Inflatie: brood en bier wordt steeds duurder, electronica goedkoper

AMSTELVEEN - Filiaal van supermarktketen Albert Heijn in Amstelveen. ANP XTRA LEX VAN LIESHOUT

Inflatie blijft laag

Update 9.45 uur: De inflatie is onveranderd onder de 1 procent gebleven in juli, zo blijkt vanochtend uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De gemiddelde consumentenprijzen waren afgelopen maand slechts 0,9 procent hoger dan de prijzen vorig jaar, hetzelfde als in juni. Ook in mei was de inflatie lager dan 1 procent. Niet alles bleef goedkoop: de huren gingen volgens het CBS met 4,3 procent omhoog. De prijs van bijvoorbeeld kleding had juist een verlagend effect op de inflatie. Die was in juli nog sterker afgeprijsd dan vorig jaar. Ook autobrandstof was goedkoper.

Het CBS publiceerde ook cijfers over de prijsstijging van daguitjes over de laatste vijf jaar. Bioscoop, theater en festival werden flink duurder: een kwart meer tussen juli 2009 en juli 2014. Dierentuinen, attractieparken en musea werden in vijf jaar zo’n 19 procent duurder - bijna twee keer zo veel als de inflatie in die periode. Vervoerskosten voor een dagtrip stegen ook met zeker 17 procent. Alleen uit eten gaan ging vrijwel gelijk op met de inflatie.

Maar wat betekent dit?

Nieuwe inflatiecijfers van het CBS - oftewel: zijn de binnenlandse prijzen gestegen of gedaald? Iedere maand berekent het statistiekbureau aan de hand van een ‘mandje’ met de meest gebruikte producten of de prijzen gemiddeld zijn gestegen of gedaald. In mei stond de inflatie op 0,8 procent. Dit lijkt positief, maar je kunt het ook zien als een slecht voorteken voor de economie. Als mensen denken dat de prijzen zullen dalen, stellen ze aankopen uit.

De inflatie is dan wel laag, dat betekent niet dat alle prijzen stilstaan. Van veel producten zijn de prijzen juist flink gestegen.

Prijsstijging enkele levensmiddelen: de hoogste stijger, laagste stijger en de algemene consumentenprijsindex (CPI)

Een brood? 16 procent duurder dan in 2006. Een biertje? Ook 16 procent. Zuivelproducten? Zelfs 25 procent duurder dan 2006 - het meetmoment waarop het CBS de consumentenprijsindex vastzette.

Navigeer met de pijltjetoetsen om naar de volgende grafiek te gaan. Klik hier voor een full-screen weergave

Levensmiddelen zijn het meest in prijs gestegen, de prijsindex van elektronische producten is steeds verder gedaald. Volgens een woordvoerder van het statistiekbureau komt dit vooral door de “ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit”: productie wordt goedkoper, en dat leidt tot een lagere prijs voor de consument. Vooral bij elektronica, wat de forse prijsdaling van onder andere computers en televisies in bovenstaande grafiek verklaart.

Maar betalen we dan ook echt minder voor bijvoorbeeld computers en telefoons? Ja en nee. Neem bijvoorbeeld een telefoon: wat in 2006 nog een heel normale telefoon voor 200 euro was, daar betaal je nu nog maar een tientje voor. Maar bijna niemand neemt nog genoegen met een ding dat alleen belt en sms’t. De index van elektronica-producten kan niet zo snel veranderen, legt de CBS-woordvoerder uit:

“Mede daardoor daalt de index voor deze producten sneller dan de winkelprijzen voor de gangbare producten.”

We betalen misschien wel minder voor hetzelfde, maar uiteindelijk geven we vaak liever hetzelfde uit aan meer. Een brood in 2006 is ongeveer hetzelfde als een brood nu, voor een mobieltje geldt dat niet.

    • Yordi Dam