Jihadisten bedreigen 50.000 yezidi’s in Irak

Iraaks-Koerdische leiders hebben gisteren dringend opgeroepen tot internationale actie om 50.000 yezidi’s te redden die hun toevlucht hebben gezocht in de bergen van Noordwest-Irak na de verovering door jihadisten van hun woonplaats Sinjar. Yezidi’s zijn etnische Koerden die een oude godsdienst aanhangen die is afgeleid van het zoroastrianisme en door de jihadisten als duivelsaanbidders worden gezien.

De sunnitisch-extremistische Islamitische Staat (IS), die inmiddels in een groot deel van Irak en Syrië de macht heeft, veroverde Sinjar zaterdag en stelde de 170.000 yezidi’s onder de inwoners voor de keuze tussen bekering tot de islam, de vlucht of de dood. De meesten vluchtten naar Iraaks Koerdistan, waar zich al meer dan een miljoen vluchtelingen bevinden. Maar de 50.000 die nu vastzitten gingen de verkeerde kant uit. Op de vlucht zouden honderden yezidi’s zijn gedood.

In het noorden van Irak zijn ook duizenden christenen weer op de vlucht geslagen voor de jihadisten. Zij waren eerder uit de miljoenenstad Mosul gevlucht, nadat die in juni door de IS was veroverd. Maar de dorpen waar zij dachten veiligheid te hebben gevonden, worden nu ook bedreigd.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties veroordeelde dinsdag de IS en geallieerde gewapende groepen „in de scherpste bewoordingen” wegens de aanvallen op minderheden en op Irakezen die zich verzetten tegen hun „extremistische ideologie”.

In een niet-bindende ‘Verklaring van de voorzitter’ waarschuwde de Veiligheidsraad dat de IS kan worden vervolgd wegens misdrijven tegen de menselijkheid. Volgens de Raad vormt de beweging een bedreiging voor de „regionale vrede, veiligheid en stabiliteit”.

In Bagdad vielen gisteren 51 doden bij een serie autobomaanslagen, voornamelijk op shi’itische doelen. Zulke aanslagen worden doorgaans ook toegeschreven aan de IS, die shi’ieten eveneens als afvalligen en ketters beschouwt. (AFP, AP, Reuters)