Nederlandse banken moeten meer concurrentie krijgen

Wie nu een hypotheek op zijn woning afsluit, treft het, want de hypotheekrente bedraagt dit jaar gemiddeld iets minder dan 3,5 procent. Dat is ruim één procentpunt lager dan twee jaar geleden en het is ook minder dan de rente die huizenbezitters gemiddeld over hun bestaande hypotheek betalen (4,47 procent).

Dat is te meer goed nieuws daar in 2014 voor het eerst in bijna acht jaar de vraag naar woninghypotheken is gestegen, een teken dat de woningmarkt uit het dal aan het kruipen is. De lage rente maakt het voor huizenbezitters bovendien aantrekkelijk om hun spaargeld te gebruiken voor het aflossen van hun lening.

En toch had het nieuws voor de hypotheeknemers nog beter kunnen zijn. Bijvoorbeeld uit de kwartaalcijfers van ING blijkt dat banken een stijgende winst op de hypotheken boeken dankzij het gegroeide verschil tussen de tarieven die ze zelf moeten betalen voor hun leningen en de rente die ze hun klanten in rekening brengen.

Het roept dus de vraag op of de hypotheekrente niet verder zou moeten worden verlaagd. Of ook de consument niet meer zou moeten profiteren van het lage rentebeleid dat de Europese Centrale Bank voert. Tenslotte worden spaarders daardoor juist ‘gestraft’.

Een kanttekening is om te beginnen dat banken de verplichting hebben om hun buffers te vergroten. Dat is een van de lessen uit de kredietcrisis die in 2008 ontstond en waarvan de gevolgen nog steeds voelbaar zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een hoge werkloosheid. Die les moet dus niet worden vergeten. Ten tweede is de hoge particuliere schuldenlast, vooral veroorzaakt door het verstrekken van hypotheekleningen, een zwakke schakel in de Nederlandse economie. Er stond, begin dit jaar, 540 miljard aan hypotheken bij banken uit en voor menige eigenaar geldt dat zijn huis ‘onder water staat’: de waarde ervan is lager dan zijn schuld. Als gevolg van staatsgaranties is dat een probleem voor de hele samenleving.

Dat heeft terecht tot politieke ingrepen geleid om strengere eisen te stellen aan hypotheekleningen. Maar ook staat vast dat de geringe concurrentie een negatief effect heeft op de werking van de hypotheekmarkt. Er zijn maar weinig partijen. Banken die via aandelenovername of andere financiële steun aan de overheid gebonden zijn, hebben bovendien niet de vrijheid om met tarieven te stunten.

Het doet de roep om een Nationale Hypotheekinstelling luider klinken, maar beter is dat via versoepeling – met mate – van de voorwaarden meer, ook buitenlandse, instellingen toegang tot de financiële markt wordt verschaft. Dat is in het belang van de huizenkoper die een hypotheek wil, maar ook van de ondernemer die voor zijn bedrijfsvoering krediet van een bank nodig heeft.