Na Suikerfeest uitslapen, dan ook na wedstrijd Oranje

Behandel gelovigen en ongelovigen als gelijken, betoogt Martin Slagter.

Op de school waar ik werk, lieten islamitische collega’s het in juli tijdens diploma-uitreikingen en personeelsuitjes nogal eens afweten. Daar was alle begrip voor: de ‘verplichtingen’ in het kader van de ramadan drukten tijdens de zomerdagen wel heel zwaar op deze collega’s, zo was de communis opinio.

Het WK voetbal viel dit jaar toevalligerwijs grotendeels samen met de ramadan. Door het tijdsverschil waren sommige wedstrijden van Nederland pas om één uur ’s nachts afgelopen. Collega’s die hierdoor de volgende dag te laat op school kwamen of het anderszins af lieten weten, konden op aanmerkelijk minder begrip rekenen dan mijn islamitische collega’s. Dit verschil in beoordeling is opmerkelijk. Ook volledig geseculariseerde mensen denken vaak nog dat religieuze overtuigingen meer respect verdienen dan ‘wereldse’ opvattingen. Zo zijn bijvoorbeeld op vrijwel alle middelbare scholen petjes verboden, maar mogen moslimmeisjes wel een hoofddoek dragen.

Het verlangen van moslimmeisjes om een hoofddoek te dragen zou ‘dieper gaan’ en daardoor meer legitimiteit bezitten, dan het verlangen van ‘ongelovige’ jongens om een petje te dragen. Maar vanuit een neutraal-rationeel standpunt tellen deze verlangens even zwaar. Een geloofsovertuiging is niet respectabeler dan om het even welke seculiere mening. Er is geen principieel verschil tussen het geloof van een christen, hindoe of moslim enerzijds en de overtuiging van een ‘ietsist’, atheïst of heiden anderzijds. Als gevolg van de machtsovername door ISIS in Irak en het geëscaleerde conflict in de Gaza-strook is het debat van het Westen met de Arabische wereld weer fel opgelaaid. Met name in de sociale media staan ‘Oost’ en ‘West’ lijnrecht tegenover elkaar. De standpunten liggen dermate uiteen dat er sprake lijkt van twee verschillende paradigma’s: denkwijzen die essentieel van elkaar verschillen. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat er in de ‘dialoog’ met de Arabische wereld en de islam in de afgelopen decennia geen enkele vooruitgang is geboekt, ondanks de talloze pogingen tot zo’n dialoog. Een dialoog veronderstelt overeenstemming over de betekenis van de centrale begrippen die door de gesprekspartners gehanteerd worden. Belangrijk kenmerk van concurrerende paradigma’s is volgens de Amerikaanse wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn dat ze onderling incommensurabel zijn: ze kunnen niet met elkaar communiceren. Dit komt doordat de gemeenschappelijke termen van beide paradigma’s niet naar dezelfde concepten verwijzen. De gesprekspartners spreken, met andere woorden, niet dezelfde taal. Centrale begrippen als ‘vrijheid’, ‘autonomie’, ‘mensenrechten’ en ‘respect’ hebben in beide paradigma’s fundamenteel verschillende betekenissen. Daardoor slagen de gesprekspartners van ‘Oost’ en ‘West’ er niet in elkaar op basis van argumenten van de juistheid van hun opvattingen te overtuigen. Volgens Kuhn ‘wint’ het ene paradigma het van het andere doordat het ene paradigma steeds meer aanhangers verwerft, terwijl die van het andere paradigma langzaam uitsterven. Zo gaat dat althans in de wetenschap. Het pleit wordt beslecht op basis van macht en invloed, niet op basis van redelijke argumentatie. Tegen deze achtergrond lijkt het weinig zin te hebben om ‘met elkaar in gesprek te gaan’, hoezeer daar ook door vredelievende politici en goedbedoelende burgers toe wordt opgeroepen. Zolang door een van beide partijen aan een willekeurige verzameling oude geschriften meer autoriteit wordt toegekend dan aan empirie en rationele gevolgtrekkingen, is redelijke overeenstemming uitgesloten.

Ons rest niets anders dan de geprivilegieerde status die godsdienstige opvattingen ook in de westerse wereld nog steeds hebben, ter discussie te stellen. In het debat met moslims moet het Westen zich consequent op het standpunt stellen dat een religieuze overtuiging niets anders dan een mening is.

    • Martin Slagter