Fanatiek strijdster voor haar Joodse wortels

Profiel Esther Voet, directeur CIDI Ooit schreef ze voor roddelblad Story, nu verdedigt ze Israël te vuur en te zwaard. Discussiëren met haar is zinloos, vinden tegenstanders. Anderen lopen weg met Esther Voet.

Esther Voet, sinds vorig jaar directeur van het Centrum Documentatie en Informatie Israel in Den Haag. Foto Olivier Middendorp

Een jonge vrouw had zich eind jaren zeventig voor het Amsterdamse Victoria Hotel opgesteld. In haar handen hield ze een Maariv. Het Israëlische dagblad moest haar in contact brengen met de Joodse gasten van het hotel. Dat lukte. De gesprekjes op straat waren een stap in haar ontdekkingstocht naar haar diepe verbondenheid met het Jodendom.

Zo’n dertig jaar later is Esther Voet (50 jaar) een Joodse bestuurder in oorlogstijd, als directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI). Vorige week vloog ze op en neer voor een rede in de Knesset, het Israëlische parlement. Ze sprak over het toenemende antisemitisme. Dat deed ze een paar dagen later met premier Mark Rutte in het Catshuis. En ze schoof diezelfde avond aan in het televisieprogramma Knevel & Van den Brink.

Voet was gisteren opnieuw in het nieuws. De Telegraaf plaatste een advertentie van een complete pagina waarin 86 meer en minder bekende Nederlanders zich uitspreken tegen Jodenhaat. Het CIDI had de oproep gecoördineerd. PVV-leider Geert Wilders was aanvankelijk gevraagd de advertentie te ondertekenen, maar werd later toch geweerd. Reden: hij had zich gekeerd tegen een eerdere gezamenlijke verklaring tegen antisemitisme van onder meer premier Rutte en het CIDI. Wilders vond het een „flutverklaring”; het aanpakken van de islam zou de oplossing van antisemitisme zijn. En dat noemde het CIDI weer „het importeren van het conflict in het Midden-Oosten naar bevolkingsgroepen in Nederland”.

Altijd ‘anders’

Hoe vindt de zoekende vrouw van toen nu zo handig haar weg in politiek, maatschappij en media? Mede- en tegenstanders met wie deze krant sprak, noemen haar direct, fanatiek, of zelfs bezeten. De meesten bewonderen haar overgave en plichtsgevoel, sommigen zeggen dat ze star is en te dominant discussieert.

„Esther heeft altijd de grenzen opgezocht van het leven. Maar een wegbereider is ook kwetsbaar, hoe sterk ze ook is”, zegt Niek de Kruif, haar neef, beste vriend en vertrouwenspersoon. „Ze heeft geleerd hoe ze in de Joodse gemeenschap moet laveren tussen stromingen met verschillende meningen, en koppelt doorzettingsvermogen aan een ernstige slimheid.”

Voet is opgegroeid in de Zaanstreek. Ze was de oudste in een zionistisch, pro-Israëlisch onderwijzersgezin met twee jongere broers. Haar vader leerde zijn scholieren het Israëlische volkslied. En tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 en de Oktoberoorlog in 1973 zat het gezin aan de radio gekluisterd.

Toen Voet acht jaar oud was, ontdekte haar vader dat hij van Joodse afkomst is. Dat maakte veel indruk op het meisje dat zich naar eigen zeggen altijd ‘anders’ had gevoeld. Voet begon een zoektocht naar haar roots. Haar liefde voor Israël en het Jodendom bloeide meer en meer op. Op haar 21ste kwam ze joods-orthodox uit bij Mordechai Piron, voormalig opperrabbijn van het Israëlische leger.

De vraagtekens van critici bij haar Joodsheid kwetsen haar zeer. „Het Jodendom wint geen zieltjes”, zegt ze. „Het is héél erg pijnlijk als mensen mijn identiteit in twijfel trekken, dat is niet uit te leggen.”

De Nederlandse opperrabbijn Binyomin Jacobs, die haar goed kent, zegt desgevraagd beslist: „Ze is voor 100 procent Joods.”

Vóór haar inzet voor Israël werkte Voet eerst als docente Engels en ballet, tot ze ontdekte dat haar hart bij schrijven lag. Ze begon als journalist bij de Privé-pagina van De Telegraaf, als rechterhand van Henk van der Meijden, die ze een leermeester noemt. Later werkte Voet voor verschillende bladen. Ze schreef onder meer over auto’s, sieraden en interieurs.

Haar liefde voor het Jodendom en de strijd tegen Jodenhaat liet ze tegelijk duidelijk blijken. Samen met Hans Polak en de Anne Frank Stichting bracht zij de cd Samen Verder uit met liedjes over tolerantie en tegen racisme. Ze werkte voor het Joods Jaarboek en was hoofdredacteur bij het Nieuw Israëlietisch Weekblad.

