‘700.000 bezoekers voor musical Hij gelooft in mij’

Aldus de musicalproducent Stage Entertainment in een reclame

illustratie Emmelien Stavast

De aanleiding

De musical Hij gelooft in mij over het leven van volkszanger André Hazes is een groot succes. De recensies zijn lovend, de bezoekers zijn lovend, en producent Joop van den Ende zelf natuurlijk ook. Nu de musical bijna stopt, in januari volgend jaar, horen we in een televisiereclame dat 700.000 bezoekers de musical hebben gezien. Een duizelingwekkend aantal, maar het kan natuurlijk: de musical draait al sinds november 2012 en de 931 plaatsen in de Wim Sonneveld-zaal in het De La Mar theater in Amsterdam zijn meestal bezet, laten bezoekers van de musical weten. De show is ook al vijf keer verlengd. Maar klopt het ook dat er 700.000 bezoekers zijn geweest?

Waar is het op gebaseerd?

Er is geen onafhankelijk instituut dat dit soort cijfers bijhoudt, zoals bij radio en televisie. Er is wel de Vereniging van Schouwburg- en Concertdirecties (VSCD), maar die noteren alleen de bezoekcijfers die ze van de leden (schouwburgen) krijgen. En dat zijn cijfers per genre, niet per titel. Van den Ende kan in theorie roepen dat er acht miljoen mensen naar zijn musical zijn geweest, en dan is er niemand die dat controleert.

Maar dat is gelukkig niet het geval, verzekert Laura Bosch, woordvoerder van Joop van den Ende Theaterproducties. Er zijn écht zoveel musicalfans. En het publiek waardeert deze musical bovendien gemiddeld met een negen, laat zij weten. Toch ligt het genuanceerder dan de televisiereclame doet geloven. In die reclame zegt de stem: „Hij gelooft in mij, Nederlands meest bekroonde musical... stopt! Met trots kijken wij terug. Vier musical awards. Maar liefst vijf keer verlengd. 800 voorstellingen. 700.000 bezoekers.”

En, klopt het?

Wie nu denkt dat er 700.000 mensen naar de voorstelling zijn gekomen: dat klopt niet helemaal. Want, verduidelijkt Bosch: „De cijfers die worden genoemd gaan over het aantal bezoekers dat zal zijn behaald op 4 januari, na bijna 800 voorstellingen.” Het getal in de reclame is een optelsom van de bezoekers die zijn geweest, de bezoekers die al een kaartje hebben gekocht voor een show die nog moet komen, en over de bezoekers die volgens de prognose nog een kaartje zullen gaan kopen. „De commercial is derhalve een finale gedachte en ‘blikt terug’ op twee jaar Hij gelooft in mij. Wij communiceren nergens dat op dit moment 700.000 bezoekers de voorstelling reeds hebben gezien.” De prognose is gebaseerd op de boekingsinformatie van de afgelopen draaiperiode van de musical, met een constante zaalbezetting. Het echte cijfer dat Bosch geeft is niet gek: dinsdag stond de teller op 646.000 verkochte kaarten.

Dat zijn dan weer geen unieke bezoekers. Musicalfans zijn trouw en enthousiast, en komen vaker terug. Bosch: „Uiteraard is er een percentage van klanten die vaker de voorstelling hebben gezien. Daar zijn we content mee, want het is een goed teken als een bezoeker terugkomt.” Hoeveel mensen vaker gaan, is niet bekend. „Wij hebben alleen boekingsinformatie van bezoekers die de reservering maken. Van bezoekers die niet zelf reserveren, hebben wij ook geen informatie. Dat kan ook niet, gezien de grootte van de groep. Bedrijven keren bijvoorbeeld vaker terug, maar lang niet altijd met dezelfde groep.”

Conclusie

Dat Hij gelooft in mij een zeer populaire musical is waar veel mensen op af zijn gekomen, is wel duidelijk. Maar dat waren er geen 700.000. Dit getal is een prognose, gebaseerd op het aantal verkochte kaartjes. Of het ook echt uitkomt, weten we pas als alle kaartjes zijn verkocht. We beoordelen de bewering daarom als grotendeels onwaar.

    • Peter van der Ploeg