Nixon op amateurfilmpjes: zorgeloze pret voor de val

De documentaire Our Nixon combineert zonnige amateurfilmpjes met grimmige geluidsbanden van de Amerikaanse president die moest aftreden.

30 april 1973: De tuin in bloei, terwijl Nixon twee adviseurs laat vallen.

Drie vrolijke mannen in Mad Men-pakken kwamen in 1969 naar het Witte Huis en ze namen hun super-8-camera mee. Wat filmden ze? Een paashaas en een olifantje, bloemperkjes, een kolibri die honing drinkt, zichzelf met hun baas, Nixon.

Toen Richard Nixon tot Amerikaanse president werd gekozen – zaterdag precies veertig jaar geleden kwam hij ten val – stelde hij een stel jonge honden aan als adviseurs: Bob Haldeman, John Ehrlichman, Dwight Chapin. Tijdens de zes jaar van Nixons regering filmden ze alles wat ze meemaakten, voor privédoeleinden. Hun vijfhonderd filmbanden lagen jarenlang in het archief, tot ze werden ontdekt door debuterend regisseuse Penny Lane. In de documentaire Our Nixon maakte zij eind vorig jaar een opmerkelijke montage van de filmpjes.

De amateurbeelden laten historische momenten zien – Nixon wint verkiezingen, Nixon bij Mao, Nixon met Vietnamsoldaten – maar toont vooral de glazen stolp waaronder Nixon en zijn staf leefden, reizend van strak geregisseerd persmoment naar persmoment, op de bruiloft van dochter Tricia, Pasen vierend op het gazon van het Witte Huis, de tuin in bloei. Zonnig en oubollig. Dat alles in ontroerend super-8, toen splinternieuw, nu primitief: verzadigde kleuren in een onscherp vierkant kader met ronde hoeken. Een van de adviseurs zegt in de film: „We hadden het gevoel dat we in een grote, briljante uitgelichte, beroerd geleide televisieshow zaten.”

Dat werkt zo goed omdat de kijker weet wat er ondertussen buiten gebeurde: de cultuurrevolutie van de hippies, de Vietnamoorlog en de massale protesten ertegen, en het Watergate-afluisterschandaal dat tot Nixons aftreden leidde. Binnen olijke stilstand, buiten een grimmig aanzwellende storm.

Die buitenwereld komt binnen door de ertussen gemonteerde zwart-wit nieuwsbeelden, en vooral door de geluidsband. Daarop zijn gesprekken te horen van Nixon met zijn staf. Zoals zijn adviseurs alles op film vastlegden, zo nam Nixon zelf al zijn gesprekken op met een Sony TC-800B bandrecorder. Vierduizend uur materiaal, dat aan het licht kwam tijdens Watergate. De opnames droegen bij tot zijn val. Geluid en beeld vormen een contrasterend amalgaam: je hoort op de band Nixon vloeken, liegen en vechten voor zijn leven, terwijl op de beelden eekhoorntjes scharrelen in de tuin.

Alles filmen, alles vastleggen wat je meemaakt; sinds de komst van iPhone doet iedereen dat. Nixon en zijn staf waren hun tijd ver vooruit. Ze namen alles en iedereen op, ze schonden op grove wijze de privacy, maar wilden zelf graag alles geheim houden. De film rijmt ongemakkelijk met het heden. Ook nu luistert de Amerikaanse president op grote schaal af. Vergeleken bij NSA was Watergate geknoei in de marge.

De drie vrolijke amateurfilmers – „wat hebben we gelachen” – worden in het Watergate-proces allemaal veroordeeld. Hun filmpjes werden in beslag genomen. Regisseuse Penny Lane zei in The New York Times: „Ze zien er zo opgewonden uit. Ze dachten echt dat ze met iets groots bezig waren. Zo treurig, ze gingen allemaal naar de gevangenis. En hier weten ze dat nog niet.”

    • Wilfred Takken