‘Wij zijn niet bang voor dramatisch crescendo’

Het Britse trio Fink speelde eerder samen met het Concertgebouworkest en werkt op zijn nieuwe cd samen met jazzman Ruben Hein. „Maar noten lezen kan ik niet”, zegt frontman Fin Greenall.

Het trio Fink, met in het midden frontman Fin Greenall Foto Andreas Terlaak

Fink is een trio. Tot voor kort werd al te gemakkelijk aangenomen dat de bandnaam Fink stond voor frontman Fin Greenall. De zanger en gitarist vertelt met klem dat zijn samenwerking met bassist Guy Whittaker en drummer Tim Thornton na acht jaar zo hecht is dat de band niet zonder hen zou kunnen bestaan. Greenall begon weliswaar als solitair technoartiest op het Ninja Tune-label, maar zijn muziek heeft zich inmiddels in een folkachtige richting ontwikkeld die de omschrijving ‘acoustica’ rechtvaardigt.

Een nieuwe, tijdelijke toevoeging aan de bezetting is de Nederlandse pianist Ruben Hein. De jazzman levert een prominente bijdrage aan Finks nieuwe album Hard Believer en zal bij de grotere festivaloptredens met de band meespelen. „Ruben wordt de volgende minister-president van Nederland”, lacht Fin Greenall. „We zijn nog niemand tegengekomen die geen fan van hem is, als persoon of als muzikant. Hij is een jazzy guy, maar als hij de jazzakkoorden achterwege laat, heeft hij precies het juiste gevoel om onze muziek een swing te geven die er eerder nog niet was. Geef hem een a-mineur- en een D-akkoord en hij maakt er een klein meesterwerkje van, zonder alles vol te spelen met overbodige franje.”

Sinds de samenwerking met het Koninklijk Concertgebouworkest op de avond voor Koninginnedag 2012, vereeuwigd op de cd Fink Meets RCO, is hun muziek helemaal niet meer in een hokje te plaatsen. „We waren altijd al bezig met hard en zacht in de opbouw van onze nummers”, zegt Guy Whittaker. „Sinds die avond met het Concertgebouworkest zijn we niet bang meer voor het dramatische crescendo. Arrangeur Jules Buckley heeft precies de juiste manier gevonden om alle orkestleden aan hun trekken te laten komen. Vooraf dachten we dat die door de wol geverfde klassiek muzikanten hun neus zouden ophalen voor onze vier-akkoordenmuziek. Na afloop zei zelfs de al wat oudere trombonespeler in de koffiekamer dat hij het hartstikke mooi had gevonden.”

Klassieke componist

Behalve eigen nummers speelde Fink die avond een stuk van de klassieke componist Henry Purcell (1659-1695), What power art thou uit de opera King Arthur. „Ik kan geen noten lezen”, bekent Greenall, „dus ik had er een eigen annotatie van gemaakt om te weten waar ik moest invallen en waar de melodielijn naartoe ging. Het origineel had ik nog nooit gehoord. Er zat niks anders op dan er een geheel eigen draai aan te geven. Later zag ik de film The Wolf of Wall Street met een drugsscène waarin precies datzelfde stuk van Purcell werd gespeeld. Dat was de eerste keer dat ik hoorde hoe het eigenlijk gezongen moest worden. Mijn versie was volstrekt anders, het léék er niet op. Dat krijg je als je een popzanger klassieke muziek laat zingen.”

‘Big is good’, was het credo dat Fink na de ontmoeting met het Concertgebouworkest durfde hanteren. „De dynamiek in ons samenspel maakt dat we niet vastzitten aan simpele folkliedjes”, zegt Greenall. „Wij kunnen multitasken, met gitaarpedalen die de sound breder maken of met een drummer die de maat houdt terwijl hij gitaar speelt. We hoeven echt geen groot orkest in al onze nummers, maar we hebben dankzij het Concertgebouworkest wel een liefde voor uitdagende orkestrale passages opgedaan. Daar hebben we niet altijd violen voor nodig. We hebben geleerd hoe we zelf een magistrale berg lawaai uit onze instrumenten kunnen toveren.”

We’ve come a long way / from small beginnings’ is een veelzeggende zin in het nummer Pilgrim, een sleuteltrack op het zevende Fink-album Hard Believer. „Het zou over onze band kunnen gaan”, zegt Greenall. „We hebben veel barrières moeten overwinnen om ons huidige niveau van succes te behalen. In de platenindustrie wemelt het van de hard believers: mensen die pas geloven dat je muziek iets voorstelt als ze harde verkoopcijfers zien. Daarom hebben we ons eigen platenlabel R’Coup’d genoemd, een kwinkslag naar het feit dat we al onze voorschotten terugverdiend (recouped) hebben. Onderliggend thema van ons album is dat grote dingen uit iets kleins kunnen groeien. Een rockband is als een relatie: het begint met een simpel afspraakje dat kan uitmonden in een jarenlange verbintenis. Die bij ons nog niet in tranen is geëindigd.”

Soundcheck

Fink heeft een bijzondere band met Lowlands. „In 2006 speelden we er voor het eerst”, vertelt Greenall. „Dat optreden zal altijd een mijlpaal in het bestaan van onze band blijven. We speelden in de Juliet-tent, die meestal voor theater en ballet bestemd is. Het publiek zat op stoelen en we kregen een soundcheck vooraf; een unicum in de festivalwereld. Het publiek was zo geconcentreerd en de reactie na afloop zo verpletterend dat het in één klap al onze onzekerheden wegnam over de moeizame manier waarop we tot dan toe een festivalpubliek moesten winnen voor onze delicate akoestische muziek.

„In 2012 troffen we op Lowlands het meest uitzinnige festivalpubliek waar we ooit voor gespeeld hadden. Ik heb een foto, geschoten vanaf het podium waar je mij op de rug ziet. Het publiek ziet eruit als een kudde hongerige wolven; mensen die schreeuwen om meer, meer, méér! Het is misschien niet helemaal koosjer om thuis een foto van jezelf op te hangen, maar deze hangt boven mijn bureau. Lowlands is de plek waar we boven onszelf uit stijgen.”

    • Jan Vollaard