Zijn gebronsde kuiten bleven satéstokjes

Opeens, ik had hem over het hoofd gezien, stond ik oog in oog met hem. En nu de eerste zin er staat, vraag ik me af of het laatste woord niet beter met een hoofdletter geschreven kan worden. In elk geval, ik schudde hem de hand en feliciteerde hem met zijn fantastic ride in France. Het Italiaanse laatje in mijn hoofd kon ik even niet vinden.

Hij, Vincenzo Nibali, de overtuigende winnaar van de jongste Tour, viel me tegen. Wat een broze, aandoenlijke verschijning. Hij deed me denken aan het Engelse fotomodel Twiggy, dat ook wel eens liedjes opnam. Een twijgje dus, een doorzichtig papieren sjabloontje. Gek genoeg was het juist de breekbaarheid die overrompelend was. Meer als geestverschijning dan als superieure atleet kwam hij bij me over. Terwijl ik toch beter moest weten.

Hij droeg een korte broek. De kuiten waren gebronsd als massief eiken, maar het bleven satéstokjes. Ik kon er mijn ogen er niet van af houden. In die kuiten zat de film van de Tour zoals die via een televisiescherm mijn huiskamer werd binnen gesmeten. In die kuiten zat natuurlijk ook zijn eigen film. Een film voor privégebruik.

Mijn echtgenote, wijlen mijn echtgenote intussen, sliep toen ik nog koerste altijd met een skelet. Zij was eraan gewend geraakt, en zij wist ook dat alleen botten met een beetje mager vlees erop tot bloei konden komen. Ik herinner me dat ze eens een vriendin meenam naar de Tour. Die dacht dat ik zwaar ziek was. Maar ik was, integendeel, op mijn best.

Wijlen mijn echtgenote heeft overigens ook weleens een skelet tegen haar aan gehad dat een delicate grens van doorschijnendheid had overschreden.

De man die me onverwacht bij Nibali introduceerde, zei tegen hem dat steller dezes ooit het podium gehaald had in Parijs. Nibali’s ogen, waarin eerder de ascetische rust en levensverzaking lag van een Aziaat dan van een Europeaan, laat staan van een Siciliaan, lichtten op in een vraagteken: had ik dat dan moeten weten? Maar even, gedurende een fractie van een seconde, was er een klik of klikje. Jazeker, heel even waren we broeders in de driedubbel getande waanzin van de Tourhistorie.

Goed, dit gebeurde bij de kleedhokken in de sporthal van Stiphout. Nibali moest zijn act nog opvoeren in het ‘rondje rond de kerk’. Ik was al klaar met mijn wedstrijdje tegen een paar generaties oud-professionals. Een nachtmerrie. Relatief mager ben ik nog steeds, maar allerlei gebreken beginnen door te schijnen. Ik werd gelost als een beginneling.

Bier drinkend in de hoge vipruimte langs het parcours, en dankbaar kleppend over vergane oorlogen, sloeg de clan van gewezen skeletten Nibali en de rest gade. Over niet al te lange tijd hoorden ze allemaal bij ons.

    • Peter Winnen