Nieuw huis in retrostijl duurder dan gewoon huis

De prijzen van nieuwbouwhuizen in retrostijl zijn aanzienlijk hoger dan die in eigentijdse stijlen. Dit is de belangrijkste conclusie van het rapport De waarde van stijl van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Amsterdam School of Real Estate (ASRE).

De onderzoekers van het PBL en ASRE vergeleken de prijzen van overeenkomstige huizen in retro- en andere stijlen met elkaar in 86 vinexwijken, de nieuwste generatie nieuwbouwwijken die sinds 1995 zijn gebouwd.

„Bij de prijsvergelijking hebben we alleen gelet op het exterieur”, zegt Edwin Buitelaar, leider van het onderzoek. „En we hebben steeds woningen met elkaar vergeleken die alleen in stijl van elkaar verschillen. Ligging, oppervlakten van de woning en het perceel, parkeervoorzieningen enzovoorts kwamen steeds overeen.” Kopers blijken bereid om meer te betalen voor huizen in retrostijl.

Bij retrostijl maakten de onderzoekers onderscheid tussen ‘neotraditionele’ en ‘verwijzend naar traditionele’ bouwstijlen. Bij neotraditionalisme gaat het om nauwgezette imitaties van historische stijlen, zoals de jaren-dertigstijl. In de ‘verwijzend naar historische stijlen’ komen slechts enkele elementen van historische stijlen voor.

Hoe traditioneler het nieuwbouwhuis des te duurder het is, zo blijkt uit De waarde van stijl. Zijn vinexwoningen ‘verwijzend naar historische stijlen’ gemiddeld 5 procent duurder dan eigentijdse huizen, bij neotraditionele huizen is dat 14 procent. In het laatste geval kan een deel van het prijsverschil worden verklaard door het materiaal door materiaalgebruik en de mate van detaillering – en dus hogere bouwkosten, aldus de onderzoekers.

Om het mogelijk te maken dat er meer retrohuizen gebouwd kunnen worden, stellen de onderzoekers onder meer voor om op plekken met een grote vraag naar woningen, zoals in het noordelijk deel van de Randstad, voldoende ruimte te bieden aan woningbouw.

    • Bernard Hulsman