Hier had uw hoofdkantoor kunnen staan

Hoofdkantoor in Europa is fiscaal gunstig voor Amerikaanse bedrijven. President Obama wil dit lek dichten.

De Amerikaanse president Obama maakt zich deze zomer kwaad over belastingvlucht door Amerikaanse concerns. Hij onderzoekt mogelijkheden om deze trend te kern. Obama wil „zo snel mogelijk” actie ondernemen om belastingvlucht te ontmoedigen, zei hij deze week.

Tegelijk dringen verschillende activistische beleggers bij grote Amerikaanse bedrijven juist aan op het ontwijken van belasting in eigen land. Machtige aandeelhouders moedigen hen aan om een buitenlandse branchegenoot over te nemen. Zo kunnen Amerikaanse bedrijven een adres krijgen in bijvoorbeeld Ierland of Nederland en dáár belasting afdragen. In de VS geldt namelijk een winstbelastingtarief van 35 procent. Dat is aanzienlijk hoger dan in de meeste andere westerse landen. In Nederland geldt een tarief van 25 procent.

Deze vorm van belastingvlucht wordt tax inversion genoemd, naar het woord voor ‘omkering’. Met het gebruik van zogenoemde brievenbusmaatschappijen heeft deze vorm van ontwijking niks te maken.

Recentelijk heeft ontwijking door middel van ‘tax inversions’ aan populariteit gewonnen, voornamelijk in de farmaceutische sector. Veel landen hebben de afgelopen jaren een vriendelijker belastingklimaat voor het bedrijfsleven gecreëerd.

Het Amerikaanse stelsel is intussen afschrikwekkend ingewikkeld gebleven, ondanks de oude en nieuwe beloften van tal van politici – ook Obama – om het systeem te stroomlijnen.

Dit jaar hebben tax inversions helemaal een vlucht genomen, juist omdat Washington dreigt met optreden. Amerikaanse bedrijven gaan weg nu het nog kan. De schatkist zou zo honderden miljarden dollars mislopen.

President Obama en zijn minister van Financiën, Jacob Lew, vinden het hoog tijd om een einde te maken aan inversion. De president omschrijft ondernemingen die vertrekken als „bedrijfsdeserteurs”, verraders „die afstand doen van hun staatsburgerschap om hun winst te beschermen”.

Uit peilingen blijkt dat de meeste Amerikanen – en ook de meeste beleggers – geen goed woord over hebben voor bedrijven die voor inversion kiezen. De aandelen van ondernemingen die belastingvlucht zouden overwegen, daalden op Wall Street dan ook scherp toen de druk vanuit Washington deze week werd verhoogd.

Drogisterijketen Walgreens

Vooral Ierse, Zwitserse en Britse bedrijven zagen de afgelopen dagen miljarden dollars aan beurswaarde verdwijnen. Beleggers dumpten aandelen uit vrees voor overheidsoptreden.

Ook de koers van drogisterijketen Walgreens verloor woensdag 14 procent, maar dat was nadat het bedrijf onder druk van publiek en aandeelhouders al had besloten om af te zien van het plan om een hoofdkantoor in Zwitserland te vestigen. Met de overname van Alliance Boots had Walgreens de kans om miljarden dollars aan belastinggeld te besparen met een nieuw adres, maar dat leek de top toch slecht voor het imago.

Inversion-expert Willard Taylor denkt niet dat de aandelenprijs of de vrees voor reputatieschade op de lange termijn ontduiking zal voorkomen. „Een koers die een paar dagen daalt, lijkt me geen reden om van verhuizing af te zien”, zegt de hoogleraar rechten uit New York, tevens voormalig advocaat.

Walgreens reageerde snel op de vijandige sfeer, beaamt hij. „Maar de keten heeft veel Amerikaanse klanten, iedereen kent Walgreens”, zegt Taylor. „De meeste grote farmaciebedrijven kent niemand.”

Hedgefondsen

Hedgefondsen, die de middelen hebben om bedrijven onder druk te zetten, vrezen Washington of de publieke opinie evenmin. Zo dringt hedgefonds Marcato Capital er op aan dat de Britse hotelketen InterContinental wordt overgenomen door een Amerikaanse branchegenoot. Marcato bezit 4 procent van de aandelen van InterContinental, en zou flink profiteren van een overname. Die probeert het hedgefonds nu aan de man te brengen met als voordeel een Brits hoofdkantoor en een lager belastingtarief voor het toekomstige moederbedrijf.

William Ackman, een bekende activistische belegger, wil dat het Californische farmaciebedrijf Allergan fuseert met het Canadese Valeant. In Canada zijn de tarieven immers aantrekkelijker. En ook Bermuda blijft in trek. De onderneming Helen of Troy, die op het eiland lichaamsverzorgingsproducten maakt, stond onder druk van Sachem Head Capital om een Amerikaanse zakenpartner te vinden. Helen of Troy fuseerde met vitaminemaker Healthy Directions.

Vrijwel alle politici en commentatoren willen van inversion af. Amerikaanse bedrijven moeten zich als goede burgers gedragen. Om dat te bereiken bepleit Obama een toptarief van 28 procent, dat van toepassing zou blijven op alle bedrijven, waar ter wereld ze ook gevestigd zijn. Het Republikeinse Congreslid Dave Camp is voor 25 procent en wil dat het alleen van toepassing is op hen met Amerikaanse hoofdkantoren.

Topmanagers en aandeelhouders betogen dat belastingvlucht nu eenmaal mag, en dus oké is. „Er klopt iets niet als je zegt: ik hoef alleen verantwoording af te leggen aan aandeelhouders”, zegt hoogleraar Willard Taylor. Slavenarbeid in China drijft de prijzen ook omlaag en de aandelenprijs omhoog, zegt hij. Toch zien de meeste bedrijven daar van af. „Je moet ergens een grens trekken.”

Behalve een verlaging van winstbelasting onderstrepen kenners dat de mazen in de wet moeten worden gedicht. Het stelsel is zo complex dat sommige bedrijven de volle 35 procent afdragen, terwijl andere dankzij uitzonderingen en aftrekposten vrijwel niets betalen. Met een uniform, laag tarief zouden bedrijven in de VS blijven. „Nederland trekt nu Amerikaanse ondernemingen aan”, zegt Taylor. „Wij moeten juist Nederlandse ondernemers hierheen lokken.”

Een andere oplossing kan zijn om consequent álle bedrijven met Amerikaanse zaken te belasten. Niet alleen ‘gevluchte’ multinationals, maar ook buitenlandse ondernemingen met vestigingen in de VS. „Maar dan straf je ook Philips en Shell, terwijl zij werkgelegenheid en handel leveren”, zegt Taylor. „Zij zijn niet de bad guys.”

    • Diederik van Hoogstraten