De sancties zijn er, ze gaan pijn doen en dat wist iedereen

Ze waren te verwachten en ze zijn gekomen: economische sancties van Rusland tegen de lidstaten van de Europese Unie. Een antwoord op de gefaseerde besluiten van de EU om Rusland met strafmaatregelen te treffen die steeds strenger werden; vorige week volgde er een pakket dat niet alleen personen, maar ook belangrijke sectoren van de Russische economie treft.

De Europese Commissie omschreef gisteren de tegenreactie van de Russische regering, die met name de import van agrarische producten betreft, als „duidelijk politiek gemotiveerd”. Een weinig verrassende waarneming. De sancties van de EU tegen Rusland zijn niet minder politiek gedreven: ze waren en zijn gericht tegen de destabilisatie van Oekraïne en de Russische bemoeienis daarmee. En ze zijn bedoeld om president Poetin tot een andere opstelling te brengen. Dat de sancties doel treffen is te hopen, maar moet nog worden afgewacht; voorlopig is er geen beter middel voorhanden.

Op het moment dat de sancties werden getroffen, besefte iedereen dat ze de economie zouden raken. Van Rusland, maar ook van de landen in de Europese Unie zelf. Dat gold al voor de sancties die de EU uitvaardigde. En het geldt voor de tegenmaatregelen van Rusland, die in Nederland de land- en tuinbouwsector in het bijzonder raken. Op microniveau zullen er andere landen en individuele bedrijven van de sancties profiteren; op macroniveau wordt niemand er beter van. De vrijhandel wordt mondiaal getroffen.

Hier geldt dat wezenlijker belangen dan de economische in het geding zijn. De werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB gaven vorige week blijk van dit besef: ze omschreven de sancties als „de enige keuze nu vrede en veiligheid in Europa in het geding zijn”.

Vanuit hun positie bezien is het niettemin logisch dat ze, evenals LTO Nederland (land- en tuinbouw), op maatregelen aandringen als financiële compensatie voor de bedrijven die getroffen zullen worden. Sommige partijen (VVD, CDA, SGP), zowel in de Tweede Kamer als in het Europees Parlement, waren er wel erg snel bij om op dit belang te wijzen. Maar van eventuele steun van overheidswege kan pas sprake zijn als de impact van de sancties daadwerkelijk is gebleken en ondernemers geen alternatieven voor hun bedrijfsvoering kunnen ontwikkelen. Ook de vereiste terughoudendheid bij staatssteun aan bedrijven moet in acht worden genomen. Coördinatie van steunmaatregelen vanuit Brussel is daarnaast nodig om concurrentievervalsing binnen de EU te voorkomen.

Maar altijd is er de kans dat bedrijven met een eenzijdig gerichte export failliet zullen gaan en werknemers moeten worden ontslagen. Dat is de pijn van sancties, dat is de prijs die ervoor wordt betaald.