barcelona, Milaan en Londen. Toen Georg Solti in 1969 Die Zauberflöte met de Wiener Philharmoniker op de plaat zette, was Deutekom de Koningin van Nacht naast topzangers als Pilar Lorengar en René Kollo. The New York Times noemde haar „de grootste Koningin van de Nacht van onze tijd”.

Ongelooflijk was Deutekoms Koningin van de Nacht. De woede om haar ontvoerde dochter Pamina – „Der hölle Rache kocht in meinem Herzen” – resulteerde in furieuze vocale salvo’s. Ze klonken als een knetterende kogelregen, en ook nog eens uitzonderlijk luid.

Na meer dan honderd optredens in Die Zauberflöte nam Deutekom in 1971 afscheid van de Koningin van de Nacht. De rol was erg klein: twee aria’s en een kwintetje, nog ver uit elkaar ook. Soms, zei Deutekom, had ze zin om tussendoor even naar huis te gaan.

Na Mozart zong ze belcanto-repertoire van Rossini, Bellini, Donizetti en vooral dramatische Verdi-rollen. In 1974 opende ze naast Plácido Domingo met Verdi’s I vespri siciliani het nieuwe seizoen bij de Metropolitan Opera in New York.

Ze zong met de beroemdste tenoren, zoals Franco Corelli, Luciano Pavarotti, Plácido Domingo, José Carreras en Nicolai Gedda. Ze zong met Renata Tebaldi en Elisabeth Schwarzkopf en ze werkte met dirigenten als Riccardo Muti en Antonino Votto.

Cristina Deutekom bleef een typische Hollandse diva, zonder kapsones. Ze was getrouwd met Jaap Deutekom, een man met een goede stem die vanwege Stientje bij haar in het koor ging zingen. Hij was bokser en gaf zijn professionele carrière en een baan bij het Amsterdamse GEB op om met haar mee te kunnen reizen.

In 24 jaar groeide Deutekom uit de populairste Nederlandse klassieke zangeres, deels door te klagen dat ze niet vaak genoeg optrad bij de Nederlandse Opera. Overigens zong ze daar tussen 1962 en 1985 in 24 operaproducties, de laatste keer in Turandot. De kritiek op haar was dat ze niet altijd loepzuiver zong en dat haar zingen soms grensde aan jodelen.

Op Oudejaarsdag 1986 kondigde Deutekom plotseling haar afscheid van het podium aan, wegens een hartkwaal. De Nederlandse Opera moest vier concertante uitvoeringen van Rossini’s Semiramide annuleren.

Daarna gaf Deutekom les aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. „Ik ben hard, lastig en gedreven”, zei ze in deze krant. Veel jonge zangers waren haar te gemakzuchtig. Sinds 1987 is er het Cristina Deutekom Concours voor jong talent.

Cristina Deutekom trad voor het laatst op in 1996 in het Amsterdamse Concertgebouw, op een feest van impresario Pieter Alfrink. Ze zong de bolero uit I vespri Siciliani en ‘Liebe du Himmel auf Erden’ uit Léhars Paganini. Het leek of de tijd had stilgestaan. Ze zong als vanouds, de coloraturen twinkelden opnieuw. Moeiteloos overvleugelde ze het orkest met haar topnoten.