Onzichtbare buurman is Oekraïense oligarch

In onze straat stond een groot, wit, leeg huis te koop. De buren zeiden dat dit het duurste huis van Wenen was: vraagprijs 24 miljoen euro. Er staan hoge muren omheen. Alleen aan de voorkant had je een inkijkje vanaf de straat: in een soort schuur of bijgebouwtje, met een groot raam. Er waren geweien in opgehangen. Verder was de ruimte leeg.

Op een dag in april zag ik dat de ruimte ineens druk bezet was. De geweien waren weg. Er stonden tafels met laptops erop. Kortgeschoren mannen in T-shirts zaten op plastic stoelen. Er hingen er een paar voor de deur rond. Het had iets van een zwaar bewaakte VN-post middenin een burgeroorlog. De mannen hadden draadjes in hun oor en leken iets te maken te hebben met zwarte auto’s die overal stonden geparkeerd. Soms moest je ineens eindeloos rondrijden om zelf een plekje te vinden. De buren begonnen te klagen. Het witte huis heeft een ondergrondse parking, waarom gebruikten deze types die niet?

Ik begon nieuwsgierig te worden. Na een paar weken liep ik langs een van de mannen over de stoep en vroeg hem: „Wie woont hier eigenlijk?” Hij antwoordde in het Frans dat hij geen Duits begreep. Dus stelde ik mijn vraag in het Frans. Het antwoord was een grijns. Hij was niet van plan iets te zeggen.

Wenen is een metropool van 1,8 miljoen mensen. Bijna de helft van hen (0,8 miljoen) is de laatste 25 jaar uit Oost-Europa gekomen, na de val van de Muur. Tegelijkertijd is Wenen een dorp. Dus een paar dagen later was ik er via via achter wie er in het witte huis was getrokken: een oligarch uit Oekraïne. De Frans sprekende veiligheidsmannen maken, volgens de buurtroddel, deel uit van het Franse vreemdelingenlegioen. Ergens deze winter was de oligarch, die vrij laat afstand had genomen van de voormalige president Janoekovitsj, naar Oostenrijk gekomen. Een aantal van zijn bedrijven was hier al gevestigd. Dat is niets bijzonders: veel Oekraïners hebben onroerend goed en belangen in dit land. Oekraïne hoorde honderd jaar geleden deels bij het Habsburgse Rijk. Servië, Albanië en Moldavië ook. Uit al die landen komen mensen voor werk of vertier naar Wenen: rijk, arm, regering, oppositie, arbeiders, intelligentsia. Na Belgrado wonen nergens zoveel Serviërs als in Wenen. Veel penthouses in het centrum worden nu aan Russen verkocht. Bij ons in de straat staan altijd een paar Hongaarse en Tsjechische auto’s geparkeerd.

K opstukken uit de Oekraïense politiek zijn kennelijk al langs gekomen om mijn nieuwe buurman te spreken. Hoe lang de oligarch hier blijft, is onduidelijk. Want dit blijkt dezelfde man te zijn die in maart in Wenen werd gearresteerd en tien dagen vast werd gezet: de 48-jarige F., rijk geworden in de gasbusiness. De VS hadden om zijn uitlevering gevraagd, wegens een grote corruptiezaak in India. De Oekraïner betaalde 125 miljoen euro borg, de hoogste borgsom ooit in dit land. Een rechter buigt zich nu over de vraag of ze hem laten gaan of niet. Dat kan even duren. Dit zijn precaire beslissingen in een land dat nauwe banden heeft, en wíl hebben, met Oost en West. Intussen mag F. het land niet uit: hij moet beschikbaar zijn voor de politie. Men zegt dat hij voor de veiligheid meerdere huizen in de stad heeft gehuurd.

Tijdens de Koude Oorlog was Wenen een nest van spionnen uit Oost en West. Af en toe las je in de krant dat er weer iemand was omgelegd. Nu de spanningen met Rusland oplopen, vragen wij ons af of wij nog meer boeiende buren gaan krijgen.