Denk ook aan ons, roepen de kinderen in Syrië

Verborgen achter het offensief van Israël tegen Hamas maakte de Syrische oorlog twee van zijn bloedigste weken tot nu toe mee, met meer dan 2.000 doden. En de afgelopen week boekten de strijders van de Islamitische Staat nieuwe successen, nu in Irak.

„Vergeet ons niet”, roepen Syrische kinderen op Twitter. „Herinnert u zich nog de tijd dat er maar 100.000 doden waren?”, luidt een andere tekst van Free Syrian Media Hub. „Belegerd, gebombardeerd, onder vuur van sluipschutters, vergast, gefolterd en doodgehongerd. De kinderen van #Syrië”, meldt RevolutionSyria.

Met dergelijke teksten, begeleid door foto’s van gewonde en dode kinderen probeerden Syrische oppositiegroepen de afgelopen weken de concurrentie aan te gaan met de oorlog in Gaza.

Die nieuwe oorlog, met zijn eigen bloedige beelden van dode en gewonde kinderen, hield immers de drie jaar oude strijd tussen rebellen en regime in Syrië nóg weer langer uit het nieuws. Eerst verschoof de focus naar de opmars van de jihadisten in Irak en hun uitroeping van een kalifaat. Vervolgens verdreef de crisis rond het neerhalen van het passagiersvliegtuig boven Oekraïne de kalief weer uit de media.

Is het nog wel oorlog in Syrië? Of heeft iemand intussen gewonnen?

En hoe staat het met de oorlog in Irak?

Er zijn honderdduizenden mensen op de vlucht, en ja, het is er nog oorlog

Ja, het is zeker nog oorlog in Syrië en Irak, met in beide landen in de hoofdrol de Islamitische Staat (IS) – ex-Islamitische Staat in Irak en al-Sham (ISIS) en ex-Al-Qaeda-in-Irak. IS is nog steeds aan de winnende hand.

In Irak zijn honderdduizenden mensen op de vlucht geslagen, onder wie heel veel aanhangers van religieuze minderheden, christenen en yezidi’s met name, die letterlijk met doodsbedreigingen uit hun woonplaatsen worden verdreven door de moslimextremisten.

Verborgen achter het offensief van Israël tegen Hamas maakte de Syrische oorlog de tweede helft van juli twee van zijn bloedigste weken tot nu toe mee. Er vielen meer dan 2.000 doden bij gevechten tussen strijders van de Islamitische Staat en regeringstroepen bij Homs, Raqqa en Hassakeh.

De jihadisten brachten president Bashar al-Assads troepen daar hun gevoeligste nederlagen van deze oorlog toe. Meer dan de helft van de doden waren regeringsmilitairen, aldus het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten. Dat is een met de oppositie gelieerde groep, die het aantal oorlogsslachtoffers zo goed mogelijk bijhoudt. In totaal heeft de oorlog in Syrië volgens deze groep inmiddels meer dan 170.000 mensen het leven gekost.

De gematigde oppositie streed tegen de jihadisten, Assad profiteerde

De steeds dominantere aanwezigheid van de jihadisten onder de rebellen was in het voordeel van het Syrische regime. Niemand, zeker niet in het Westen, wil de zelfbenoemde kalief Abu Bakr al-Baghdadi als opvolger van Assad in Damascus hebben.

Om in de gunst van de buitenwereld te blijven, leverden gematigder opstandelingen het laatste jaar meer strijd tegen wat tot juni nog de ISIS heette, dan tegen het regime. Assads troepen profiteerden daarvan, en boekten gestaag terreinwinst. Met name in de omgeving van Damascus en in de stad Homs, waar zwaar verdeelde rebellen uit hun laatste bolwerk in het oude centrum werden verdreven. De dag vóór de IS tegen zijn leger in het offensief ging, riep Assad nog vol vertrouwen de overwinning uit in de „vuile oorlog”.

Enkele dagen later kon hij op videobeelden uit Raqqa tien onthoofde lijken van zijn manschappen zien. De hoofden waren op een hek geplaatst. Het is niet duidelijk of zijn troepen zich hadden laten verrassen door de jihadisten, die tot dan toe het regeringsleger dusdanig ongemoeid hadden gelaten dat de gematigde oppositie van een onofficiële alliantie sprak.

Maar het is wél zeker dat de IS veel profijt heeft van alle moderne materieel dat de organisatie in juni op het Iraakse regeringsleger buitmaakte. Dat gebeurde bij de snelle verovering van een serie Iraakse steden, met als hoofdprijs de miljoenenstad Mosul.

De IS liet destijds op videofilmpjes op internet zien dat grote aantallen pantservoertuigen en ander materieel meteen naar het strijdtoneel in Syrië verhuisden. Toch wordt Assad zelf nog niet bedreigd.

Het was zo’n kleine groep, niet meer dan 10.000 à 20.000 strijders

Sommige analisten gingen er aanvankelijk vanuit dat een relatief kleine strijdgroep als de IS, met volgens zeer ruwe schattingen tien- tot twintigduizend strijders, in de problemen zou komen doordat het zijn manschappen over een groot gebied met diverse fronten moet spreiden. Maar daarvan is nog niets te merken.

Het speelt zeker een belangrijke rol dat de jihadisten – althans in Irak – met verschillende bondgenoten werken. Zij profiteren ook van de grote onvrede onder de sunnitische bevolking over haar achterstelling door de overwegend shi’itische regering. De jihadisten zijn ook fanatieker en gedisciplineerder dan hun tegenstanders en krijgen nog steeds aanwas van geestverwanten uit het buitenland.

In elk geval boekten de strijders van de Islamitische Staat de afgelopen week nieuwe successen, nu in Irak. Zelf maakte de IS gisteren op Twitter bekend in zijn huidige offensief vijftien steden en stadjes en de Mosul-dam in de rivier de Tigris te hebben veroverd. Daarbij brachten ze Koerdische troepen hun eerste nederlagen toe, hoewel die zelf van „tactische terugtrekkingen” spreken. Jihadisten zijn nu tot aan de grens van het autonome Koerdistan opgerukt. De opmars van de IS bracht de notoir verdeelde Iraakse, Syrische en Turkse Koerden bij elkaar, maar het effect is nog onduidelijk.

En iedereen vlucht naar Koerdistan

Iraaks Koerdistan wordt tegelijk overstroomd met vluchtelingen. Alleen uit de stad Sinjar zijn het afgelopen weekeinde 200.000 inwoners gevlucht, van wie 170.000 yezidi’s, etnische Koerden die voor de jihadisten als duivelsaanbidders gelden. Maar alle andersdenkenden lopen gevaar. Ook verjaagt de IS de shabak, een shi’itische Koerdische minderheid, en etnische Turkmenen. Christenen zijn eveneens voor de keuze gesteld tussen bekering, de vlucht of de dood. Het grondgebied van het kalifaat wordt zo snel ontdaan van zijn oude minderheden.

De buitenwereld heeft deze week in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zijn woede uitgesproken. Maar vooralsnog kijkt de wereld werkeloos toe. Het Iraakse regeringsleger is eerder dit jaar machteloos gebleken. Het Westen en Iran, die allemaal felle tegenstanders van de Islamitische Staat zijn, willen niet met een troepenmacht ingrijpen en mogelijk voor langere tijd in een bloedige oorlog vast komen te zitten. Zij beperken zich tot militair advies aan Bagdad en wapenleveranties.

Buiten het nieuws kan de kalief voorlopig zijn machtspositie consolideren.