Poulenc krijgt de sporen, en alles stroomt

Joyce Roodnat

Over opera en jazz volgens Peter Beets, Hetty Jansen en Judith van Wanroij; Boyhood; The Silkworm.

In de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam geeft jazzpianist Peter Beets Poulenc de sporen. In zijn improvisatie van een nocturne van Chopin slaat hij zo ongeveer op hol – het is geweldig wat hij doet, dat zal zelfs de Chopin-purist moeten toegeven. Maar hoe komt hij in vredesnaam weer bij Chopin terug? Ja, hoe, dat weet ik niet, maar het lukt hem. Met een grijns draait hij zich naar het publiek – heb ik ’m dat mooi geleverd of niet? Applaus! En húp, daar gaat hij alweer tekeer met het klassieke repertoire, nu in samen-‘spraak’ met de mezzo Hetty Jansen en de sopraan Judith van Wanroij. Operazangeressen die hij verleidt tot opgetogen swingende interpretaties van liederen en aria’s („hits”, zegt Beets) van Bizet, Delibes, Debussy. Makkelijk hebben ze het niet. Meermalen zit Beets zo lekker te spelen dat ze er niet tussen komen en hun inzet een schijnbeweging wordt. Ze giechelen, grijpen hun kans en zingen puntgaaf hun partijen. Want ze mogen „geen noot verkeerd zingen”, weet Beets. Terwijl híj juist „geen noot hetzelfde mag spelen als de vorige keer”. Dus kon hij gisternacht niet slapen, „want ik moest bedenken hoe ik moest improviseren op Fauré”.

Panta rhei. Alles stroomt bij Peter Beets, niks staat stil.

Bewegen is leven. Ik zie het ook in Boyhood, de speelfilm waarvoor Richard Linklater af en aan filmde, elf jaar lang. Kern is een dromerig jongetje van zeven dat we on-screen op zien groeien. Dat is magisch. Hetzelfde effect hadden de Harry-Potterfilms, daarin werden ook de personages samen met de acteurtjes groot, van een jaar of elf tot tot jongvolwassenen. Maar de Harry Potter-saga volgt de wetten van de fictie. Boyhood vertelt iets wat nauwelijks een verhaal mag heten. Het stroomt, als de geïmproviseerde jazz van Beets, mee met de jongen en zijn modern-ruïneuze gezinsleven.

Linklater bereikt, net als Beets, schijnbaar achteloos waar het allemaal om draait: de dag dat de, inmiddels 18-jarige, hoofdpersoon volwassen is. Hij zit met een net zo jonge vrouw naar de zonsondergang te kijken. We voelen dat ze voor elkaar vallen, vol vertrouwen in elkaar en in zichzelf. Hun toekomst ligt voor het grijpen. Denken ze. Wij in de zaal denken aan zijn ouders. Ook begonnen als jong geluk. We zijn terug bij af, de geschiedenis herhaalt zich. Schade en schande liggen op de loer.

Het zou me niet verbazen als Linklater het vervolg op Boyhood al in de planning heeft, weer met die acteurs. De titel? Adulthood of zoiets. Linklater is geobsedeerd door het verstrijken van de tijd. Wat betekent tijd? Wat doet de tijd ons aan? Is de tijd mild, kan de tijd gladstrijken? Of is hij wreed en houdt hij ons gevangen?

Ik lees The Silkworm en denk niet langer aan Peter Beets. Maar wel aan de zangeressen naast hem. Zij zingen altijd dezelfde noten, en desondanks gaan ze ermee aan de haal.

Maar nu de zangeressen en geen noot anders. Ze blijven binnen de lijntjes van de compositie, en daar vinden ze iets waar ze iets zoeken waar een collega niet op zou komen – die doet iets anders, met precies dezelfde noten. The Silkworm is deel twee in de reeks thrillers van J.K. Rowling onder het pseudoniem Robert Galbraith. Het worden er zeven, heeft ze beloofd. In elk boek lost Cormoran Strike, invalide Afghanistanveteraan en privédetective, een moord op in hippe Londense kringen. Zijn secretaresse is een uitzendkracht met relatieproblemen. Je voelt het knetteren tussen die twee en het kan dus nooit iets worden. Want: de coördinaten zijn uitgezet, en daar heeft ze zich aan te houden. Maar in dat stolsel gaat Rowling haar goddelijke gang en maakt van The Silkworm een zwaan.

Intussen wordt er gespeculeerd over verfilming. Welke ‘young big man’ zal Cormoran Strike spelen? Ik gok op Matthias Schoenaerts. Nog niet zo heel bekend, maar geloof me, dat is een goed idee. Breed, jong en melancholiek.