Hiroshima- strategie van Israël is militair onzinnig

Ieder doel is legitiem in een ‘totale oorlog’. Maar de geschiedenis wijst uit dat het eerder opstand kweekt dan een bevolking murw slaat. Tenzij premier Benyamin Netanyahu enkel uit is op wraak en het sterken van het moreel van het thuisfront, meent Ian Buruma.

Illustratie Hajo

De een na laatste keer dat Israël slaags raakte met Hamas in de Gazastrook, in 2009, vergeleek de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman die slag met de oorlog tegen Japan in 1945. Een bloedige invasie kon worden voorkomen door de vijand met bommen te vernietigen.

De vergelijking lijkt misschien idioot, maar was niet helemaal uit de lucht gegrepen. Toen niet, en ook nu niet. Ook deze keer heeft Israël met bommen getracht maximale schade aan Hamas toe te brengen. Maar waarom? Zelfs als we accepteren dat Israël het volste recht heeft om tunnels te slopen om Palestijnse terreuracties in Israël te voorkomen, waarom is het nodig om scholen, ziekenhuizen, moskeeën en woningen plat te gooien?

Volgens de officiële verklaring is dit onvermijdelijk omdat de raketten van Hamas uit bewoonde gebieden worden afgeschoten. Dat zal inderdaad wel zo zijn. Het zou dwaas zijn die raketten midden in de woestijn te plaatsen. Maar er zit, vermoed ik, ook iets anders achter.

In schaal is wat het Israëlische leger nu doet natuurlijk niet te vergelijken met de Amerikaanse bombardementen op Japan in 1945. Maar de Israëlische regering lijkt te geloven dat je met bommen het moreel van de burgerbevolking kunt breken. Genoeg murw geslagen zullen die Palestijnen de strijd opgeven, en, wie weet, zich misschien keren tegen hun eigen leiders.

Dit heette vroeger ook wel „strategisch bombarderen”, een vorm van oorlogsvoering die de wil van de vijand om verder te vechten zou knakken door de belangrijkste instellingen van een samenleving te vernietigen. Drie mannen hadden dit idee in de twintiger jaren van de vorige eeuw opgevat, de Italiaan Guilio Douhet, de Amerikaan William ‘Billy’ Mitchell en de Engelsman Sir Hugh Trenchard.

De strategie is voor het eerst toegepast omstreeks 1919 in Mesapotamië, waar de Engelsen hele dorpen met de grond gelijk maakten, soms met mosterdgasbommen, om de wil te breken van Irakezen en Koerden die zich verzetten tegen de Britse koloniale overheersing. De climax van het strategisch bombarden werd bereikt in augustus 1945, met de atoombommen boven Hiroshima en Nagasaki.

Er zijn natuurlijk genoeg andere voorbeelden te noemen. De Duitsers probeerden het Britse moreel te kraken door grote delen van Londen plat te gooien. Japan trachtte China aan haar wil te onderwerpen door steden als Shanghai en Chungking te bombarderen. En het centrum van Rotterdam moest eraan om Nederland op de knieën te dwingen.

Vanaf 1943 is haast elke Duitse stad systematisch verwoest door de RAF, onder leiding van Sir Arthur ‘Bommer’ Harris, een protegé van Sir Hugh Trenchard. De Britse luchtmacht bombardeerden de Duitse steden ‘s nachts, en de Amerikanen overdag.

In Japan was het zo mogelijk nog erger, met name omdat de meeste huizen nog van hout waren. Al voor Hiroshima en Nagasaki is iedere Japanse stad van enig formaat, behalve Kyoto, door de Amerikaanse luchtmacht onder generaal Curtis LeMay met brandbommen verbrijzeld.

Strategisch bombarderen is een deel van de ‘totale oorlog’, waarin geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen strijdkrachten en de burgerbevolking. Elk doel is legitiem. In 1965 beloofde diezelfde Curtis LeMay, dat hij de Noord-Vietnamezen „terug naar het stenen tijdperk” zou bombarderen als zij zich bleven verzetten.

Het probleem van deze strategie is dat het zo zelden lijkt te werken. Rotterdam is misschien een uitzondering, maar toen was Nederland eigenlijk al verslagen. Het moreel in Londen, Berlijn, Tokio, of Hanoi is nooit gebroken. In tegendeel, het werd meestal versterkt. Een gemeenschappelijke bedreiging drijft de burgerbevolking juist verder in de armen van de enige overheid die nog enige bescherming kan bieden, zelfs al is die overheid niet altijd even geliefd.

En dus vochten de Duitsers door tot zij werden overrompeld door Amerikaanse en Sovjettroepen. Japan gaf zich pas over toen een Sovjetinvasie dreigde. De Noord-Vietnamezen hebben zich nooit overgegeven. En de Palestijnen zullen blijven vechten tegen Israël, vooral in Gaza waar zij weinig meer te verliezen hebben.

Waarom gaan regeringen dan toch door met deze wrede en nutteloze strategie? Bloeddorstigheid – het plezier om maximale schade toe te brengen – is wellicht één verklaring. Het zou kunnen dat ‘Bommer’ Harris om deze reden maar bleef bombarderen in Duitsland zelfs toen er geen enkel militair nut meer werd gediend.

Maar pure agressie of wraakzucht is niet de enige, of zelfs de meest plausibele verklaring. Het ligt meer voor de hand dat de strategie inderdaad draait om het moreel, maar niet het moreel van de vijand. Het gaat er juist om om het moreel van het thuisfront te sterken, als andere middelen lijken te falen.

Toen Winston Churchill besloot om Duitse burgers te bombarderen, was de ondergang van Hitler nog lang niet in zicht. Maar hij moest iets doen om de Duitse bombardementen op Engeland te vergelden. Er was ook nog iets anders. De toenmalige oorlogsleiders hadden verschrikkelijke herinneringen aan de massale slachtingen van de Eerste Wereldoorlog. Door te bombarderen kon men zijn eigen troepen sparen, en hopelijk zonder grote veldslagen de oorlog winnen. Met absolute overmacht in de lucht, zoals de Engelsen hadden in Mesapotamië, of de Amerikanen in Japan, was massamoord haast zelfs kosteloos.

En dan nog één verklaring, die ook stamt uit de jaren twintig. Met bommen, zo stelde Churchill in die tijd (hij was Minister van Oorlog) kun je „op een koopje” koloniale macht uitoefenen. Opstanden konden vanuit grote hoogte de kop in worden gedrukt. Een dergelijk principe zit vermoedelijk ook achter de drones van Obama in Pakistan en het Midden-Oosten.

Maar dit blijven pyrrusoverwinningen, want elke moord op burgers schept weer nieuwe rebellen, die op een gegeven moment weer in opstand zullen komen. Als de Israëlische premier Benyamin Netanyahu dit niet in de gaten heeft, dan is hij een dwaas. Als hij het wel degelijk weet, dan is hij een cynicus die alle hoop op een blijvende vrede heeft opgegeven. Ik weet niet wat erger is.