Henk van der Meijden, nog steeds actief als theaterproducent, herinnert zich haar als „een ijverige dame die geen blad voor de mond nam”. „Ze was ambitieus en ging helaas in op een beter aanbod van Story. Jaren later heb ik een brief van haar gekregen, dat ze spijt had en veel had geleerd. Het zat haar kennelijk heel erg dwars.”

Van der Meijden kwam Voet enkele maanden geleden bij toeval tegen. „Ik liet merken dat ik niet voor altijd boos ben. Ze was bijna in tranen, omdat het zo belangrijk voor haar was. Dat zegt iets over iemand. Ik volg haar nu van afstand. Ze is een echte strijdster, ze levert dit gevecht voor haar wortels.”

Voets houding heeft haar veel critici opgeleverd, die haar en het CIDI zien als Israëlische propagandamachine. Die mogelijk geld zouden krijgen van de Israëlische regering. Dat bestrijdt ze ten zeerste.

Oogkleppen

„Het CIDI en Voet mogen financieel onafhankelijk zijn, dat wil ik geloven, maar inhoudelijk zijn ze dat niet”, zegt Jaap Hamburger, voorzitter van stichting Een Ander Joods Geluid, die de progressieve stroming vertegenwoordigt in de sterk versplinterde Joodse gemeenschap. „Het is geen informatie- en documentatiecentrum. Het is primair een lobbyclub, een belangenorganisatie.” Met aan het hoofd „een vrouw die zich nogal eens kortaf opstelt”, zegt Hamburger. Hij ontmoette haar bij verschillende bijeenkomsten. Het viel hem op dat „Voet één visie heeft en tijdens discussies anderen weinig ruimte biedt”.

Voet verdedigt Israël met een groot fanatisme, zegt Hamburger. „Ze lijkt wel bezeten: alles wat het land doet is goed.”

Hij haalt een artikel aan uit Het Parool van bijna twee weken geleden. Daarin zegt Voet onder meer dat er geen sprake is van buitensporig geweld in het conflict. Hamburger: „Ze benadert alles van één kant. Ze wil niets horen over het falen van Israël, over de bezetting of over Palestijnse nationale rechten. Ze heeft oogkleppen op.”

De Turkse moskeekoepel Milli Görüs Nederland en het Nederlands Palestina Komitee (NPK) gaan om dezelfde reden niet inhoudelijk met haar in discussie. „Het is volstrekt zinloos”, zegt NPK-voorzitter Wim Lankamp, die eens op het station van Zwolle een broodje met haar at. „Het was toen wel een aardige vrouw.”

Dat zegt ook Hamburger. „Ik heb enkele jaren terug een lang en persoonlijk gesprek met haar gehad in een café”, vertelt hij. „Ze toonde zich menselijk en kwetsbaar. Het was een plezierige vrouw om mee te praten.” Voet wilde graag met Hamburger in gesprek, zegt hij, in de hoop dat ze samen door één deur kunnen. „Dat zit er op het politieke vlak niet in. Onze opvattingen liggen te ver uit elkaar.”

Toch dekt Voet in grote lijnen de mening van Joods Nederland, denkt opperrabbijn Jacobs. „Ze is contactueel sterk. Ze heeft de munitie, maar weet ook wanneer ze moet schieten. Ze heeft me eens gezegd: het CIDI is mijn baby. Ze gaat er vol voor, ook al proberen mensen haar pijn te doen.”

Wat opvalt is de felheid waarmee critici Voet benaderen. Dat heeft er ook mee te maken dat geen ander conflict in de wereld de gemoederen zo bezighoudt als het Israëlisch-Palestijnse. In Nederland is de discussie door de strijd in Gaza de laatste weken weer opgelaaid. Die discussie wordt vooral online gevoerd, met veel kwetsende taal over en weer.

Voet, zelfbenoemd Twitterverslaafde, ziet het allemaal langskomen, ook het gescheld dat op haar is gericht. „Ze heeft veel energie en laat zich niet van haar stuk brengen”, zegt een voormalig collega uit de journalistiek. Die oud-collega wil niet met haar naam in de krant, omdat bedreigingen niet alleen aan het adres van Voet zijn gericht, maar ook soms aan de mensen om haar heen.

„Ze kan heel veel hebben”, zegt neef Niek de Kruif. „Ik vind het knap dat ze met feiten terugslaat en niet met modder gooit. Ze is heel uitgesproken: ze zegt altijd hardop wat ze weet en vindt. Maar ik hoop ook dat dit niet te lang duurt. Ze is ook maar een gewoon mens.”

De Kruif maakte bij een vakantie in Zweden mee hoe ver haar plichtsgevoel reikt. „Ze kon haar telefoon en laptop echt niet wegleggen, tot ik het deed. Het was alsof ik haar hand afhakte. Een privéleven zit er eigenlijk nauwelijks in, al is ze heel trouw aan vriendschappen. Ik vind dat ze snel eens vrij moet nemen, maar krijg dat maar eens voor elkaar.”

    • Juliette Vasterman
    • Michiel Dekker