De ‘sharing economy’ blijft oprukken: carpoolen is hot

Foto iStock

Wat gebeurde er in Amerika terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

Geen wonder dat de wegen van Los Angeles, Houston en New York ongeveer altijd verstopt zijn. Elke dag rijden honderd miljoen Amerikanen naar hun werk in honderd miljoen auto’s.

Zonde, beseffen steeds meer mensen. Voor hen is er Lyft Line. En Uber Pool. En Sidecar.

Deze week is het Lyft dat aandacht krijgt. Deze goedkopere versie van Uber X (herkenbaar aan een pluizige, roze snor voorop de auto)  biedt vanaf donderdag een ridesharing optie aan: vreemden kunnen bij elkaar in de auto kruipen voor een fractie van de kosten van een taxi of Uber. Het is carpoolen met een financiële dimensie, mogelijk gemaakt door de app en de eraan verbonden creditcard.

Volgens Vox wordt het onderscheid tussen stadsbus en taxi zo steeds vager. Op de korte termijn is Lyft “een manier voor yuppies om wat minder voor een taxi te betalen”. Maar op de lange termijn is dit de toekomst van slim vervoer: op maat, snel, betaalbaar, gedeeld, en ook nog sociaal. Het heet niet voor niets de sharing economy: de economie van het delen.

Gok niet op het gokken

Amerikaanse steden in financiële nood – er zijn er nogal wat – zoeken steeds vaker hun heil in casino’s. Gok-dollars, banen: precies wat je nodig hebt als burgemeester die herkozen wil worden!

Dat is een denkfout, schrijft de Atlantic. Gokken kon vóór de crisis en recessie een vlotte manier zijn om economische activiteit aan te trekken. Maar casino’s zijn meer en meer een downscale business: de gasten komen merendeels uit de de lage-inkomensgroepen om te gokken, drinken, logeren en roken. Maar juist die groepen hebben weinig te besteden en profiteren nauwelijks van het economisch herstel.

De gok van Baltimore, waar deze maand een nieuw casino in het centrum wordt geopend, is dus een misstap, aldus de Atlantic. En dan nog dit jammerlijke feit: “Mensen die dichtbij een casino wonen, hebben een twee keer zo grote kans om verslaafd te raken dan zij die er meer dan vijftien kilometer vandaan wonen.”

Kom maar met dat atoomafval

In het district Loving in Texas gebeurt niet veel. Het is twee keer zo groot als New York City. Er wonen 95 mensen. Hoofdstad Mentone is een dorpje zonder school of gemeenteraad. Maar als het aan de bestuurder (en rechter) Skeet Jones ligt, wordt het bestaan een stuk interessanter in Loving, want het disctrict wil hoogwaardig nucleair afval gaan opslaan.

De meeste landen en steden willen juist van hun atoomafval af. Herinneringen aan Fukushima en Tsjernobyl hebben de reputatie van nucleair materiaal geen goed gedaan. In VS is kernergie echter een belangrijke bron, en dus is er afval. De federale overheid heeft 28 miljard dollar (21 miljard euro) te besteden voor de veilige, langdurige opslag, schrijft The New York Times, maar het is niet zo makkelijk om kandidaat-lokaties te vinden.

Loving – de naam betekent ‘liefhebbend’ – heeft ruimte genoeg voor bovengrondse opslag en verwerking, zegt Skeet. Het overheidsgeld kunnen ze goed gebruiken in het stoffige district vlak bij Mexico. “We kunnen wat wegen aanleggen, we kunnen wat water invoeren”, zegt Skeet. “Misschien zelfs een Walmart.”

    • Diederik van Hoogstraten